woensdag 12 augustus 2026

Ludwig van Beethoven

Vogelenzang is misschien wel het mooiste natuurgeluid dat we kennen. Zangvogels begroeten de eerste zonnestralen met lieflijke melodieën. Ook de dagsluiting nemen ze vaak voor hun rekening, en wel op stemmig wegebbende wijze – streling voor de oren.
     Dat vond Ludwig van Beethoven ook. Een tijdje terug las ik in een uitgebreid krantenartikel dat de grote componist zich, tijdens zijn vroege wandelingen in het buitengebied van Wenen, graag liet inspireren door vogelgeluiden. Sterker: ik begreep uit het artikel dat hij de beroemde eerste noten van zijn Vijfde symfonie had gejat van de geelgors. Het (inderdaad gele) vogeltje zingt weliswaar dzi-dzi-dzi-dzuuu, maar met de vrijheid des kunstenaars toverde Beethoven dat om naar het iconische ta-ta-ta-daaa. Dankjewel Ludwig, dankjewel geelgors. 
     Heel nuchter bezien zijn vogelgeluiden helaas een stuk minder lieflijk dan wij mensen graag denken. Teruggebracht naar de essentie, draait alles wat vogels 'zeggen' om de boodschap ik.
     Ik ben hier de baas, ik ben het sterkst, ik ben de mooiste, ik wil paren, ik heb de beste genen, ik ben de beste nestbouwer – hier bén ik. Achter al hun blijmakende zanglijnen gaat dus een egocentrische, protserige soms zelfs agressieve betekenis schuil. Denk: sociale media. Wat een afknapper!
     Misschien tegen beter weten in, vermoed ik echter dat er uitzonderingen zijn. Zo vond ik ooit een dode merel in de tuin, een vrouwtje. Ze leek nog geheel intact, lag op haar rug met ingetrokken pootjes. Ik heb haar begraven op de plek waar ik haar aantrof, aan de voet van mijn oude beuk.
     Diezelfde avond viel me iets op. In de top van diezelfde beukenboom bracht een mannetjesmerel urenlang een melancholisch klinkend lied ten gehore, totdat het duister inviel. En de avond daarop weer. Avond na avond zong hij, zittend op de hoogste tak.
     Ook in zijn boodschap zat wellicht een ik. Die van: ik mis je zo.

zondag 2 augustus 2026

Terry Kath

Zijn naam zal hier weinigen iets zeggen. Hij was lid van Chicago, mijn favoriete band uit het begin van de jaren zeventig, waarover ik al eerder schreef. Wat deze groep vooral uniek maakte, was de prominente aanwezigheid van blazers. Het zorgde voor een rock-jazz-fusion sound. 
     Terry Kath was gitarist en zanger, ook schreef hij teksten en muziek. Dat eveneens, typeerde deze zevenmansformatie. Chicago had geen frontman, het was een collectief van gelijken, een mini-democratie. Meerdere leden brachten de songs in, ook de vocals kwamen uit wisselende kelen. En inderdaad, vrijwel alle bandleden groeiden op in of nabij Chicago, The Windy City.
     
Terry Kath was wel dé gitaarvirtuoos. Legende Jimi Hendrix schijnt over hem te hebben gezegd dat hij the greatest guitarplayer in the universe was. Buiten Kath’s virtuositeit op de gitaar, had hij ook een krachtige bariton die volgens kenners soms zelfs op het geluid van Ray Charles leek, een andere muzieklegende.
     Naast zijn talenten had Kath ook een andere kant. Drugs. Én hij was verzot op vuurwapens, bezat zelfs een flinke collectie. De combi van deze twee 'liefhebberijen' zorgde ervoor dat Terry Kath slechts 31 jaar oud werd.
     Inmiddels verhuisd naar Californië (net als de andere bandleden), besloot Kath na een feestje nog even af te zakken bij vriend Don Johnson in diens huis in Woodland Hills. Terwijl ze zo, al dan niet onder invloed, met z'n tweetjes aan het chillen waren, speelde Kath met de revolver die hij gewoonlijk bij zich droeg – tsja, Amerika. 
     Johnson waarschuwde hem voor het gevaar, maar Kath stelde zijn vriend gerust door hem te demonstreren dat het wapen ongeladen was. Wat daarbij klaarblijkelijk over het hoofd werd gezien, was dat er zich nog één kogel in een van de cilinderkamers bevond. Hij zette het wapen tegen zijn hoofd om Johnson te overtuigen dat er niets kon gebeuren. En haalde de trekker over.
     Speculaties kwamen snel op gang. Kath zou bewust hebben gehandeld, zelfmoord dus. Hij zou ernstig depressief zijn geweest. Hij zou met zijn doorgesnoven kop een stoere gok hebben gewaagd en Russisch roulette hebben gespeeld waarbij de kans doorgaans 1 op 6 is. Maar aangezien zijn laatste woorden ‘Kijk maar, hij is ongeladen…’ waren, houden de meesten het er toch maar op dat het een stom ongeluk was.
     Terry Kath liet een vrouw en tweejarig dochtertje achter. Hij werd begraven in Glendale, Californië. Dus niet in The Windy City. Zijn gitaar- en stemgeluid leeft voort bij de fans van Chicago.

Terry Kath, 1946-1978.
Foto: Frank White (1975). Bron: Wikimedia Commons.