‘Kijk eens wie daar is,’ zegt een zorgverlener die erbij staat. De dame waar ik voor kom kijkt me aan zonder blik van herkenning.
‘Ruud,’ zeg ik. Geen reactie. Maar als de mist iets optrekt, breekt er een voorzichtige lach door en herhaalt ze mijn naam. Vervolgens gaat ze weer kalmpjes verder waarmee ze bezig was: lezen in een tijdschrift. De oude dame was altijd al een verwoed lezeres. Ze weet dan ook veel, lectuur houdt haar scherp. Maar helaas niet meer scherp genoeg om zonder verzorging te kunnen. Dat geldt ook voor de andere vrouwen. Dokter Alzheimer regeert hier: er wordt gezwegen, gedut, glazig gestaard, in de verleden tijd gedacht. Twee dames zitten er zelfs bij als vastgeroeste jaknikkers: sterk voorovergebogen, hun voorhoofd vlakbij het tafelblad.
Dan komt er nóg iemand de huiskamer binnen, een vrolijke en warmhartige vrijwilligster, zo blijkt. Zij is het die de groep tot zingen activeert. Tulpen uit Amsterdam, Bij ons in de Jordaan, My Bonnie is over the ocean. Drie oudjes doen leuk mee, eentje zingt zelfs uit volle borst. Ook ik val in – je moet wat.
Intussen cirkelen nu twee professionele zorgverleners om de groep, links en rechts bijstand verlenend. De ene is een vrolijke rastaman uit Ethiopië, de andere een kordate Poolse. De zorgkaart van Nederland in een notendop.
Om 16.50 uur verdeelt de Poolse plastic placemats over de tafel, etenstijd nadert. ‘Speklapjes met kapucijners,’ roept de meest bijdehante tante verrukt als ze op de menukaart kijkt.
‘Eet u mee,’ vraagt de vrolijke rastaman uit Ethiopië mij. Ik bedank vriendelijk, maar hij blijft aandringen. Daarom verzin ik dat er thuis op me wordt gewacht.
De klapdeuren laten me weer vrij. Huiswaarts fietsend, neem ik me voor om direct na thuiskomst mijn reeds ingevulde wilsverklaringen* scherper te stellen.
* Voor wilsverklaringen kan men terecht bij de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE).
Geen opmerkingen:
Een reactie posten