Al langere tijd constateer ik echter dat er meer aan de hand is met The North Face. Ja, het merk is populair, zie je veel om je heen. Maar het bijzondere is – ik speel weer 'ns voor amateur-socioloog – dat de kleding gedragen wordt door een grote diversiteit aan mensen, vooral mannen, die weinig met elkaar gemeen hebben.
Puberbro's op fatbikes kiezen voor dit modemerk, maar ook AOW'ers. Tevreden burgers achter een kinderwagen, maar ook woedende betogers. Links en rechts, theoretisch en praktisch opgeleiden. Vanzelfsprekend dragen klimmers en andere outdoortypes het spul, meestal pure individualisten. Daarentegen is het merk ook populair bij hen die juist 't liefst groepsgewijs optrekken, denk aan hooligans. Voor de laatsten vormen de jacks en hoodies zowat een uniform, zeker met capuchon op.
Dus, wat is er aan de hand, wat maakt dat The North Face zo'n mensendiversiteit aanspreekt? Is het gewoon een ijzersterk inclusiemerk? Of heeft het te maken met de breed gedragen, maar onbewuste idealisering van het Noordse leven? De inspirerende cultuur die we associëren met blakende frisheid, reinheid, puurheid, gezondheid, welvarendheid, flinkheid, blondheid, blankheid?
Ik weet het niet, maar in dat kader moet ik toch denken aan een kleine eeuw geleden. Destijds ontstond bij onze Germaanse buren namelijk een beweging die exact deze Noordse waarden najoeg, als lichtend voorbeeld voor alle Ariërs. Wel voerden de Nazi's, want over hen heb ik het, destijds een agressiever ogend logo dan The North Face. En een agressiever beleid.






