Ergens las ik dat Disneyland Parijs verlies lijdt. Mea culpa, want aan mij verdiende het vermaarde attractiepark geen rooie cent. Ik kwam er nooit – gaat ook niet gebeuren.
Tweemaal in mijn leven bezocht ik een pretpark. Ik was een jaar of zeven en nog maar kort in dit deel van de wereld. Een van onze eerste verkenningstochtjes was een bezoek aan Drievliet aan de rand van Den Haag. Het bestaat nog steeds, is uitgegroeid tot een serieus attractiepark, heet nu Familiepark Drievliet. Eind jaren vijftig was het slechts een veredelde speel- en theetuin. Een van de kinderattracties werd gevormd door een kleine omloop voor driewielertjes met een houten paardenhoofd als stuur. Best leuk. Helaas ging tijdens mijn rit de driewieler kaduuk, een wieltje begaf het. Een herkansing kreeg ik niet wegens beperkt gezinsbudget. Trauma.
Mijn volgende pretparkbezoek was twee jaar later, de Efteling. Als negenjarige vond ik de man met die uitschuifbare nek, Langnek, een afstotelijk wezen. En Doornroosje vond ik er maar larmoyant bijliggen, ofschoon ik dat woord nog niet kende. En dan was er nog een fakir op een vliegend tapijt. Ik knapte ook op hém af vanwege de duidelijk zichtbare staaldraden die zijn tapijt in de lucht hielden. Desillusie.
In mijn herinnering waren de heen- en terugreis de hoogtepunten van dat dagje Efteling. Mijn clan had een VW-busje gehuurd waarmee we naar het verre Kaatsheuvel afreisden. Ik keek toen mijn ogen uit naar de kaarsrechte lijnen waaruit Nederland bestond en ook naar al dat gekleurde blik op de weg, want ik was gek op autootjes. Als gezegd kon de Efteling zelve me gestolen worden. En die mening heb ik nooit bijgesteld, ook niet nu deze bestemming internationale naam en faam geniet. Zelfs met eigen kroost bezocht ik het pretpark nooit, iets waar ik soms nog op word aangesproken – gekscherend, dat gelukkig wel.
Sowieso heb ik weinig op met pretwoordjes. Pretpakket, ijspret, voorpret, vakantiepret, pretletters, pretsigaretten, pretpark. Ophoepelen!
Pluisjes
Hoe ik om me heen kijk, het schets of beschouw.
zondag 14 juni 2026
zondag 7 juni 2026
The North Face
In het bekende koopjesdorp, bij mij om de hoek, stuit ik op een nieuw winkelfiliaal. The North Face, prijkt op de gevel. Met mijn beste kijken-niet-kopengezicht stap ik binnen. Truien, broeken, T-shirts, schoeisel en vooral veel jacks. Bij dit modemerk staat, weet ik, buitensport hoog in het vaandel, wat het logo ook uitdraagt: het gestileerde profiel van de Half Dome, de kenmerkende halfronde berg in Yosemity National Park, Californië. Sowieso verwijst binnen het alpinisme de algemene term 'north face' naar de door kou en sneeuw lastig te beklimmen noordwand van menig gebergte.
Al langere tijd constateer ik echter dat er meer aan de hand is met The North Face. Ja, het merk is populair, zie je veel om je heen. Maar het bijzondere is – ik speel weer 'ns voor amateur-socioloog – dat de kleding gedragen wordt door een grote diversiteit aan mensen, vooral mannen, die weinig met elkaar gemeen hebben.
Al langere tijd constateer ik echter dat er meer aan de hand is met The North Face. Ja, het merk is populair, zie je veel om je heen. Maar het bijzondere is – ik speel weer 'ns voor amateur-socioloog – dat de kleding gedragen wordt door een grote diversiteit aan mensen, vooral mannen, die weinig met elkaar gemeen hebben.
Puberbro's op fatbikes kiezen voor dit modemerk, maar ook AOW'ers. Tevreden burgers achter een kinderwagen, maar ook woedende betogers. Links en rechts, theoretisch en praktisch opgeleiden. Vanzelfsprekend dragen klimmers en andere outdoortypes het spul, meestal pure individualisten. Daarentegen is het merk ook populair bij hen die juist 't liefst groepsgewijs optrekken, denk aan hooligans. Voor de laatsten vormen de jacks en hoodies zowat een uniform, zeker met capuchon op.
Dus, wat is er aan de hand, wat maakt dat The North Face zo'n mensendiversiteit aanspreekt? Is het gewoon een ijzersterk inclusiemerk? Of heeft het te maken met de breed gedragen, maar onbewuste idealisering van het Noordse leven? De inspirerende cultuur die we associëren met blakende frisheid, reinheid, puurheid, gezondheid, welvarendheid, flinkheid, blondheid, blankheid?
Ik weet het niet, maar in dat kader moet ik toch denken aan een kleine eeuw geleden. Destijds ontstond bij onze Germaanse buren namelijk een beweging die exact deze Noordse waarden najoeg, als lichtend voorbeeld voor alle Ariërs. Wel voerden de Nazi's, want over hen heb ik het, destijds een agressiever ogend logo dan The North Face. En een agressiever beleid.
vrijdag 29 mei 2026
Alpe d'Huzes
Jeugdvriend Aad overleed acht jaar terug, op z'n 69ste, aan multipel myeloom, wellicht beter bekend als de ziekte van Kahler, een vorm van beenmergkanker. Volgens geleerden is bij deze ziekte de erfelijkheidsfactor zeer klein. Hoeveel pech heb je dan als ruim een jaar na het overlijden van je vader, jij óók wordt gediagnosticeerd met 'Kahler'? Precies dát overkwam Maaike, dochter van Aad, moeder van drie kinderen.
Gelukkig staat de wetenschap niet stil. Nee, helaas bestaat er nog geen duidelijke remedie tegen de ziekte van Kahler. Wél is men nu een stuk verder. Ofschoon nog in experimentele fase, zijn de resultaten hoopgevend, vooral in de VS maar ook hier. Maaike is daar een mooi voorbeeld van. Dit bewijst deze dappere vrouw (o.a.) door, ondanks haar fysieke klachten, deel te nemen aan Alpe d'Huzes.
Gelukkig staat de wetenschap niet stil. Nee, helaas bestaat er nog geen duidelijke remedie tegen de ziekte van Kahler. Wél is men nu een stuk verder. Ofschoon nog in experimentele fase, zijn de resultaten hoopgevend, vooral in de VS maar ook hier. Maaike is daar een mooi voorbeeld van. Dit bewijst deze dappere vrouw (o.a.) door, ondanks haar fysieke klachten, deel te nemen aan Alpe d'Huzes.
Voor wie het niet weet: de uitdaging bij dit evenement betreft het beklimmen (meestal per fiets) van de gevreesde berg Alpe d'Hues, bekend uit de Tour de France. Het wordt jaarlijks georganiseerd ten bate van aandacht en (sponsor)gelden voor meer en beter kankeronderzoek en bestrijding van de ziekte. Daarnaast is het volbrengen van deze zware Alpentocht voor veel deelnemers een eerbetoon aan degene(n) die ze aan kanker verloren. Voor Maaike is de bergklim dan ook een dubbele daad.
Kort filmpje over Maaike zien? Klik HIER
Dus aan alle deelnemers, in het bijzonder aan haar: Zet 'm op!
Alpe d'Huzes vindt plaats komende donderdag 4 juni. Doneren mag.
Kort filmpje over Maaike zien? Klik HIER
zaterdag 23 mei 2026
Belevenissenbos
zondag 17 mei 2026
Vergelding
Een meneer van zekere leeftijd zit, met een banaan in zijn hand, op een bankje bij het Belevenissenbos. Het terrein maakt deel uit van het Zuigerplasbos, gelegen aan de noordzoom van Lelystad. Dit deel, het Belevenissenbos dus, is omgedoopt tot speelruimte voor jonge avonturiers. Het is een groene en waterrijke heerlijkheid waar kinderen midden in de natuur kunnen apenkooien terwijl hun ouders picknicken (of op hun schermpjes kijken...) en tussentijds hun kleintjes in de gaten kunnen houden als die aan touwen slingeren, over omgezaagde bomen balanceren en door slootjes baggeren. Zelfs hele schoolklassen doen in georganiseerd verband deze plek aan. Het grut mag hier gerust vies en nat worden, want er zijn kleedhokjes en dixi-toiletten. En op zomerse dagen staat er een ijskar. Heel leuk, kun je zeggen.
De meneer op het bankje (met nog steeds die banaan in zijn hand) vindt het echter helemáál niet leuk. Ten eerste voelt het ongemakkelijk om als man solo bij een recreatieplek voor kinderen te zitten. Wat zullen ze wel niet van hem denken? Maar belangrijker is dat dit speelbos zijn leefwereldje heeft verstierd.
De meneer op het bankje (met nog steeds die banaan in zijn hand) vindt het echter helemáál niet leuk. Ten eerste voelt het ongemakkelijk om als man solo bij een recreatieplek voor kinderen te zitten. Wat zullen ze wel niet van hem denken? Maar belangrijker is dat dit speelbos zijn leefwereldje heeft verstierd.
Het terrein werd een jaar of tien geleden aangepast juist in het meest ongerepte deel van het Zuigerplasbos – mogelijk zelfs de kraamkamer –, daar waar hij zo graag kwam. Maar sinds deze oase van rust is omgesmeed tot avonturenwalhalla voor de jeugd, is de natuur achteruit gekacheld. In het verleden zag hij juist hier tegen zonsondergang vaak reeën grazen, konijnen dartelen en vossen sluipen. Maar met pijn in 't hart ontdekte hij al snel hoe de viervoeters verdwenen naarmate de kinderdrukte toenam.
De meneer op het bankje hekelt met terugwerkende kracht de gemeenteplanologen en andere dwaallichten die destijds met het onzalige idee kwamen een stukje natuur op te offeren ten bate van ravottende, maar vooral blèrende koters: Ja, jullie kutkinderen hebben vast al alles wat je hartje begeert, en nu dus ook het eens mooiste deel van het groen. Rot/lazer/zout/tief op met jullie fokking belevenissenbos, verwende etterbakjes!
zondag 10 mei 2026
Zelfbeeld
Mensen kijken graag, visueel ingesteld als we zijn. Toch zien we veel niet, zelfs als iets extreem nabij is. Beste voorbeeld daarvan is ons uiterlijk, dat is grotendeels verborgen voor eigen blik. Dit onvermogen het eigen lichaam goed te bekijken, heeft vanzelfsprekend te maken met de positie van onze ogen, met de beperkte wendbaarheid van de schedel én ons lijf als geheel.
Neem je anus. Die kun je niet zien, wat best jammer is gezien de voordelen die een goede bezichtiging aldaar zou bieden. Maar oké, laat ik voor de gezelligheid wegblijven van die achterbuurt. Zoek het daarom hogerop, neem je rug. Die is eveneens zo goed als onzichtbaar, wat (ook) jammer is omdat je graag de aldaar vaak aanwezige onregelmatigheden zou willen inspecteren. Overigens wil de lezer niet weten welke proefondervindelijke capriolen ik tijdens het opstellen van dit tekstje uithaalde – dit voor het plaatje.
Belangrijker nog bij het bezichtigen van het eigen fysiek, is dat deel waar je 'ik' zich bevindt, je hoofd. Wederom geldt: je ziet er zonder spiegel vrijwel niks van. Ten bate van de wetenschap heb ik ook hier de proef op de som genomen. Bij een bekkentrekkende studie van mijn eigen kanis kwam ik niet verder dan stukjes neusvleugel, ietsiepietsie van mijn getuite mond, een fractie van de wangen, een tongpuntje en wat overhangende wenkbrauwhaartjes. Voorhoofd, kin, keel, kaken, oren, slapen, achterhoofd, nek, kruin: allemaal hoofddelen die onbereikbaar waren voor mijn ogen.
Wat we, buiten al die blinde vlekken, goed zelf kunnen bekijken, zijn onze borst, buik, ledematen en uitwendige geslachtsorganen. Best een deprimerend uitzicht, ervoer ik ter plekke – ook dit voor het plaatje.
Gelukkig zijn mensen extreem vindingrijk. Wij vonden de spiegel uit en later de camera, scanner, enzovoort. Dankzij deze hulpmiddelen hebben we nu, binnen het dierenrijk, de beste kijk op onszelf. Dit zou voor een objectief zelfbeeld moeten zorgen. Helaas vind je dat in ons gedrag amper terug.
zondag 3 mei 2026
Speklapjes met kapucijners
De liftdeuren openen zich en ik loop de speciale afdeling van het verzorgingshuis binnen. Aan het einde van de gang bevindt zich de huiskamer van de kleine leefgemeenschap die hier 24 uurs-verzorging geniet. Rond de centraal geplaatste eettafel tref ik zes oude dames in hun rolstoelen aan.
‘Kijk eens wie daar is,’ zegt een zorgverlener die erbij staat. De dame waar ik voor kom kijkt me aan zonder blik van herkenning.
‘Ruud,’ zeg ik. Geen reactie. Maar als de mist iets optrekt, breekt er een voorzichtige lach door en herhaalt ze mijn naam. Vervolgens gaat ze weer kalmpjes verder waarmee ze bezig was: lezen in een tijdschrift. De oude dame was altijd al een verwoed lezeres. Ze weet dan ook veel, lectuur houdt haar scherp. Maar helaas niet meer scherp genoeg om zonder verzorging te kunnen. Dat geldt ook voor de andere vrouwen. Dokter Alzheimer regeert hier: er wordt gezwegen, gedut, glazig gestaard, in de verleden tijd gedacht. Twee dames zitten er zelfs bij als vastgeroeste jaknikkers: sterk voorovergebogen, hun voorhoofd vlakbij het tafelblad.
Dan komt er nóg iemand de huiskamer binnen, een vrolijke en warmhartige vrijwilligster, zo blijkt. Zij is het die de groep tot zingen activeert. Tulpen uit Amsterdam, Bij ons in de Jordaan, My Bonnie is over the ocean. Drie oudjes doen leuk mee, eentje zingt zelfs uit volle borst. Ook ik val in; je moet wat.
Intussen cirkelen nu twee professionele zorgverleners om de groep, links en rechts bijstand verlenend. De ene is een vrolijke rastaman uit Ethiopië, de andere een kordate Poolse – de zorgkaart van Nederland in een notendop.
Om 16.50 uur verdeelt de Poolse plastic placemats over de tafel, etenstijd nadert. ‘Speklapjes met kapucijners,’ roept de meest bijdehante tante verrukt als ze op de menukaart kijkt.
‘Eet u mee,’ vraagt de vrolijke rastaman uit Ethiopië mij. Ik bedank vriendelijk, maar hij blijft aandringen. Daarom verzin ik dat er thuis op me wordt gewacht.
De liftdeuren laten me weer vrij. Huiswaarts fietsend, neem ik me voor om direct na thuiskomst mijn reeds ingevulde wilsverklaringen* scherper te stellen.
‘Kijk eens wie daar is,’ zegt een zorgverlener die erbij staat. De dame waar ik voor kom kijkt me aan zonder blik van herkenning.
‘Ruud,’ zeg ik. Geen reactie. Maar als de mist iets optrekt, breekt er een voorzichtige lach door en herhaalt ze mijn naam. Vervolgens gaat ze weer kalmpjes verder waarmee ze bezig was: lezen in een tijdschrift. De oude dame was altijd al een verwoed lezeres. Ze weet dan ook veel, lectuur houdt haar scherp. Maar helaas niet meer scherp genoeg om zonder verzorging te kunnen. Dat geldt ook voor de andere vrouwen. Dokter Alzheimer regeert hier: er wordt gezwegen, gedut, glazig gestaard, in de verleden tijd gedacht. Twee dames zitten er zelfs bij als vastgeroeste jaknikkers: sterk voorovergebogen, hun voorhoofd vlakbij het tafelblad.
Dan komt er nóg iemand de huiskamer binnen, een vrolijke en warmhartige vrijwilligster, zo blijkt. Zij is het die de groep tot zingen activeert. Tulpen uit Amsterdam, Bij ons in de Jordaan, My Bonnie is over the ocean. Drie oudjes doen leuk mee, eentje zingt zelfs uit volle borst. Ook ik val in; je moet wat.
Intussen cirkelen nu twee professionele zorgverleners om de groep, links en rechts bijstand verlenend. De ene is een vrolijke rastaman uit Ethiopië, de andere een kordate Poolse – de zorgkaart van Nederland in een notendop.
Om 16.50 uur verdeelt de Poolse plastic placemats over de tafel, etenstijd nadert. ‘Speklapjes met kapucijners,’ roept de meest bijdehante tante verrukt als ze op de menukaart kijkt.
‘Eet u mee,’ vraagt de vrolijke rastaman uit Ethiopië mij. Ik bedank vriendelijk, maar hij blijft aandringen. Daarom verzin ik dat er thuis op me wordt gewacht.
De liftdeuren laten me weer vrij. Huiswaarts fietsend, neem ik me voor om direct na thuiskomst mijn reeds ingevulde wilsverklaringen* scherper te stellen.
* Voor wilsverklaringen kan men terecht bij de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE).
Abonneren op:
Posts (Atom)







