zondag 26 november 2023

Splendid isolation

Over Bali valt een boel te vertellen. Maar laat ik, nadat ik er onlangs een tijdje vertoefde, het omschrijven als de plek waar paradijs en hel tegen elkaar schuren.
     Op dit Indonesische eiland (zeg, de helft van Nederland) is alles betoverend. Geen wonder dat het reeds vanaf begin vorige eeuw kunstenaars en bohemiens aantrok. Het vreedzame en tolerante hindoeïsme, het mystieke, de kleurrijke cultuur en de overweldigende natuur - tot WO2 liepen er nog tijgers en panters rond - maakten Bali tot een paradijselijk oord.
     Maar de splendid isolation verkruimelde met de opkomst van het massatoerisme. Het verklaart de schuurplek met de hel. Op het godeneiland struikel je over de ruim zes miljoen braakballen die Boeings en Airbussen er jaarlijks uitspugen. De bekende Henks & Ingrids aller landen, hipsters met haarknotjes, culi's met tuitmondjes, pensionado’s, surfers, snorkelaars, feestgangers, zonaanbidders, overwinteraars, honeymooners, Instagrammers, overjarige hippies, yogi's, backpackers, alles toetert door elkaar heen op het smalle, overvolle asfalt en rond tourist traps. Een kritische hoteleigenaar vertrouwde mij toe dat er ook steeds meer Javanen hier naartoe komen om, na een uurtje varen, tijdelijk de islam in te ruilen voor de Balinees-hindoeïstische tolerantie en hier hypocriet de bloemetjes buitenzetten. 
     Natuurlijk springen de locals - reeds 4,5 miljoen in aantal en zich rap vermeerderend - handig op de toeloop in. Als taxichauffeur, scooterverhuurder of hotelmedewerker scoor je immers meer roepia’s dan als ploeterende tonijnvisser of kruimelboer. 
     Vanzelfsprekend verschilt de heisa enorm per eilanddeel. Er zijn heus nog plekken waar ik een overweldigende rust en schoonheid ervoer, met name in het noorden. Maar er waren minstens zoveel situaties waarin stress en ergernis deze neuroot overmande. En nu hoor ik meteen roepen: ‘Duh, dit weet je toch als je naar Bali afreist?’ Welnu, daarin heeft men gloeiend gelijk. Ik haast me dan ook te melden dat ik er naartoe ging voor familiebezoek. Dat ik dit ter verdediging aanvoer toont meteen ook de pijnlijke verwording van het aardse paradijs dat Bali ooit was.
     En toch.
     Toch blijft het trekken. Vanwege de familie natuurlijk. En de kleurrijke pracht. En de zon. En de zee. En het bordje mie goreng met een eitje als ontbijtje.

zondag 19 november 2023

Sheherazade

Sommige dingen vallen mee, sommige tegen. Zo bezocht ik niet lang geleden een in het ziekenhuis praktiserende kno-arts. De man wilde voor onderzoek middels een camerasonde via mijn neus afdalen naar mijn keel, wat me bijzonder onprettig leek. Goddank was het leed veel minder dan gevreesd. Het voelde vreemd, jeukte wat, maar geen centje pijn. Daverende meevaller. Daags daarna probeerde ik een nieuw keukenrecept uit, iets met courgettes. Hier het tegenovergestelde effect: het smaakte naar uitgedroogde aarde, viel dus vies tegen.
     Sommige dingen vallen niet mee én niet tegen. Mwah, zeg je dan. Zo slenter ik momenteel door de straten en steegjes van Doha, hoofdstad van Qatar, (olie)staatje aan de Perzische Golf, de regio waarover Sheherazade zo mooi vertelde in de Sprookjes van Duizend-en-een-nacht, denk aan Ali Baba, Sindbad, Aladin en al die andere feeërieke types. Ik ben op doorreis, maak hier een tussenstop inclusief één overnachting in het dynamische stadscentrum. Dit oord voldoet precies aan mijn ideeën vooraf. Bloedheet, baardige mannen in witte jurken, ultramoderne architectuur afgewisseld met kleurrijke souqs, klaagzangerige minaretten, een vogelmarkt (met o.a. jachtvalken) en een dromedaris die speciaal voor toeristen fotogeniek als kameel staat te acteren. Hotel, vervoer, eetgelegenheid, alles verloopt gladjes of is efficient geregeld, wellicht met dank aan de alom aanwezige arbeidsmigranten die hier het vuile werk verrichten, zoals het opruimen van dromedarispoep. De (meestal stinkend rijke) Qatari zelf zijn attent, voorkomend en vooral prettig gereserveerd. Zoals gezegd valt het me zowel niet tegen als mee, iets wat in dit verband volkomen betekenisloos is want waar het vanzelfsprekend vooral om gaat, is je eigen verwachting. En die luidde: heel aardig om de regio van de Sprookjes van Duizend-en-een-nacht eens aan te doen, maar dan voor slechts één nachtje, en zeker niet voor die andere duizend.

zondag 15 oktober 2023

Donald Duck

Van een heleboel is te veel. Tezelfdertijd is van een heleboel te weinig. Zo lopen veel mensen rond die heilig in het martelaarschap geloven, als opstapje naar het paradijs. Maar vreemd genoeg zijn er heel weinigen die een pratende eend in een matrozenpakje serieus nemen. Wereldwijd bestaat een overvloed aan landmijnen, daarentegen is schoon drinkwater soms op rantsoen. Te veel cocaïne versus een tekort aan hiv-medicijnen. Hordes voetbalhooligans tegenover luttele balletdansers. Enzovoorts.
     Soms echter, is van hetzelfde zowel te veel als te weinig. Neem geluid. Daarover klagen we vaak. We kwalificeren het dan als lawaai, kabaal, herrie, kortom overlast, iets wat alleen maar lijkt toe te nemen. Maar andersoortige geluiden hoor je steeds minder. Denk aan panfluiten, ritselende grashalmen of de roep van een rode wouw.
     Over geluiden gesproken.
     Jansen heette onze tekenleraar. Hij kon slecht tegen geroezemoes in de klas, eiste dan ook volkomen stilte, slechts het krassen van schetspotloden werd getolereerd. Wanneer zijn leerlingen rumoerig waren, riep hij met vet Haagse tongval iets pedagogisch als: ‘Hâh gòvvedomme je mùil.’ 
     Ik mocht de man wel. Eens vertelde hij de klas dat je elpees kon kopen (nu beter bekend als vinyl) waar niéts op stond. Slechts het korrelige ruisen van de pick-upnaald zou hoorbaar zijn. Het bewijs hiervan heb ik nooit gevonden, dus of Jansen dit uit zijn duim zoog weet ik niet, maar het idee vind ik een halve eeuw later nog altijd intrigerend.
     Soms denk ik nog aan mijn vroegere tekenleraar. Niet alleen bij letterlijke geluiden, maar ook figuurlijke. Iedereen lijkt zich namelijk te willen presenteren, meningen buitelen over elkaar. 'Lawaai' alom. Opiniemakers, influencers, roepers en duiders vechten om aandacht. Het verklaart mede de populariteit van babbelshows op tv en spitse columns in kranten en bladen. 
     Via dit blog ventileer ook ik met enige regelmaat irrelevante weetjes, ideetjes en ervarinkjes. Ongevraagd nog wel. Denkend aan meneer Jansen's Hâh-gòvvedomme-je-mùil, doet deze pratende eend er daarom de komende tijd het zwijgen toe. De lezers verdienen het.
     Geniet ervan en wie weet tot later.

zondag 8 oktober 2023

Poezenvrouwtje

Op een voetgangersbrug kom ik haar tegen. Erna, een oud-collega. Ze is pakweg vijftien jaar jonger dan ik dus waarschijnlijk nog werkzaam. Overigens zie ik haar wel vaker in mijn buurtje, lopend of fietsend. Altijd solo. Ze zegt me dan altijd warmhartig gedag, maar tot een praatje komt het nooit, waarom weet ik niet. Nou ja, eigenlijk weet ik het wel: tijdens onze wederzijdse gedagzegging hou ik niet in, maar stap of trap arrogant door.
     Welbeschouwd ken ik Erna niet echt. Drs. stond voor haar naam, maar geen idee waarin. Ik vond haar altijd veel openheid uitstralen, daarnaast leek ze mij bevlogen. Zat ze niet in allerlei moeilijke raden en commissies? Van haar uiterlijk moest ze het weer niet zo hebben, maar daar maalde ze niet om, denk ik. Vrij klein en rond en altijd in jeans, sweater en op sneakers. Een beetje la-ma-waaien-kapsel, wat ik best kan waarderen. Ze leek me sportief; was ze geen coach van een handbalteam?
     Erna dus.
     Midden op de voetgangersbrug kan ik dit keer haar brede lach niet weerstaan: ‘Hee. Alles goed me je? Zit je nog steeds op kantoor?’ Het floept er zomaar uit; zonder enige sturing stap ik uit mezelf. Ik hoor haar antwoorden, maar luister amper. Ze haalt een blonde haarsliert uit haar ineens bevallige gezicht. En dat zomaar op een winderige brug, niemand om ons heen.
     Thuisgekomen traceer ik haar op het wereldwijde smoelenboek. Veel foto’s in huiselijke sfeer. Zo te zien is ze een vrijgezellig poezenvrouwtje. 
     Hoe een op leeftijd zijnde, afgetobde kater diep vanbinnen nog kan spinnen.

zondag 1 oktober 2023

Kuifje

In de verte zie ik bij een doorgang naar het strand een ziekenauto geparkeerd staan. Ergens daarachter zwem ik zomers, maar nu is het er uitgestorven. Dus ja, wat doet die ambulance daar?
     Dichterbij gekomen merk ik dat het geen ‘echte’ ziekenauto is. Hij is wel van hetzelfde type en grootte, maar de striping is minder vreeswekkend. In plaats van de bekende signaalkleuren is-ie vooral rustgevend wit met blauw. Ter plekke gearriveerd lees ik op de flanken de tekst Der Wünschewagen met daaronder een kleiner opschrift dat meer klaarheid schept: Letzte Wünsche wagen. Een Duitse mobiel dus, met dito kentekenplaten. Het is me duidelijk, ik ken het concept. Een vrijwilligersorganisatie lost, met gebruik van een speciaal uitgerust voertuig, de verlangens in van mensen die zich in hun aller-allerlaatste levensfase bevinden, bijvoorbeeld door ze te vervoeren naar dierbare locaties.
     Stapvoets fietsend, kijk ik door een opening in de bosschages naar het strand. Aan de waterlijn staat een brancard op vier hoge wieltjes die daarnet nog slingerende lijntjes in het zand tekenden. Eromheen staan twee mensen gebogen. Een derde, in uniform, houdt eerbiedig afstand. De persoon op de brancard ligt er behaaglijk ingepakt bij, wel zo lekker met de frisse wind. Aan het hoofdeinde steekt uit de dekens een grijs, verwaaid kuifje. Zo mooi. Zo triest.
     Weer verder trappend, denk ik aan de voor mij bijzondere plekken die ík eventueel voor het grote uitzwaaien nog eenmaal zou willen aandoen, maar kom daar niet uit. Misschien wil ik dat ook wel helemaal niet, dat terzijde. Maar het is grandioos dat deze mogelijkheid bestaat. Dat iemand bijvoorbeeld helemaal uit Duitsland naar mijn stad wordt gereden om vanaf een zandstrandje nog eenmaal over het IJsselmeer te kunnen kijken. Zo triest. En evenzo mooi.


zondag 24 september 2023

Titanic

We gaan de nachtschuit in, een zeldzame uitdrukking. Het staat voor het begin van de herfst als donkere tijden aanbreken. En na herfst volgt winter. Een duistere reis van in totaal een half jaar wacht ons, met de nachtschuit dus. Mooie metafoor, een varend schip in het donker. Prompt zie ik de Titanic voor me, vóór de overstekende ijsberg. Een scherpgetekend, zwart profiel glijdt door een kil, zonloos decor. Gelukkig straalt uit de patrijspoorten warm lamplicht. 
     Met het wisselen van de vier seizoenen heb ik overigens weinig moeite. Wél onder twee voorwaarden: 1. De herfst duurt slechts anderhalve maand. In die tijd passeren fikse hoosbuien en stormen, maar dan ‘s nachts als ik behaaglijk onder mijn dekbedje lig. Overdag schijnt de zon opdat ik me kan laven aan het beeldschone coloriet van herfstblad en vermiljoenrode kabouterpaddenstoelen. 2. De winter duurt eveneens hoogstens anderhalve maand, maar dan naar behoren. Dus met ijs op de grachten en besneeuwde velden waarboven een helblauw hemelgewelf. 
     Samengevat mag de hele reis met de nachtschuit van mij drie maanden duren waarbij de zon overdag ook nog 'ns overvloedig schijnt. Dit alles heeft tot gevolg dat direct na de Scheveningse Nieuwjaarsduik de lente weer losbarst waardoor ik met vergoelijkende glimlach toekijk hoe de uit Noord-Afrika teruggekeerde tjiftjaf reeds in januari vrolijk op mijn drogende wasgoed schijt. Dit even voor het plaatje.
     Zo speciaal ben ik niet. Met mij zullen daarom vast hele volksstammen dit soort malle meteorologische fantasieën koesteren. Jammer jongens, onze wensen worden niét ingewilligd. We gaan hiero gewoon met zijn allen zes maanden lang die verrekte nachtschuit in om voort te ploeteren door weer, wind en duisternis. Soit. Gelukkig kan het binnenin onze kajuiten best gezellig zijn, al dan niet geholpen door kaarsvuur, elektrische dekens, lichttherapie, serotoninepillen, alcohol of andere middeltjes die drijvende ijsbergen doen smelten. Hoe dan ook, een behouden vaart gewenst.

zondag 17 september 2023

Waardeloos

In mijn schuurtje hangt al honderd jaar een stevig touw aan een roestige spijker. Het is pakweg vijf meter lang en één centimeter dik. Ik heb werkelijk geen idee hoe ik eraan kom. Mogelijk is het achtergelaten door het verhuisbedrijf dat mij/ons lang geleden hier naartoe migreerde. Voor zover ik het me herinner, was het enige wat ik ooit met dat touw deed, het voorttrekken van de slee met mijn twee toen nog kleine jongetjes erop over sneeuw en ijs. Nestwarme winterpret.
     Het bijzondere aan touw is dat het geld waard is als het bij de bouwmarkt ligt. Maar zodra je het hebt aangeschaft en ingekort, wat je om wat voor reden dan ook altijd doet met touw, verliest het zijn geldelijke waarde. Dat betekent weer niet dat het meteen waardeloos is. Met mijn dikke touw kun je nog steeds met gemak een automobiel verslepen, een dressoir een verdieping omhoog takelen of een drenkeling dan wel alpinist redden. Wat ik probeer te zeggen is dat iets volkomen waardeloos is maar in praktische zin toch van grote waarde kan zijn. 
     Diametraal aan 'waardeloos' touw staan de diamanten schedel van Damien Hirst, de Zwarte Steen in de Kaäba te Mekka of het wandtapijt van Bayeux. Dit zijn juist weer voorbeelden van attributen waar je praktisch gezien geen moer aan hebt, maar toch onschatbaar waardevol zijn - en blijven. 
     Op dit punt aangekomen kan een snufje relativering geen kwaad. Want zelfs de meest waardevolle bezittingen, kunstschatten, relikwieën, obligaties of grondstoffen zijn binnen een nanoseconde compleet waardeloos zodra astronomen ontdekken dat een komeet op ramkoers met de aarde ligt waardoor ons leven in een hel zal veranderen. In dat geval kan een stevig stuk touw juist weer bijzonder waardevol zijn. Bijvoorbeeld om het lijden te verkorten.