Een Rus in mijn WC, een geinige boektitel voor een kleine waarheid. Dat zit zo.
Het wasbakje in mijn toilet, ook fonteintje genoemd, was aan vervanging toe. Een nieuw exemplaar plus kraantje, sifon en toebehoren was snel gehaald bij de bouwmarkt. Maar het vervangen van het oude fonteintje door een nieuwe leek mij toch te hoog gegrepen. Een oude wijsheid der Papoea's indachtig – Draag alleen een peniskoker als je je man-zijn waar kunt maken – besloot ik deze klus uit te besteden.
Ik deponeerde mijn opdracht bij Werkspot, een online bemiddelingsbureau dat uitvogelt welke vaklui in jouw area opereren én interesse hebben in de werkzaamheden. Daags later stond Valery op de stoep, een Rus zo bleek. Een boom van een vent met een hoofd dat veel weg had van de huidige tsaar. Bijna een archetype. Grijsblond stekeltjeshaar, wijde jukbeenderen, bleke huid en irissen van gletsjerijs. Het Engels dat hij sprak was verpakt in vet oostblokaccent. Na een korte praktijkinspectie van mijn kleinste kamertje volgde een gestaald gooddd met de diepe basstem van de schurk in een oude Bond-film. Valery leek er vertrouwen in te hebben, een goed teken.
Stiekem was ik ook benieuwd naar de man zelf. Ik zou hem bijvoorbeeld willen vragen waarom hij in Nederland verbleef, maar dat kon geopolitiek wel eens gevoelig liggen. Wel kreeg ik uit hem los dat hij zes jaar (zes vingers) in Nederland woonde, wat ik lang vond voor iemand die de taal niet machtig was. Maar dat zei ik natuurlijk niet.
Terwijl hij aan de slag ging met boorhamer, draadkoppeling, waterleiding en kit, fantaseerde ik twee deuren verderop lichtelijk paranoïde over deze Russische expat. Misschien kluste hij in zijn vrije tijd wel voor het Kremlin. Spielerei met drones? Hacken? Je weet het nooit met dat steppenvolk van tegenwoordig.
Uiteindelijk klaarde Valery de klus naar volle tevredenheid. En als ik nu op de pot zit, en als vanzelf naar het fonteintje kijk, hoor ik hem nog steeds gooddd zeggen. Met vet oostblokaccent en de diepe basstem van de schurk in een oude Bondfilm.
zondag 28 december 2025
zondag 21 december 2025
Urineverlies
Een late decemberdag in de Flevolandse natuur. Doodstil, niemand te bekennen. Vertrokken vanuit het bezoekerscentrum Oostvaardersplassen, volg ik de Zeearendroute die met groene pijltjes is aangegeven. Ik heb dit pad al zo vaak afgelegd dat alles zowat werktuiglijk gaat. Ik loop hier vooral om de sores te laten varen én om mezelf straks in de kleine resto te trakteren op een kop warme chocolade. Zo gedachteloos voortgaand, is het wel zaak niet in de poep te stappen. Het pad ligt bezaaid met wagenwielgrote flatsen van vrijlopende hoefdieren, heel soms een vossendrol. Zo zie ik het graag: puur natuur en zonder opsmuk, een weldaad in deze kerstperiode.
Plots rijst pal voor me een blokkade op: een compacte kudde halfwilde koniks. Ik ben geen paarden gewend, dus wat nu? Wandelaars worden aangeraden afstand te houden tot de grote grazers, zeker als ze kleintjes hebben. En die hebben ze. Maar ja, de koniks staan midden op het verharde voetpad en de naastliggende ruigte is drassig. Maak ik een laffe omweg door de berm of toon ik moed?
Voetje voor voetje nader ik, maar hou mijn pas in zodra twee paarden zich losmaken van de groep en behoedzaam mijn richting op stappen. Vijf meter, twee meter, een meter, halve meter, decimeter én touchdown. Het voorste dier drukt zijn snufferd tegen mijn borst, zachte lippen tamponneren de riem van mijn schoudertas. Het tweede paard sluit aan, duwt zijn neusgaten in mijn kraag. Ik maak een afwerend gebaar, eigenlijk meer een afwijzende aai want ik wil geen ruzie met deze breedgeschouderde jongens.
Plots rijst pal voor me een blokkade op: een compacte kudde halfwilde koniks. Ik ben geen paarden gewend, dus wat nu? Wandelaars worden aangeraden afstand te houden tot de grote grazers, zeker als ze kleintjes hebben. En die hebben ze. Maar ja, de koniks staan midden op het verharde voetpad en de naastliggende ruigte is drassig. Maak ik een laffe omweg door de berm of toon ik moed?
Voetje voor voetje nader ik, maar hou mijn pas in zodra twee paarden zich losmaken van de groep en behoedzaam mijn richting op stappen. Vijf meter, twee meter, een meter, halve meter, decimeter én touchdown. Het voorste dier drukt zijn snufferd tegen mijn borst, zachte lippen tamponneren de riem van mijn schoudertas. Het tweede paard sluit aan, duwt zijn neusgaten in mijn kraag. Ik maak een afwerend gebaar, eigenlijk meer een afwijzende aai want ik wil geen ruzie met deze breedgeschouderde jongens.
Intussen is ook de rest van de kudde genaderd, schuurt zich langs me heen, grazend, snuivend, boerend, pissend. Een in expliciete staat van opwinding verkerende hengst probeert en passant een merrie te beklimmen, maar wordt ferm afgewezen. We vormen nu één organisme gekenmerkt door penetrant paardenzweet, oprispend gebries, rillende huidspieren, wilde waaierstaarten, donkere wimpers, dooraderd oogwit. Ik durf me amper te bewegen, hou de adem in, verlies wat urine.
Een klein uur later sta ik weer in het bezoekerscentrum. Geen bezoeker te bekennen. Bij de counter bestel ik warme choco, kies een stoel bij het raam en kijk naar de natuur waar ik zonet nog deel van uitmaakte. Zo gezeten voelt het nat rond het kruis, maar achter het borstbeen zit iets dat verdomd veel lijkt op geluk.
Een klein uur later sta ik weer in het bezoekerscentrum. Geen bezoeker te bekennen. Bij de counter bestel ik warme choco, kies een stoel bij het raam en kijk naar de natuur waar ik zonet nog deel van uitmaakte. Zo gezeten voelt het nat rond het kruis, maar achter het borstbeen zit iets dat verdomd veel lijkt op geluk.
zondag 14 december 2025
Huidwarm
Voor mij uit liep een stelletje gearmd. Oftewel, de vrouw had haar arm achterlangs die van de man gehaakt. Ik vond dat opmerkelijk omdat ze nog vrij jong waren.
In het verleden liepen veel paartjes arm in arm. Getrouwd, verloofd, verliefd – oud en jong. Naast stelletjes zag je ook vriendinnen ingehaakt rondgaan, of ouders met hun opgroeiend kroost. Ikzelf deed dat een enkele keer met mijn moeder – zij leidde. Bijvoorbeeld als ik meeging (of mee moést) naar de Haagse binnenstad om kleding of schoolspullen te kopen bij V&D, C&A, De Bijenkorf, Kreymborg, Hema of Peek & Cloppenburg. In die stadse drukte voelde gearmd lopen veilig voor een onzekere juveniel. En ’s winters lekker warm. Later, toen moeder op leeftijd was, deden we dat weer, maar dan leidde ik.
Arm in arm lopen zie je anno nu – de hoogtijdagen van het individualisme – veel minder, behalve bij ouderen. Buiten hen wordt deze manier van lopen slechts toegepast door mensen die hulp behoeven omdat ze slecht ter been zijn. En dat kunnen dus ook geblesseerde jongeren zijn die ondersteund van het sportveld strompelen, of gewonde soldaten van het slagveld. Daarnaast zie je soms visueel beperkten gearmd lopen, wellicht bij gebrek aan een hoogopgeleide labrador.
Belangrijkste ingrediënt bij deze loopwijze is de aanwezigheid van een medemens, of in de nabije toekomst een huidwarme robot. Dat komt dan heel goed uit, want lijfelijk contact schijnt voor aanmaak van gelukstofjes te zorgen. Als ontluikende geluksgoeroe stel ik daarom voor dat iedereen verplicht ingehaakt over straat gaat, maakt niet uit met wie. Oud met jong, licht met donker, straight met queer, keppeltje met bruinhemd, hooligan met EO-jongere. Tabee individu, welkom wij-gevoel. Desnoods vraag je willekeurige voetgangers of ze dezelfde kant op gaan. Hup, inhaken en door. Wie toch zo nodig in z'n uppie over straat moet mag rekenen op eenzame opsluiting, dus dát ook in je uppie. Aardige bijvangst: lagere misdaadcijfers.
In het verleden liepen veel paartjes arm in arm. Getrouwd, verloofd, verliefd – oud en jong. Naast stelletjes zag je ook vriendinnen ingehaakt rondgaan, of ouders met hun opgroeiend kroost. Ikzelf deed dat een enkele keer met mijn moeder – zij leidde. Bijvoorbeeld als ik meeging (of mee moést) naar de Haagse binnenstad om kleding of schoolspullen te kopen bij V&D, C&A, De Bijenkorf, Kreymborg, Hema of Peek & Cloppenburg. In die stadse drukte voelde gearmd lopen veilig voor een onzekere juveniel. En ’s winters lekker warm. Later, toen moeder op leeftijd was, deden we dat weer, maar dan leidde ik.
Arm in arm lopen zie je anno nu – de hoogtijdagen van het individualisme – veel minder, behalve bij ouderen. Buiten hen wordt deze manier van lopen slechts toegepast door mensen die hulp behoeven omdat ze slecht ter been zijn. En dat kunnen dus ook geblesseerde jongeren zijn die ondersteund van het sportveld strompelen, of gewonde soldaten van het slagveld. Daarnaast zie je soms visueel beperkten gearmd lopen, wellicht bij gebrek aan een hoogopgeleide labrador.
Belangrijkste ingrediënt bij deze loopwijze is de aanwezigheid van een medemens, of in de nabije toekomst een huidwarme robot. Dat komt dan heel goed uit, want lijfelijk contact schijnt voor aanmaak van gelukstofjes te zorgen. Als ontluikende geluksgoeroe stel ik daarom voor dat iedereen verplicht ingehaakt over straat gaat, maakt niet uit met wie. Oud met jong, licht met donker, straight met queer, keppeltje met bruinhemd, hooligan met EO-jongere. Tabee individu, welkom wij-gevoel. Desnoods vraag je willekeurige voetgangers of ze dezelfde kant op gaan. Hup, inhaken en door. Wie toch zo nodig in z'n uppie over straat moet mag rekenen op eenzame opsluiting, dus dát ook in je uppie. Aardige bijvangst: lagere misdaadcijfers.
zondag 7 december 2025
Spoiler alert
Ik zag Train Dreams, een speelfilm over een rondtrekkende houthakker, diep in de wouden van Idaho, begin vorige eeuw. Vanaf hier geldt spoiler alert.
De wat stugge, zwijgzame houthakker ontmoet een vrouw, bouwt voor hen een blokhut langs een rivier. Ze krijgen een kindje. Ze zijn gelukkig. Maar hij moet soms maanden van huis om geld te verdienen met zijn werk voor de spoorwegen. Als hij, na zo'n lange afwezigheid, op een dag thuiskomt ontdekt hij dat een enorme bosbrand hun huisje heeft verslonden. Van vrouw en kind geen spoor.
Verder gaat zijn leven, in stilte en eenzaamheid. Hij bouwt op dezelfde plek een nieuw huisje. Hij neemt weer werk aan. Soms hakt hij hout, soms doet hij iets anders, waar dan ook. Als hij thuis is, voor zijn blokhut zit, staart hij naar de rivier, de velden, de boomtoppen. Op zijn hoed kaatst zonlicht, drupt regen en dwarrelt sneeuw. Hij ziet een grizzly doodgemoedereerd voorbij wandelen. Hij adopteert een nestje zwerfhonden. Hij wordt ziek, ligt te ijlen, wordt weer beter. Leven doet hij van de natuur en van toevallige klusjes. Het bittere gemis van vrouw en kindje verdwijnt echter nooit, neemt soms zelfs hallucinante vormen aan.
De jaren verstrijken zonder verdere hoogte- of dieptepunten. Zelfs twee wereldoorlogen passeren hem relatief ongemerkt. Wel ziet hij Amerika veranderen. Bijl wordt motorzaag, de natuur verliest steeds meer terrein, houten huizen maken plaats voor stenen, auto's worden gemeengoed, vliegtuigen komen over. Op zijn oude dag, laat zestiger jaren, ziet hij ergens op een openbaar beeldscherm hoe een van de eerste astronauten vanuit zijn ruimtecapsule de aarde filmt. Met een blik van ongeloof kijkt de nu bejaarde man via het scherm naar de aardbol waarop hij staat.
Verder gaat zijn leven, in stilte en eenzaamheid. Hij bouwt op dezelfde plek een nieuw huisje. Hij neemt weer werk aan. Soms hakt hij hout, soms doet hij iets anders, waar dan ook. Als hij thuis is, voor zijn blokhut zit, staart hij naar de rivier, de velden, de boomtoppen. Op zijn hoed kaatst zonlicht, drupt regen en dwarrelt sneeuw. Hij ziet een grizzly doodgemoedereerd voorbij wandelen. Hij adopteert een nestje zwerfhonden. Hij wordt ziek, ligt te ijlen, wordt weer beter. Leven doet hij van de natuur en van toevallige klusjes. Het bittere gemis van vrouw en kindje verdwijnt echter nooit, neemt soms zelfs hallucinante vormen aan.
De jaren verstrijken zonder verdere hoogte- of dieptepunten. Zelfs twee wereldoorlogen passeren hem relatief ongemerkt. Wel ziet hij Amerika veranderen. Bijl wordt motorzaag, de natuur verliest steeds meer terrein, houten huizen maken plaats voor stenen, auto's worden gemeengoed, vliegtuigen komen over. Op zijn oude dag, laat zestiger jaren, ziet hij ergens op een openbaar beeldscherm hoe een van de eerste astronauten vanuit zijn ruimtecapsule de aarde filmt. Met een blik van ongeloof kijkt de nu bejaarde man via het scherm naar de aardbol waarop hij staat.
Een jaar later gaat hij dood, alleen, in zijn eenvoudige blokhut aan de rivier.
Ik vond het zeldzaam mooie cinema. Spaarzame dialogen, een voice-over die de scenes kalm aan elkaar praat. Een levensverhaal zonder plot, net zoals bij vrijwel iedereen, waarna de vergetelheid alles toedekt. Train Dreams is zowel een uiterst indringend beeldverhaal als een rustige vertelling over een door omstandigheden solo levend mens. In dit geval een zwijgzame houthakker. En zijn spaanders.
Ik vond het zeldzaam mooie cinema. Spaarzame dialogen, een voice-over die de scenes kalm aan elkaar praat. Een levensverhaal zonder plot, net zoals bij vrijwel iedereen, waarna de vergetelheid alles toedekt. Train Dreams is zowel een uiterst indringend beeldverhaal als een rustige vertelling over een door omstandigheden solo levend mens. In dit geval een zwijgzame houthakker. En zijn spaanders.
Trailer zien? Klik HIER. Film is te zien op Netflix, getiteld Treindromen.
Abonneren op:
Reacties (Atom)

