zondag 14 juni 2026

Doornroosje

Ergens las ik dat Disneyland Parijs verlies lijdt. Mea culpa, want aan mij verdiende het vermaarde attractiepark geen rooie cent. Ik kwam er nooit – gaat ook niet gebeuren.
     Tweemaal in mijn leven bezocht ik een pretpark. Ik was een jaar of zeven en nog maar kort in dit deel van de wereld. Een van onze eerste verkenningstochtjes was een bezoek aan Drievliet aan de rand van Den Haag. Het bestaat nog steeds, is uitgegroeid tot een serieus attractiepark, heet nu Familiepark Drievliet. Eind jaren vijftig was het slechts een veredelde speel- en theetuin. Een van de kinderattracties werd gevormd door een kleine omloop voor driewielertjes met een houten paardenhoofd als stuur. Best leuk. Helaas ging tijdens mijn rit de driewieler kaduuk, een wieltje begaf het. Een herkansing kreeg ik niet wegens beperkt gezinsbudget. Trauma.
     Mijn volgende pretparkbezoek was twee jaar later, de Efteling. Als negenjarige vond ik de man met die uitschuifbare nek, Langnek, een afstotelijk wezen. En Doornroosje vond ik er maar larmoyant bijliggen, ofschoon ik dat woord nog niet kende. En dan was er nog een fakir op een vliegend tapijt. Ik knapte ook op hém af vanwege de duidelijk zichtbare staaldraden die zijn tapijt in de lucht hielden. Desillusie.
     In mijn herinnering waren de heen- en terugreis de hoogtepunten van dat dagje Efteling. Mijn clan had een VW-busje gehuurd waarmee we naar het verre Kaatsheuvel afreisden. Ik keek toen mijn ogen uit naar de kaarsrechte lijnen waaruit Nederland bestond en ook naar al dat gekleurde blik op de weg, want ik was gek op autootjes. Als gezegd kon de Efteling zelve me gestolen worden. En die mening heb ik nooit bijgesteld, ook niet nu deze bestemming internationale naam en faam geniet. Zelfs met eigen kroost bezocht ik het pretpark nooit, iets waar ik soms nog op word aangesproken – gekscherend, dat gelukkig wel.
     Sowieso heb ik weinig op met pretwoordjes. Pretpakket, ijspret, voorpret, vakantiepret, pretletters, pretsigaretten, pretpark. Ophoepelen! 
     Of dit soort negativiteit gevolg is van genoemde jeugdervaringen betwijfel ik. Aangeboren chagrijn ligt hier meer voor de hand. 

Fotograaf: Jan van Eijk
Wikimedia Commons


Geen opmerkingen:

Een reactie posten