Alle mensen op de hoofdpijnpoli, maar ook de patiënten of bezoekers in de wachtruimtes die ik ontmoette, waren zelfs meer dan aardig. Superaardig. Mijn behandelaren waren overigens allen vrouw, wat niet vreemd is in de zorg. De neuroloog, co-assistent, hoofdpijnverpleegkundige, de fysio, mensen op de prikpoli, receptie, de restaurantcaissière: allemaal ontzettend aardige dames. Ze complimenteerden me bovendien met het feit dat ik van zover was gekomen ondanks het barre winterweer.
Nu moet ik toegeven dat ik die pluimen best verdiende, want de rit was zenuwslopend. Per trein was geen optie aangezien de dienstregeling haperde. Dus ploegde ik moederziel alleen in mijn skelter-op-zomerbandjes door de spekgladde polder en over de Veluwe die weliswaar was omgetoverd tot een winterwonderland, maar door de elementen getransformeerd was tot een bobsleebaan vol verraderlijke chicanes bestaande uit sneeuwschuivers, al dan niet geschaarde vrachtwagens en andere ploeterende weggebruikers die om wat voor reden dan ook van A naar B moesten ondanks de waarschuwing Blijf Thuis! Maar ja, ik had die serie afspraken nu eenmaal staan, dus ging ik plichtsgetrouw op mijn ingesneeuwde doel af als een sintbernardshond met een vaatje brandy om zijn nek. En dát werd dus uitbundig op prijs gesteld door al die superaardige luitjes in het Gelre Ziekenhuis te Zupthen. Zelfs toen ik aan het eind van de middag met kleumende vingers stuntelde bij de betaalautomaat op de parking, snelde iemand me te hulp. Aardig, aardig, aardig.
Op dit punt gekomen zitten sommige lezers mogelijk te wachten op een knipoog of kwinkslag, zoals het een column betaamt. Die moet ik helaas teleurstellen. Ik eindig heel gewoon met een warm hart in een koude wereld. Superaardig dus.
Op dit punt gekomen zitten sommige lezers mogelijk te wachten op een knipoog of kwinkslag, zoals het een column betaamt. Die moet ik helaas teleurstellen. Ik eindig heel gewoon met een warm hart in een koude wereld. Superaardig dus.
