zondag 11 januari 2026

Superaardig

Op een extreem winterse dag moest ik naar het Gelre Ziekenhuis in Zupthen. Hier stond een serie medische afspraken gepland die een voor een zouden worden afgewerkt. Afgewerkt klinkt hier een beetje negatief, maar ik bedoel het goed en aardig.
     Alle mensen op de hoofdpijnpoli, maar ook de patiënten of bezoekers in de wachtruimtes die ik ontmoette, waren zelfs meer dan aardig. Superaardig. Mijn behandelaren waren overigens allen vrouw, wat niet vreemd is in de zorg. De neuroloog, co-assistent, hoofdpijnverpleegkundige, de fysio, mensen op de prikpoli, receptie, de restaurantcaissière: allemaal ontzettend aardige dames. Ze complimenteerden me bovendien met het feit dat ik van zover was gekomen ondanks het barre winterweer. 
     Nu moet ik toegeven dat ik die pluimen best verdiende, want de rit was zenuwslopend. Per trein was geen optie aangezien de dienstregeling haperde. Dus ploegde ik moederziel alleen in mijn skelter-op-zomerbandjes door de spekgladde polder en over de Veluwe die weliswaar was omgetoverd tot een winterwonderland, maar door de elementen getransformeerd was tot een bobsleebaan vol verraderlijke chicanes bestaande uit sneeuwschuivers, al dan niet geschaarde vrachtwagens en andere ploeterende weggebruikers die om wat voor reden dan ook van A naar B moesten ondanks de waarschuwing Blijf Thuis! Maar ja, ik had die serie afspraken nu eenmaal staan, dus ging ik plichtsgetrouw op mijn ingesneeuwde doel af als een sintbernardshond met een vaatje brandy om zijn nek. En dát werd dus uitbundig op prijs gesteld door al die superaardige luitjes in het Gelre Ziekenhuis te Zupthen. Zelfs toen ik aan het eind van de middag met kleumende vingers stuntelde bij de betaalautomaat op de parking, snelde iemand me te hulp. Aardig, aardig, aardig.
     Op dit punt gekomen zitten sommige lezers mogelijk te wachten op een knipoog of kwinkslag, zoals het een column betaamt. Die moet ik helaas teleurstellen. Ik eindig heel gewoon met een warm hart in een koude wereld. Superaardig dus.

zondag 4 januari 2026

Achterhaald of achterlijk?

Ik werd ingehaald door een hardloopster. In weinig aan de fantasie overlatend lycra snelde ze voort met op haar hoofd een koptelefoon. Kort daarop kruiste mij een vormeloos wezen gehuld in een donkerbruine boerka. Gelet op het enig menselijk zichtbare – donker omlijnde ogen – leek het mij een vrouwmens. De hardloopster met haar koptelefoon en de boerkadraagster vormden zowel een contrast als gelijkenis. Dat laatste doordat beiden typische cultuurproducten zijn. Net als linkse jongeren in de vorige eeuw die met de zwarte baret van Che Guevara dweepten, of hoge officieren met een steek op hun hoofd in de 19e eeuw, of gepoederde kapsels in de eeuw daarvoor. Fraaie uitingen van plaats en tijd, maar daarbuiten potsierlijk.
     De draagster van de boerka behoeft wel enige nuancering. Weliswaar is ook zij, zoals ik al noemde, een cultuurproduct, maar dan wel van een achterhaalde cultuur die maar van geen wijken weet, zelfs in regio's waar ze geen historie kent. Aangezien de Koran géén boerka voorschrijft (zelfs een hoofddoek lijkt meer interpretatie dan voorschrift), ligt de oorsprong in een eeuwenoude tribale cultuur die gestoeld is op kuisheid en bescherming tegen een boze buitenwereld. Het bijzondere daaraan is dat ze júíst die verdorven buitenwereld (het Westen) is binnengetrokken, ongetwijfeld om er beter van te worden. Opportunisme is niemand vreemd.
     Vaak kiezen de dames zelf voor deze vorm van lichaamsbedekking, heel vaak niet. In laatste geval ligt dat aan de mores binnen een gemeenschap die zich kenmerkt door groot statusverschil tussen de seksen. Hierbij geldt dat de heren erop toezien dat hun vrouwen, dochters en zusters aanstootloos over straat gaan. De eer van de familie is immers in het geding. Maar binnenskamers mogen de remmen weer los en maken de heren retegraag gebruik van hun privileges, niet zelden op gebiedende wijze. Bekeken vanuit eigentijds westers perspectief is het van een treurnis die kenmerkend is voor vastgeroeste ideeën die net zo kansloos zijn als een logge stadsduif tegenover een slechtvalk. Mijn wens voor 2026 is daarom dat je dit soort dogmatische geloofsculturen gewoon achterhaald mag noemen, zónder te vrezen voor intimidatie of geweld. Zo niet, dan past achterlijk beter.

De snelste van ons allemaal: de slechtvalk. In duikvlucht haalt hij 300 km p/u.
Zijn belangrijkste prooi: duiven.