zondag 19 juli 2026

Op het strand. Deel 3

Ofschoon ruimte te over, streken drie kerels ongemakkelijk dicht naast mijn Zeeman-badlaken neer. Generaliseren is bedenkelijk – waarom eigenlijk? –, maar dit waren in mijn optiek toch wel erg archetypische Oost-Europeanen. Ogen die elk contact leken te vermijden, peuken die tussen duim en middelvinger lukraak werden weggeknipt, tsjak, het zand in. Zelfs mijn allervriendelijkste hoofdknikje werd bot genegeerd. Daarover lichtelijk verbolgen, vroeg ik me af waarom binnen Europa de verfijning afneemt naarmate men oostwaarts trekt. Maar met dit soort muizenissen schiet je als recreant geen moer op. Derhalve ging ik op mijn rug liggen en sloot de luiken, hopend op een mooie droom.
     Op de drempel tussen besef en gesnurk schrok ik me het leplazarus van een harde stuiterbal in het zand, enkele handbreedtes naast me. Opkijkend zag ik dat die afkomstig was van het drietal dat zich vermaakte met een spelletje hooghouden. Excuses, ho maar. Ze gingen stug door, waarbij ik zag dat hun techniek nul was en dat die bal dus overal kon belanden. Ook op mijn snuit of pens.
     Vanzelfsprekend lag ik er vanaf dat moment niet meer ontspannen bij. Sterker: ik vervloekte alles voorbij Berlijn. Waarom hebben ze godskolere dat IJzeren Gordijn destijds neergehaald? Oké, het zorgde er uiteindelijk voor dat veel van dat toenmalige steppenvolk nu onze tomaten plukt, ons vlees uitbeent en onze muurtjes stukadoort. Maar het verwijderen van die fysieke en politieke scheidslijn zorgde ook voor beëindiging van de Koude Oorlog, wat enerzijds hartstikke fijn was maar anderzijds misschien wel niet. Oké, Stalin was een paranoïde massamoordenaar. Maar met zijn opvolgers – van Chroestjov t/m Gorbatsjov – was het soms best gezellig koekjes bakken. Bovendien hadden we, indien de Koude Oorlog nog immer gaande was, nu wellicht nog een vorm van dienstplicht gekend, iets wat de samenleving beslist ten goede zou zijn gekomen, denk aan discipline, ontzag én integratie. 
     Het klinkt vergezocht, maar feit is dat de val van het IJzeren Gordijn er indirect toe heeft geleid dat mijn strandplezier linea recta naar de goelag werd verbannen.

zondag 12 juli 2026

Op het strand. Deel 2

Het Bataviastrand is nu veel drukker dan de vorige keer. De schoolvakanties zijn begonnen, en dan is het ook nog weekend. Veel gezinnen met kinderen. En grote groepen jongeren.
     Gelukkig ben ik hier niet de enige senior. Schuin rechts voor me zit een generatiegenoot in kleermakerszit op zijn badlaken, eveneens solo. Een magere man, vrijwel kaal. Het weinige haar dat hij nog bezit, heeft hij tot sprietig staartje gebundeld dat bungelt op zijn knokige rug. Ieder het zijne, zeg je dan ridderlijk. 
     Mannen met staartjes of knotjes – jong en oud – zie je anno nu best veel. Maar in 1970 was dat bijzonder. Ik was toen eenentwintig, kwam gekortwiekt uit militaire dienst. Dus liet ik mijn haar vrijuit groeien, tot, nou ja, dat zag ik dán wel weer. Juist in die periode kocht ik het debuutalbum van de band Chicago Transit Authority, later ingekort tot Chicago, wat beter bekte. Ik was weg van deze formatie, vooral vanwege de jazz fusion sound, met dank aan de krachtige blazerssectie, toen uniek in de rockscene. Op de lp-hoes zag ik dat een van die blazers zijn lange lokken tot een staartje had vervlochten. Ik was gelijk verkocht. Vond het ruig, stoer, uitdagend, rebels, tegendraads, non-conformistisch, anti-establishment. Kortom: vrij! Kerels met staarten associeerde ik, naast rockers en kunstenaars, met inheemse krijgers, vikingen, samoeraivechters en andere verheven types. Op hen wilde ik lijken. 
     De praktijk bleek weer eens weerbarstig. Lang haar zát gewoon niet lekker. Zo'n dos voelde snel te warm, werd plakkerig en irritant jeukerig. Bovendien was ik geen rockmuzikant maar een schuwe kantoorklerk – ken jezelf.
     Nu ik er zo op terugkijk, stijgt mijn achting voor de bijna kale boomer op het strand rechts voor me in kleermakerszit op zijn badlaken. Zijn sprietig staartje hangt tussen de schouderbladen, als bij een rocker of samoeraivechter in ruste. Híj wel.

zondag 5 juli 2026

Op het strand. Deel 1

Het Bataviastrand is vandaag, een maandag, paradijselijk: 23 °C en weinig badgasten. Het zuchtje wind is weldadig, de golfslag meditatief, de hemel diepblauw waarin minuscule schapenwolkjes. Soms klopt alles.
     Totdat een van die witte schaapjes pesterig voor de zon blijft hangen, voor mijn zon. Vreemd. Ik ken geen natuurkundige wet die verklaart waarom dat wolkje precies op dié plek blijft rondhangen en niet verder drijft, wat die andere wolkjes wél doen. Alsof het Hogere mij een loer wil draaien. Nou geloof ik niet in het Hogere, maar misschien is dat het juist, dat Het wél bestaat. En dat Het vilein denkt: Gij, Johann Rudolf Nagel, gelooft niet in mij en dús zal ik u eens lekker een loer draaien. Jawel, voor zo’n rotgeintje acht ik Het of Hem best in staat. Want zeg nou zelf, waarom zou iets bovenzinnelijks voor ons automatisch iets goeds betekenen? Alleen al vanwege dit soort aannames lijkt mij het idee van het Hogere ordinair mensenwerk, meer niet.
     Gelukkig, het schapenwolkje drijft eindelijk verder, de zon schijnt weer recht op mijn konterfeitsel. Dat zal heus niet jofel zijn voor de huidcelletjes. Maar ik gedij erop, zie het als opslag voor later, denkend aan november & Co. Investeren heet zulks.
     Links van mij, vanachter het havenhoofd, kiest de veerboot het zeegat, de nationale driekleur fier aan het achtersteven. Op het bovendek zie ik dagjesmensen zich laven aan de zomer. Mogelijk verkneukelen ze zich reeds op hun bestemming: de Markerwadden. Het paradijs bestaat, ligt verderop in het Markermeer, is nog niet eens zo lang geleden aangelegd. Inderdaad, ook deze eilandengroep is ordinair mensenwerk. Net als het strand waarop ik momenteel relax en waarvan ik soms te water ga. Maar wat zou het? Niks mis mee. Heerlijk zelfs. Zeker nu dat ene pesterige schapenwolkje is verdwenen. Ins Blaue hinein, zeg je in het Duits. Mooier kan niet.

Op rustige dagen heb je het Bataviastrand goeddeels voor jezelf.
Bij krachtige wind is het ook een eldorado voor kite surfers.
Heel anders is het beeld op hoogtijdagen.
Op de achtergrond houdt het imposante kunstwerk De Hurkende Man
altijd een oogje in het zeil, als een soort permanente strandwacht.

Foto: Studio Wierd