In de jaren zeventig, inmiddels verhuisd naar de polder, hadden we leuke, seniore buurtjes. Eens, tijdens een koffiemoment, vertelde buuf openhartig dat 'hunnie' altijd 10.000 gulden in reserve hadden. Als achterdeurtje voor als de wasmachine of auto het begaf. Ik weet nog dat ik toen in verbijstering dacht: 10.000 gulden is een godsgruwelijk vermogen dat wijzelf – jong gezin met kindjes, diertjes en ander gedoe – nooit bij elkaar zouden kunnen sparen. Sterker, we waren blij als we het einde van de maand haalden. We déden het ermee, zonder achterdeurtje.
Decennia verstreken; sparen lukte beter. De financiële soesa verdween echter niet, ze veranderde slechts in opties.
Bij een buitenlandse bank ontvang je meer rente, is het misschien handig om daar je spaarcentjes te stallen? Of kun je beter in aandelen en crypto's gaan? Of alles lekker verbrassen door die blinkende auto te bestellen, of die droomkeuken met kookeiland? Een ander idee is je hut verzilveren en emigreren naar Bali. Mooie optie is ook om je restgeld te schenken aan goede doelen. Maar goede doelen en strijkstokken gaan vaak samen. En hoe zit dat nou precies met vermogensbelasting, of box 3? Pfff.
Maar wacht, je kunt je poen ook aan innerlijke verrijking spenderen. Onderneem om te beginnen een bedevaart naar Santiago de Compostella. Reis daarna af naar India om aan de leiband van een sannyasin te (leren) mediteren. Of ga op retraite in een Tibetaans klooster. Vind geestverruiming tussen de Amazone-indianen middels Ayahuasca. Enzovoort.
Keuzestress door financiële ruimte, lekker hoor. Ik hou me daarom toch maar gewoon aan de aloude zegswijze 'genoeg is genoeg'. Wel oppassen voor haar rekbaarheid, voor je het weet glij je af naar 'nooit genoeg'.

