donderdag 12 juli 2018

Louis van Gaal

In 1995, de hoogtijdagen van de club, speelde Ajax in Tokio om de wereldbeker tegen de kampioen van Zuid-Amerika, het Braziliaanse Grêmio. In de aanloop naar die match ging er op de parking voor het hotel iets mis met het laden van de koffers in de spelersbus. Ajaxtrainer Louis van Gaal ontplofte daarop vulkanisch en schold en plein public het mannetje dat verantwoordelijk was voor de logistiek de huid vol. Erger kun je een Japanner niet vernederen dan hem zo openlijk te schofferen. Maar oppergod Van Gaal had maling aan de plaatselijke zeden en ging schuimbekkend tekeer vanwege een paar koffers. Sinds dit door microfoons en camera's geregistreerde moment, label ik hem als een over het paard getilde, dictatoriale oetlul met mega-lange tenen en een door Tata Steel vervaardigde plaat voor zijn kop.
Binnenkort heeft het VPRO-programma Zomergasten een hele avond Aloysius Paulus Maria van Gaal te gast. Een zoveelste poging hem te duiden. Ik ga niet kijken, maar het wordt vast een leerzame avond voor VPRO-kijkers die zich wensen te verdiepen in de zielenroerselen van een over het paard getilde, dictatoriale oetlul met mega-lange tenen en een door Tata Steel vervaardigde plaat voor zijn kop. En voor masochisten.



zondag 8 juli 2018

Punthoofd

Blok, ik vind dat een sterk woord. Blok klinkt zoals het is, blokkig. Iets dat zwaar en vierkant is. ‘Hij is een blok aan mijn been’ is een uitdrukking die dan ook sterk tot de verbeelding spreekt. Je kunt geen kant op, zit vastgeketend aan iets zwaars. Hartstikke duidelijk. Hetzelfde geldt het begrip ‘een blok vormen’. Je ziet het voor je, een groepje gelijkgestemden dat zich schrap zet. Een stug en onbuigzaam geheel, hakken in het zand. Lastiger wordt het met ‘ik viel als een blok in slaap’. Slaap associeer ik met prettig comfort, met schaapjes en fris linnengoed. Maar als een blok inslapen lijkt toch meer op half dood neerzijgen, wat minder comfortabel is. Nog moeizamer wordt het met ‘ik viel als een blok voor hem/haar’. Hier is verliefdheid in het spel en daarbij denk je eerder aan vlinders en nachtegaaltjes dan aan iets dat looiig en hoekig is. En dan is er nog het werkwoord blokken wat staat voor hard studeren. Studeren als een stel zware, vierkante objecten lijkt me niet de methode om te slagen voor je vmbo. Al met al krijg ik van dit soort taalbeschouwingen een punthoofd, of zelfs een blokhoofd. Hoogste tijd voor een bètablokker. Maar eerst een blokje om.


woensdag 4 juli 2018

Swimming Pool

Wandelend door de witte zalen van het prachtige museum Voorlinden te Wassenaar, liep het kind in mij zich alvast te verkneukelen op Swimming Pool, de spraakmakende installatie van de Argentijnse kunstenaar Leandro Ehrlich. Een zwembad oefent op een kind immers dezelfde aantrekkingskracht uit als een zuipkeet op een boerenpummel uit de Achterhoek. Afijn, na een fraaie serie abstracte, realistische en erotische kunst te hebben opgezogen, stonden we ten langen leste voor Swimming Pool. Het kunstwerk meet slechts 3x6 meter en is verbluffend gewoon. Op ’t oog een ordinair plonsbadje zoals je die in veel villawijken aantreft. Maar de grap is hier natuurlijk dat je over de bodem kunt lopen zonder nat te worden - da's pas echt kunstig. Aangezien we op dat moment de enige bezoekers in de zaal waren, zag ik niet zo gauw hoe in dat verrekte zwembadje te geraken. Ik schoot daarom een suppoost aan.
‘Meneer, hoe kom ik…’
‘Dáár,’ klonk het kortaf waarbij de suppoost verveeld naar een half verscholen trappengangetje wees. Waarom de man zo kortaf was, was achteraf begrijpelijk: die vraag werd hem duizend keer per dag gesteld. Enigszins beschaamd vanwege mijn onvermogen zelf de toegang te vinden, daalden we via de kleine trappengang af naar de bodem van het zwembad. En daar kwam het kind in mij pas écht tot leven. Een kind dat 'onder water' imbeciele zwembewegingen maakte waarbij hij totaal vergat zich middenin een wereldberoemd kunstwerk te bevinden. Wat natuurlijk het kenmerk van ware kunst is, namelijk dat je je omgeving vergeet. En jezelf.



donderdag 28 juni 2018

Weldoeners gevraagd

Laat ik er niet omheen draaien: ik zoek een of meerdere geldschieters. Weldoeners eigenlijk. Ik sta namelijk voor vier projecten waar ik extra pegels voor behoef. Het is aan de begunstiger welk project hij of zij wenst te steunen, want ach, daar is men natuurlijk geheel vrij in.
Ten eerste wil ik een roadtrip door de VS maken van de oost- naar de westkust. Kost pakweg 4000 euro. Als tegenprestatie beloof ik mijn weldoener(s) dagelijks op de hoogte te houden van mijn vorderingen én van de omineuze toestanden die ik in Trumps achtertuin aantref. Ten tweede wil ik weer naar de Gordel van Smaragd om mijn kleinzoon te visiteren. Kost zo'n 3000 pietermannen. De afstand tussen de kleine James en zijn opa vindt men vast heel zielig, dus dat moét lukken. Als tegenprestatie zal ik de gulle gever(s) regelmatig informeren omtrent het wel en wee van de 250 miljoen Indonesiërs die merendeels onder de knoet zitten van een religie die in de 7de eeuw door een Arabische vechtjas bij elkaar is gefantaseerd. Ten derde ben ik van plan een e-bike van het Veluwse merk Stella aan te schaffen. Kost eveneens een slordige 3000 muntjes aangezien ik een pittig sportmodel ambieer. Als tegenprestatie zal ik mijn donateurs freewheelend op de hoogte houden van de stand der natuur in de Oostvaardersplassen, de Noord-Veluwezoom en de Flevopolders in het algemeen, want dat is mijn foerageergebied. Ten vierde, maar zeker niet ten laatste, zoek ik een maandelijkse aanvulling op mijn pensioen. Als tegenprestatie beloof ik - tot aan mijn hemelen - dag en nacht een T-shirt te dragen met daarop een ode aan mijn weldoener (m/v). Bijvoorbeeld: I 💙 Maxima. Of: I 💚 Willem Alexander. Of: I 💛Stella. 
Ik hoor van jullie.




zondag 24 juni 2018

Koffietijd

Even een fikse kop koffie. Zwart en sterk. En een goede sigaar. Dadelijk staan we binnen weer met zijn allen gebogen over de tafel die een slagveld voor moet stellen, kilometers hier vandaan, maar dan zonder de modder, zonder desolaatheid, zonder de ratten, zonder de soldaten. Lijntjes die gelijke hoogtes verbinden. Cijfers die de hoogte aangeven. Als volgende week die mijnen de lucht ingaan, kunnen we weer nieuwe lijntjes trekken en nieuwe cijfertjes noteren. We hebben blokjes waar we mee schuiven en die stellen elk tig mensen voor en ofschoon het iedere week voor een groot deel andere mensen zijn, zijn het steeds dezelfde blokjes.
Er zal er wel weer een zijn die voorstelt een fiks bombardement te starten om dan na een week of zo de doorbraak te forceren. Of om nog meer gas te gebruiken. Of om meer elitetroepen in te zetten. Of of of of. Alsof we het niet allemaal al hebben geprobeerd en het niet allemaal al een keer, of zelfs als meerdere keren, is mislukt. Maar ja, wat moet je dan? De oorlog moet gewonnen worden en dat kan alleen door om de tijd aan te vallen anders zitten we tot God weet wanneer in die loopgraven te koekeloeren. Nou ja, ‘we’. Wij houden het hier wel vol in dit kasteel met de wijn en de biefstukken. Maar of dat voor de soldaten en lage officieren ook opgaat? Twijfel. Niet dat ik dat zo dadelijk ga zeggen hoor. Ik kijk wel uit. Ik ben niet gek. Dan word ik er zelf nog heen gestuurd ook nog. Nee hoor, ik kijk even bedenkelijk en zwaarwichtig, maar knik dan, zeg dat het een fantastisch plan is, alleen even misschien, heel misschien, een klein beetje, een heel klein beetje, rekening houden met dit of rekening houden met dat, maar dan gaat het zeker lukken deze keer. Maar uiteraard lukt het ook deze keer niet. Maar wat maakt dat uit. De oorlog is ook dan nog lang niet voorbij en dus zullen we over een tijd weer rond de tafel staan en met blokjes schuiven. En weer zal ik het plan dat dan geopperd wordt waarlijk briljant vinden en zeggen dat het deze keer zeker de geplande en allesbeslissende doorbraak zal opleveren. En als het inderdaad lukt die keer, of de keer erna, of de keer daar weer na, dan zullen historici gaan schrijven over ons grote strategische en tactische inzicht, over onze moed om zo’n gedurfd plan, waar toch echt de nodige haken en ogen aan zaten, toch door te zetten. En al die voorgaande keren worden vergeten dat we over de tafel gebogen stonden en met precies hetzelfde plan op de proppen kwamen, maar dat toen gigantisch mislukte. En we zullen zelf zeggen dat het natuurlijk een risico was, maar het was goed doordacht en zonder risico win je nooit et cetera et cetera terwijl we in feite net zo met de handen in het haar zaten als al die eerdere keren en eigenlijk alleen maar weer eens wat probeerden omdat je nu eenmaal wat moet proberen.
Zo de koffie is op. De sigaar neem ik mee naar binnen. Een beetje genieten mag wel als we weer een paar duizend mensen naar hun schepper kletsen.

dinsdag 19 juni 2018

Malloten

In 1980 liep het smokkelschip Panagiotis vast op de klippen van het Griekse eiland Zakynthos. De bemanning wist zich te redden, maar de boot ging verloren en spoelde uiteindelijk aan op het strand van een nagenoeg verborgen lagune vlakbij het gehucht Navagio. Omdat een bergingsoperatie in dit woeste deel van het eiland te veel zou kosten, lieten de Grieken – klassiek Mediterraans – de boel de boel. Het schip ligt er dus nog. En da’s maar goed ook, want hij is, wellicht samen met de Akropolis in Athene, het meest gefotografeerde object van heel Griekenland. Begrijpelijk, de setting is welhaast van een surrealistische schoonheid.
Het strandje in de smalle baai van Navagio is slechts over zee te bereiken. Voor de liefhebbers is het schip echter ook vanaf een hoge rotswand te bewonderen. Wie van dat panorama wil genieten moet daar wel wat voor over hebben: een chagrijnig makende wandeling in de Griekse hitte over ruig terrein en langs doornige struiken. En dat was nou precies wat mijn begeleidster en ik onlangs deden. Wat mij nog chagrijniger maakte waren de drommen Engelsen, Duitsers, Scandinaviërs, Russen, Polen, Tsjechen, Italianen, Chinezen en mede-Kaaskoppen die allen hetzelfde van plan waren, namelijk dat ene unieke shot te maken dat om dezelfde reden al lang niet meer uniek is. Ter plekke werden er natuurlijk ook uitvoerig aanstellerige selfies gemaakt en eveneens waren er enkele Aziatische nerds met drones in de weer voor spectaculaire air shots. Tja, baas boven baas in fotoland. Een klucht natuurlijk, want al die plaatjes van het gestrande smokkelschip kun je overal op het internet vinden, bovendien prijkt hij op miljoenen posters, ansichtkaarten en kalenders, meestal veel fraaier dan dat al die fotograferende toeristen op de rotsen van Zakynthos voor mekaar krijgen. Bij het zien van deze gekte drong zich bij mij daarom de gedachte op dat de aarde niet wordt bevolkt door 7,5 miljard Homo sapiens, maar door 7,5 miljard van scoringsdrift bezeten malloten. Toegegeven: mijn begeleidster en ik waren daar twee van. Maar ik kan nu tenminste wel roeptoeteren het onderstaande plaatje zélf te hebben geschoten, ofschoon ik daarmee mijn eigen mallotigheid vet onderstreep.  

De inmiddels verroeste resten van de Panagiotis op Navagio Beach.
Het schip smokkelde sigaretten en sterke drank van Griekenland naar Turkije en terug,
totdat het in 1980 tijdens een storm vastliep op de klippen van het eiland Zakynthos.
De locatie is op twee manieren te bekijken, een moeilijke en een makkelijke:
1. vanaf de rand van een bloedstollend steile afgrond die men bereikt via een pittige wandeling
door rotsachtig terrein of 2. via een van de vele toeristenbootjes die deze hotspot dagelijks aandoen.
Optie 1 is indrukwekkender en fotogenieker, maar optie 2 is veel comfortabeler,
bovendien is er dan gelegenheid tot zwemmen in deze goddelijke baai.  




woensdag 30 mei 2018

Lelystad Airport

Vliegtuigen zijn lawaaierig en vervuilend. Dus was het te verwachten dat er nogal wat boze omwonenden opstonden tegen de opening van Lelystad Airport. Ze kregen hun zin, de ingebruikneming van de nieuwe luchthaven werd uitgesteld tot 2020. Maar tegen die tijd volgen er beslist nieuwe protesten, vooral vanuit Gelderland en Overijssel waar men het meeste last meent te hebben van laagvliegende Boeings.
Maar waarom dan geen protesten tegen de honderdduizenden recreanten die de campings, hotels, bungalow- en attractieparken in deze twee mooie provincies aandoen? Busladingen vol, en anders wel colonnes auto’s, caravans en motormuizen die het fraaie groen en de verstilde dorpjes teisteren. Het antwoord ligt voor de hand: al die toeristen en dagjesmensen brengen euro's mee waardoor de bezwaren (verkeersdrukte, herrie, vervuiling, aantasting van de natuur) smelten als poolkappen. Het toekomstig vliegverkeer van en naar Lelystad echter, zadelt Gelderland en Overijssel op met herrie waar geen euro's tegenover staan. Tja.
Wat we hier dus zien is een kwestie van eigenbelang. Maar dat zeg je niet hardop en dus vertaalt men het graag naar 'onbetrouwbaar regeerbeleid' of 'sjoemelende luchtvaart'. Prima allemaal, bovendien is er niks mis met eigenbelang. Maar een minder prettig kenmerk ervan is dat het vrijwel altijd haaks staat op het belang van iets of iemand anders. In dit geval haaks op het economische belang van Lelystad én het welzijnsbelang van bewoners rondom Schiphol. Overigens kies ik overmorgen vanuit laatstgenoemd vliegveld het luchtruim - sorry, omwonenden. Gek genoeg wil dat zeggen dat ik de komende tijd uit de lucht ben. Tabee.