zondag 1 maart 2026

Aha-erlebnis

Wanneer ik in een mindere bui ben, denk ik graag aan de Eerste Wereldoorlog. Wat is dat voor gekkigheid, zal menigeen zich nu afvragen. Die oorlog was een niet te beschrijven soldatenhorror, hoe kun je daar nu met graagte aan denken? Ja sorry hoor, maar WO1 en de geschiedenis eromheen blijven me nu eenmaal zodanig boeien dat ik mijn eigen sores tijdelijk vergeet. Ieder z'n maniertjes.
     Mijn moeder was volbloed Duitse. Mijn vader was een Indo-Europeaan met ook aardig wat Duitse genen. Er stroomt dus grotendeels Germaans bloed door mijn aderen. Dat merkte ik een aantal jaren terug weer 'ns. Gefascineerd door de historische omgeving, wandelde ik toen over de Duitse militaire begraafplaats Fribourgvlakbij de Somme-rivier in Noord-Frankrijk, een immens ereveld. Op enkele grafzerken las ik de mij bekende familienamen.
     Vandaag ineens, tsja tijdens zo'n mindere bui, vindt mijn bovenkamer het bewijs dat die Duitse jongens/mannen, wiens namen ik tegenkwam bij de ontelbare graven bij de Somme, een Stahlhelm moeten hebben gedragen. Lekker boeiend, zullen velen denken. Maar bij deze WO1-gek zorgt zo'n aha-erlebnis voor meer inzicht (en beroering). De slag bij de Somme – één miljoen gesneuvelden – speelde zich namelijk af van midzomer tot najaar van 1916. 
     Nadere uitleg? Komt-ie. 
     In 1914 en 1915, de eerste twee jaren van de Eerste Wereldoorlog dus, droegen de Duitsers de zogenaamde Pickelhelm of Pickelhaube. Dat was zo'n typisch Pruisisch model van hard leder met wat ijzeren details. Meest opvallend was echter de scherpe metalen punt bovenop die fierheid en strijdlust moest uitstralen. Sommigen beweren dat soldaten die punt eraf schroefden: te onhandig om onder prikkeldraad door te kruipen. Maar veel ernstiger was dat Heinrich, Ludwig, Fritz, Otto of Wilhelm – zich veilig wanend in hun loopgraven – bijzonder kwetsbaar bleken voor neervallende granaatscherven die hun lederen Pickelhelm moeiteloos doorboorden. Om die reden werd begin 1916 de Stahlhelm ingevoerd. Dus vóór de slag bij de Somme losbarstte! Die stalen helm bood vanzelfsprekend veel betere bescherming, ook bij de nek en slapen. 
     Het was dit type hoofdbescherming dat de Duitsers, met wat aanpassingen, zouden blijven gebruiken tijdens het interbellum, ja zelfs tot aan het bittere einde van de volgende (!) wereldoorlog. Diezelfde potvormige stalen helmen die samen met swastika’s en zwarte laarzen, uit zouden groeien tot dé symbolen van Nazi-Duitsland. Maar daar hadden die arme Heinrich, Ludwig, Fritz, Otto of Wilhelm, die sinds WO1 in de Noord-Franse grond liggen, totaal geen weet van.
     Reuze interessant, toch? En ziedaar: mijn mindere bui is verdwenen. Grüss Gott.

Pickelhelm, ook wel Pickelhaube genoemd. Door de Duitsers/Pruisen
 al ver voor WO1 in gebruik tot en met de eerste oorlogsjaren, 1914 en 1915.
Hij bleek in deze 20e-eeuwse setting te onpraktisch en vooral te kwetsbaar.
Zijn vervanger, de Stahlhelm. Werd ingevoerd in 1916 en evolueerde 
na WO1 tot de beruchte soldatenhelm van Nazi-Duitsland.

zondag 18 januari 2026

Verwachtingen

Maanden geleden plaatste ik hier een verhaal over mijn spaarzame ervaringen bij bar- of kroegbezoek die je, samenvattend, gerust treurig mag noemen – ik voelde me er altijd zowel misplaatst als opgelaten. Destijds ondersteunde ik de tekst met een afbeelding van het schilderij Nighthawks (Nachtbrakers), het meest iconische kunstwerk van Edward Hopper. Voor alle duidelijkheid: dit schilderij geeft niet de werkelijke situatie ter plekke weer, maar lijkt te zijn vormgegeven op de hoek van Christopher Street in Greenwich Village, de artiestenwijk waar hij als typische New Yorker veel inspiratie opdeed. Maar ook de ruimte buiten de grote stad trok hem. Zo bracht hij al schilderend veel tijd door in het niet veraf gelegen Cape Cod, Massachusetts. Op deze kuststrook was hij bijzonder gesteld vanwege de (toen nog) ongerepte puurheid en vooral de heldere luchten; hij hield van de geometrische contrasten die voortkwamen uit zonlicht en schaduw. Verstilde huizen en vuurtorens waren ideale locaties voor deze introverte, gereserveerde, complexe, zowel egocentrische als zeer gevoelige kunstenaar. 
     Edward Hopper (1882-1967) wist, vind ik, in zijn werken de leegheid perfect weer te geven. De verstilling, verveling, isolatie, beklemming, melancholie, het contemplatieve, misschien ook wel het ongemak vanwege onze eeuwige verwachtingen. Over dat laatste: waarop of waarvan? Dit alles tegen een Amerikaanse setting uit de eerste helft van de vorige eeuw. 
     Bekijk de paar schilderijen hieronder op je gemak en neem ze mee naar het filmpje waarmee dit blog eindigt. De korte reel laat enkele van Hoppers werken tot leven komen. Ik vermoed dat AI hierbij een rol speelde, maar waar niet? Hoe dan ook, ik vind het grote schoonheid hebben. Misschien u of jij ook. 
     Interesse? Zie het linkje geheel onderaan.

Nighthawks, Edward Hoppers beroemdste schilderij

Zelfportret Edward Hopper, gemaakt tussen 1925 en 1930

Tip vooraf: 
Deze reel duurt amper één minuut en spoelt daarna automatisch terug.
Bekijk het daarom desnoods twee of drie keer achtereen. En vergeet niet 
het speakericoon (linksboven) te activeren, de song is een sterke toevoeging.
Klik HIER






zondag 11 januari 2026

Superaardig

Op een extreem winterse dag moest ik naar het Gelre Ziekenhuis in Zupthen. Hier stond een serie medische afspraken gepland die een voor een zouden worden afgewerkt. Afgewerkt klinkt hier een beetje negatief, maar ik bedoel het goed en aardig.
     Alle mensen op de hoofdpijnpoli, maar ook de patiënten of bezoekers in de wachtruimtes die ik ontmoette, waren zelfs meer dan aardig. Superaardig. Mijn behandelaren waren overigens allen vrouw, wat niet vreemd is in de zorg. De neuroloog, co-assistent, hoofdpijnverpleegkundige, de fysio, mensen op de prikpoli, receptie, de restaurantcaissière: allemaal ontzettend aardige dames. Ze complimenteerden me bovendien met het feit dat ik van zover was gekomen ondanks het barre winterweer. 
     Nu moet ik toegeven dat ik die pluimen best verdiende, want de rit was zenuwslopend. Per trein was geen optie aangezien de dienstregeling haperde. Dus ploegde ik moederziel alleen in mijn skelter-op-zomerbandjes door de spekgladde polder en over de Veluwe die weliswaar was omgetoverd tot een winterwonderland, maar door de elementen getransformeerd was tot een bobsleebaan vol verraderlijke chicanes bestaande uit sneeuwschuivers, al dan niet geschaarde vrachtwagens en andere ploeterende weggebruikers die om wat voor reden dan ook van A naar B moesten ondanks de waarschuwing Blijf Thuis! Maar ja, ik had die serie afspraken nu eenmaal staan, dus ging ik plichtsgetrouw op mijn ingesneeuwde doel af als een sintbernardshond met een vaatje brandy om zijn nek. En dát werd dus uitbundig op prijs gesteld door al die superaardige luitjes in het Gelre Ziekenhuis te Zupthen. Zelfs toen ik aan het eind van de middag met kleumende vingers stuntelde bij de betaalautomaat op de parking, snelde iemand me te hulp. Aardig, aardig, aardig.
     Op dit punt gekomen zitten sommige lezers mogelijk te wachten op een knipoog of kwinkslag, zoals het een column betaamt. Die moet ik helaas teleurstellen. Ik eindig heel gewoon met een warm hart in een koude wereld. Superaardig dus.

zondag 4 januari 2026

Achterhaald of achterlijk?

Ik werd ingehaald door een hardloopster. In weinig aan de fantasie overlatend lycra snelde ze voort met op haar hoofd een koptelefoon. Kort daarop kruiste mij een vormeloos wezen gehuld in een donkerbruine boerka. Gelet op het enig menselijk zichtbare – donker omlijnde ogen – leek het mij een vrouwmens. De hardloopster met haar koptelefoon en de boerkadraagster vormden zowel een contrast als gelijkenis. Dat laatste doordat beiden typische cultuurproducten zijn. Net als linkse jongeren in de vorige eeuw die met de zwarte baret van Che Guevara dweepten, of hoge officieren met een steek op hun hoofd in de 19e eeuw, of gepoederde kapsels in de eeuw daarvoor. Fraaie uitingen van plaats en tijd, maar daarbuiten potsierlijk.
     De draagster van de boerka behoeft wel enige nuancering. Weliswaar is ook zij, zoals ik al noemde, een cultuurproduct, maar dan wel van een achterhaalde cultuur die maar van geen wijken weet, zelfs in regio's waar ze geen historie kent. Aangezien de Koran géén boerka voorschrijft (zelfs een hoofddoek lijkt meer interpretatie dan voorschrift), ligt de oorsprong in een eeuwenoude tribale cultuur die gestoeld is op kuisheid en bescherming tegen een boze buitenwereld. Het bijzondere daaraan is dat ze júíst die verdorven buitenwereld (het Westen) is binnengetrokken, ongetwijfeld om er beter van te worden. Opportunisme is niemand vreemd.
     Vaak kiezen de dames zelf voor deze vorm van lichaamsbedekking, heel vaak niet. In laatste geval ligt dat aan de mores binnen een gemeenschap die zich kenmerkt door groot statusverschil tussen de seksen. Hierbij geldt dat de heren erop toezien dat hun vrouwen, dochters en zusters aanstootloos over straat gaan. De eer van de familie is immers in het geding. Maar binnenskamers mogen de remmen weer los en maken de heren retegraag gebruik van hun privileges, niet zelden op gebiedende wijze. Bekeken vanuit eigentijds westers perspectief is het van een treurnis die kenmerkend is voor vastgeroeste ideeën die net zo kansloos zijn als een logge stadsduif tegenover een slechtvalk. Mijn wens voor 2026 is daarom dat je dit soort dogmatische geloofsculturen gewoon achterhaald mag noemen, zónder te vrezen voor intimidatie of geweld. Zo niet, dan past achterlijk beter.

De snelste van ons allemaal: de slechtvalk. In duikvlucht haalt hij 300 km p/u.
Zijn belangrijkste prooi: duiven.


 



zondag 28 december 2025

Paranoïde

Een Rus in mijn WC, een geinige boektitel voor een kleine waarheid. Dat zit zo.
     Het wasbakje in mijn toilet, ook fonteintje genoemd, was aan vervanging toe. Een nieuw exemplaar plus kraantje, sifon en toebehoren was snel gehaald bij de bouwmarkt. Maar het vervangen van het oude fonteintje door een nieuwe leek mij toch te hoog gegrepen. Een oude wijsheid der Papoea's indachtig – Draag alleen een peniskoker als je je man-zijn waar kunt maken – besloot ik deze klus uit te besteden.
     Ik deponeerde mijn opdracht bij Werkspot, een online bemiddelingsbureau dat uitvogelt welke vaklui in jouw area opereren én interesse hebben in de werkzaamheden. Daags later stond Valery op de stoep, een Rus zo bleek. Een boom van een vent met een hoofd dat veel weg had van de huidige tsaar. Bijna een archetype. Grijsblond stekeltjeshaar, wijde jukbeenderen, bleke huid en irissen van gletsjerijs. Het Engels dat hij sprak was verpakt in vet oostblokaccent. Na een korte praktijkinspectie van mijn kleinste kamertje volgde een gestaald gooddd met de diepe basstem van de schurk in een oude Bond-film. Valery leek er vertrouwen in te hebben, een goed teken. 
     Stiekem was ik ook benieuwd naar de man zelf. Ik zou hem bijvoorbeeld willen vragen waarom hij in Nederland verbleef, maar dat kon geopolitiek wel eens gevoelig liggen. Wel kreeg ik uit hem los dat hij zes jaar (zes vingers) in Nederland woonde, wat ik lang vond voor iemand die de taal niet machtig was. Maar dat zei ik natuurlijk niet.
     Terwijl hij aan de slag ging met boorhamer, draadkoppeling, waterleiding en kit, fantaseerde ik twee deuren verderop lichtelijk paranoïde over deze Russische expat. Misschien kluste hij in zijn vrije tijd wel voor het Kremlin. Spielerei met drones? Hacken? Je weet het nooit met dat steppenvolk van tegenwoordig.
     Uiteindelijk klaarde Valery de klus naar volle tevredenheid. En als ik nu op de pot zit, en als vanzelf naar het fonteintje kijk, hoor ik hem nog steeds gooddd zeggen. Met vet oostblokaccent en de diepe basstem van de schurk in een oude Bondfilm.

zondag 21 december 2025

Urineverlies

Een late decemberdag in de Flevolandse natuur. Doodstil, niemand te bekennen. Vertrokken vanuit het bezoekerscentrum Oostvaardersplassen, volg ik de Zeearendroute die met groene pijltjes is aangegeven. Ik heb dit pad al zo vaak afgelegd dat alles zowat werktuiglijk gaat. Ik loop hier vooral om de sores te laten varen én om mezelf straks in de kleine resto te trakteren op een kop warme chocolade. Zo gedachteloos voortgaand, is het wel zaak niet in de poep te stappen. Het pad ligt bezaaid met wagenwielgrote flatsen van vrijlopende hoefdieren, heel soms een vossendrol. Zo zie ik het graag: puur natuur en zonder opsmuk, een weldaad in deze kerstperiode. 
     Plots rijst pal voor me een blokkade op: een compacte kudde halfwilde koniks. Ik ben geen paarden gewend, dus wat nu? Wandelaars worden aangeraden afstand te houden tot de grote grazers, zeker als ze kleintjes hebben. En die hebben ze. Maar ja, de koniks staan midden op het verharde voetpad en de naastliggende ruigte is drassig. Maak ik een laffe omweg door de berm of toon ik moed?
     Voetje voor voetje nader ik, maar hou mijn pas in zodra twee paarden zich losmaken van de groep en behoedzaam mijn richting op stappen. Vijf meter, twee meter, een meter, halve meter, decimeter én touchdown. Het voorste dier drukt zijn snufferd tegen mijn borst, zachte lippen tamponneren de riem van mijn schoudertas. Het tweede paard sluit aan, duwt zijn neusgaten in mijn kraag. Ik maak een afwerend gebaar, eigenlijk meer een afwijzende aai want ik wil geen ruzie met deze breedgeschouderde jongens. 
     Intussen is ook de rest van de kudde genaderd, schuurt zich langs me heen, grazend, snuivend, boerend, pissend. Een in expliciete staat van opwinding verkerende hengst probeert en passant een merrie te beklimmen, maar wordt ferm afgewezen. We vormen nu één organisme gekenmerkt door penetrant paardenzweet, oprispend gebries, rillende huidspieren, wilde waaierstaarten, donkere wimpers, dooraderd oogwit. Ik durf me amper te bewegen, hou de adem in, verlies wat urine.
     Een klein uur later sta ik weer in het bezoekerscentrum. Geen bezoeker te bekennen. Bij de counter bestel ik warme choco, kies een stoel bij het raam en kijk naar de natuur waar ik zonet nog deel van uitmaakte. Zo gezeten voelt het nat rond het kruis, maar achter het borstbeen zit iets dat verdomd veel lijkt op geluk.        

Deze foto was nauwelijks gemaakt of de halfwilde koniks kwamen
mijn kant op. Eerst twee paarden, later volgde de rest van de kudde.




zondag 14 december 2025

Huidwarm

Voor mij uit liep een stelletje gearmd. Oftewel, de vrouw had haar arm achterlangs die van de man gehaakt. Ik vond dat opmerkelijk omdat ze nog vrij jong waren.
     In het verleden liepen veel paartjes arm in arm. Getrouwd, verloofd, verliefd – oud en jong. Naast stelletjes zag je ook vriendinnen ingehaakt rondgaan, of ouders met hun opgroeiend kroost. Ikzelf deed dat een enkele keer met mijn moeder – zij leidde. Bijvoorbeeld als ik meeging (of mee moést) naar de Haagse binnenstad om kleding of schoolspullen te kopen bij V&D, C&A, De Bijenkorf, Kreymborg, Hema of Peek & Cloppenburg. In die stadse drukte voelde gearmd lopen veilig voor een onzekere juveniel. En ’s winters lekker warm. Later, toen moeder op leeftijd was, deden we dat weer, maar dan leidde ik.
     Arm in arm lopen zie je anno nu – de hoogtijdagen van het individualisme – veel minder, behalve bij ouderen. Buiten hen wordt deze manier van lopen slechts toegepast door mensen die hulp behoeven omdat ze slecht ter been zijn. En dat kunnen dus ook geblesseerde jongeren zijn die ondersteund van het sportveld strompelen, of gewonde soldaten van het slagveld. Daarnaast zie je soms visueel beperkten gearmd lopen, wellicht bij gebrek aan een hoogopgeleide labrador.
     Belangrijkste ingrediënt bij deze loopwijze is de aanwezigheid van een medemens, of in de nabije toekomst een huidwarme robot. Dat komt dan heel goed uit, want lijfelijk contact schijnt voor aanmaak van gelukstofjes te zorgen. Als ontluikende geluksgoeroe stel ik daarom voor dat iedereen verplicht ingehaakt over straat gaat, maakt niet uit met wie. Oud met jong, licht met donker, straight met queer, keppeltje met bruinhemd, hooligan met EO-jongere. Tabee individu, welkom wij-gevoel. Desnoods vraag je willekeurige voetgangers of ze dezelfde kant op gaan. Hup, inhaken en door. Wie toch zo nodig in z'n uppie over straat moet mag rekenen op eenzame opsluiting, dus dát ook in je uppie. Aardige bijvangst: lagere misdaadcijfers.
     Ja heus, ons wacht een nieuwe heilstaat. De zoveelste.