zondag 15 januari 2023

Vernedering

In de laatste klas van de lagere school regeerde juf Brouwer. Naast een krachtige overbeet werd ze gekenmerkt door haar hang naar orde en stilte. Op een keer, tijdens een opstel, liep ze de klas uit. Ik zag mijn kans schoon en begon te keten met het jochie naast mij. Wat ik niet wist was dat juf Brouwer via een tussendeur was teruggekeerd en pal achter me stond. Vanuit die positie verraste ze me met een snoeiharde oorvijg. 
     In datzelfde schooljaar hadden we gym van meester De Bruyn, een geblokte oud-KNIL-militair met Molukse wortels. Ook hij was gesteld op discipline. Eens, bij aanvang van de les, stond de klas in een rijtje opgesteld terwijl hij, gezeten op een lage houten bank, op z'n dooie gemak zijn gymschoenen aandeed. Mijn altijd verstrooide klasgenoot Gerard meende toen half binnensmonds Oh! Carol van Neil Sedaka te moeten lip-neuriën, een populaire song in die tijd. De Bruyn had één gymschoen aan, maar stond op en liep naar Gerard om hem met de andere links en rechts (forehand-backhand) op zijn wangen te kleunen.
     Op de middelbare school probeerde meneer Letsch (uiterlijk een archetypische SS-officier) mij wiskunde bij te brengen - zonder succes. Eens, na een proefwerk, werd ik door Letsch naar voren geroepen. Vanaf de verhoogde lerarentafel liet hij mij het resultaat zien: een vel papier vol rode striemen met erboven het cijfer 1 ‘voor de moeite’. Daarna toonde Letsch het papier spottend secondelang aan de klas. Uiteindelijk maakte hij er een propje van en smeet het ver van zich af waarna hij mij opdracht gaf het op te rapen. Pure vernedering en een bekraste kinderziel.
     Bovenstaand schoolbeeld is gelukkig (?) volledig gekanteld en genoemde leerkrachten zijn waarschijnlijk naar de eeuwige, pedagogische jachtvelden. Maar klasgenoot Gerard loopt wellicht nog rond met op beide wangen de profielafdruk van een gymschoen.

Oh! Carol van Neil Sedaka horen? Klik HIER






zondag 8 januari 2023

Graffiti

Naast de gereformeerde kerk bevindt zich een parkeerterrein. Als ik langsloop is het er uitgestorven. Wel staat in het uiterste hoekje een grote metalen container geparkeerd, een blauwe. Op die container is in witte letters de tekst gespoten: Why are we here?
     Waarom in het Engels, vraag ik me af. Interessanter is echter de afkomst van de tekst. Je denkt dan al gauw aan met spuitbussen uitgeruste hangjongeren die hun twijfels over het doel dan wel nut van het leven willen uiten. En waar kun je dit soort dilemma's beter kwijt dan pal voor een godshuis, waar men meestal passende antwoorden heeft op grote vragen, want die staan nu eenmaal op schrift. Juist daarom denk ik toch eerder dat deze graffiti van de kerk zélf afkomstig is. Dit om bij haar gemeente, en met name bij de jongeren onder hen, het heilige vuur brandend te houden. De tekst wijst er immers op dat we hier om bepaalde redenen zijn. Veel gelovigen zijn daar zeker van en willen het daarom graag uitventen.
     Twintig minuten later, terugkomend van een boodschap, lees ik de gestelde vraag op de container voor een tweede keer: Why are we here? Jammer dat ik geen verfspullen bij me heb, denk ik nu. Ik zou het enig correcte antwoord er namelijk dolgraag onder willen weergeven en wel in de vorm van een cartoon. Met mijn verfbus zou ik, heel simpel, de ontmoeting tussen een zaadcel en een eicel uitbeelden. Elke andere uitleg waarom we hier zijn berust op nattevingerwerk.


  



zondag 1 januari 2023

Mens erger je niet

De praktijk voor mondhygiëne is zopas verhuisd naar een nieuw pand. Ik heb een afspraak, meld me aan bij receptioniste Maud, neem in de wachtruimte plaats aan de centraal geplaatste, grote ovalen designtafel en neem de nieuwe omgeving op. Zo zie ik het graag: stemmige wandkleuren, grote ruiten waardoor sferisch winterlicht binnenglijdt, een manshoge kentia palm die voor groen zorgt, hier en daar aardige kunst aan de muren. Aan één wand hangt ook een tijdschriftenrek vol uitnodigende glossy's. Voor elk wat wils: gezondheid, mode, fitness, kookkunsten, interieurs, reizen, klassieke auto’s, tuinen en natuurlijk de betere damesbladen.
     Terwijl ik me installeer met Carros, een chique automagazine, komen drie karamelkleurige vrouwen binnen die ook plaatsnemen aan de designtafel (eigenlijk een belachelijk woord voor een meubelstuk). Een mooie moeder met, zo te zien, haar net zo mooie, jongvolwassen tweelingdochters. Ik stel me voor dat de moeder Cecilia heet en haar dochters Anisha en Edselia, of zoiets. Nauwelijks gezeten, grijpen de drie dames gehaast naar hun mobieltjes – mijn favoriete ergernis. Ik zie én hoor lange nagels druk over schermpjes razen.
     Haast vanzelfsprekend moet ik hier in stilte weer iets van vinden. Ik bedoel: je bent hoogstwaarschijnlijk voor het eerst in deze smaakvolle ruimte en je hebt een rek vol glanzende magazines onder handbereik, dit alles om het wachten zo geriefelijk mogelijk te maken alvorens je smoel grondig gereinigd wordt. Maar neen, het enige dat je interesseert is je mobieltje.
     Terwijl ik me vergaap aan foto's van een boterbloemgele Mercedes-Benz 300SL Roadster uit 1960, zie ik vanuit mijn ooghoeken dat de dames vooral druk zijn met hun socials en influencers. Cecilia, Anisha en Edselia zijn, kortom, bezig met zichzelf én met de bubbel waarin zij zich vast 24/7 bevinden. Daar is sec weinig verkeerds aan. Maar zo’n luchtbel kan zomaar een beperkte blik opleveren, wat weer kan resulteren in amechtig najagen van hypes, dramatiseren van dagelijks nieuws, vasthouden aan bedenkelijke (complot)theorieën en vooral oeverloos roddelen.
     Ja sorry hoor, maar aangezien hele generaties inmiddels dit gedrag vertonen, ziet een zeurderige boomer als ik de wereld al snel naar de verdommenis gaan. Gelukkig is dit zwarte scenario ook weer betrekkelijk, althans voor wie voldoende wijs- en soepelheid van geest bezit, zodat men in staat is te onderkennen dat dit veranderende proces van alle tijden is. Vraag aan mezelf: bezit ik voldoende wijs- en soepelheid?
     Neem nu de introductie van de stoommachine. Of nee, een leuker voorbeeld is de komst van de televisie in de Nederlandse huiskamer tijdens de vijftiger jaren van de twintigste eeuw. Een magisch oog dat aller aandacht zoog. Vooral de toen oudere generaties hadden er moeite mee. Zij kenden nog de tijd dat men de avonden (dank, Gerard Reve) met zijn allen ‘knusjes’ rond de eettafel doorbracht, wellicht omdat zich daar de enige lichtbron bevond. Vader las een krant of boek, moeder breidde een trui of babysokjes, de kinderen maakten hun huiswerk of speelden Mens Erger Je Niet. Daar kon geen televisietoestel tegenop, vonden destijds nogal wat traditionelen. We weten hoe dat afliep: de televisie bracht verandering in de vorm van een ánder soort gezelligheid, soms ook knus, soms ietsje minder. Het leven werd er misschien niet beter van, maar ook niet per se slechter. En zo gaat het met veel nieuwigheden.
     Hohoho, hier begint toch iets te wringen. Jazeker, veranderingen zijn er altijd, en min of meer natuurlijke ontwikkelingen zijn niet te stoppen. Toch denk ik stiekem dat de overgang destijds van Mens Erger Je Niet naar het medium televisie, minder indringend was dan de triljarden digitale lijmdraden die je nu - van geboorte tot dood - in hun wurggreep houden.
     Door zo te (blijven) redeneren bestaat natuurlijk de kans dat ik veel te ouderwets en pessimistisch acteer. Zo ja, dan ben ik net zo’n sneu als de vorige generaties senioren die door de eeuwen heen hoofdschuddend naar modernismen en innovaties keken, wat kwam doordat ze al deze veranderingen niet snapten, laat staan konden behappen.
     Ineens begin ik serieus te vrezen ook tot deze oude kniezers-categorie te behoren. Gelukkig helpt Sabrin, mijn vertrouwde mondhygiëniste, me uit de zelfgegraven kuil. Ze opent haar deur, zegt mijn naam, maakt een lief kom-maar-gebaar. Ik schuif daarop mijn stoel naar achteren, ga staan, loop op haar af. (In een film gaan de beelden nu over in slomo en zwelt muziek aan.) Sabrin is nauwelijks ouder dan de in zichzelf gekeerde tweeling achter me. Maar zij staat wél open voor haar omgeving, is belangstellend, voorkomend en eveneens mooi met haar bruine ogen, Sheherazade-wenkbrauwen en matroesjka-hoofddoekje. Haar verschijning in de deuropening, in de zachte gloed van haar behandelkamer, doet mijn stemming snel keren. 
     Ach, misschien komt het toch goed met de mensheid, met ons. Te beginnen in 2023. 



---
Dit blog wordt niet geredigeerd. Mocht je taal- of tikfouten tegenkomen, meld ze gerust, graag zelfs. Klik daarvoor onderaan de pagina op ‘reactie posten’ en geef het door. (Dit is niet zichtbaar voor anderen.) Overigens kun je hier ook andersoortige opmerkingen kwijt. Alvast dank.




zondag 27 november 2022

Herfstbladeren

Voor mijn deur had zich een goudbruine bladerberg verzameld, aangewaaid door de herfst. Het dode blad was van een gebalsemde schoonheid. Minder mooi was dat bij het openen van de voordeur steeds een deel van die herfsttooi meekwam. Een en ander zorgde voor een dilemma, want in tegenstelling tot de buitenboel zie ik mijn interieur graag opgeruimd. Daarom stapte ik met bezwaard gemoed en de bezem in de hand naar buiten om, met excuses aan Moeder Natuur, de bladerhoop op te vegen en vervolgens in de groencontainer te kieperen. Mijn entree lag er weer spic en span bij.
     Een uur later lagen er echter weer een paar blaadjes voor de ingang, want tsja: herfst. Vijf stuks welgeteld. Het vreemde was dat die vijf bladeren direct een doorn in mijn oog waren. Nu ik mijn hofje had ontdaan van een heuse berg herfstafval, was ik ineens overgevoelig voor losliggend blad! Mijn regelzucht en behoefte aan ordening hadden me dus in de problemen gebracht. (Trek dit voorbeeld gerust door naar grote wereldproblemen waaraan menselijk ingrijpen debet is.) Geërgerd raapte ik die paar blaadjes op. Een, twee, drie, vier en vijf. En dat zal ik wellicht de hele herfst en begin van de winter moeten doen - van mezelf.
     Daarom een ongevraagd advies. Stoor je niet aan gevallen herfstblad, het tekent het seizoen zo fraai. Laat het buiten gerust ophopen, desnoods tegen je voordeur. Zorg vooraf wel voor voldoende proviand, maar doe daarna voor niets of niemand meer open. Begraaf je als het ware onder je huiselijke bladerdek en hou je geruime tijd koest. Doe als een egel, dé manier om de wereld te redden.
     Dus tot later. 





zondag 20 november 2022

Stemverheffing

Ik trok een nummertje en nam plaats op een van de zitjes aan de raamkant van de apotheek. Er waren vier wachtenden voor mij. Drie apothekersassistentes stonden achter de balie, dus lang zou het niet duren.
     Prrrzzzoet, daar ging de eerste zoemer al en een van de wachtenden, een beschaafd ogende zeventiger, richtte zich op en liep naar de desk die zich op ongeveer vijf meter afstand bevond. Daar aangekomen hoorde ik hem duidelijk articuleren: ‘Ik kom hier met een vraag. Vorige week moest ik in het ziekenhuis een besnijdenis ondergaan.’ Mijn oren bewogen als die van een kat. ‘Ter nabehandeling kreeg ik van u flusoline’ De precieze naam van het medicijn weet ik niet meer, misschien ging het wel gewoon om vaseline. Daarna volgden enkele zinnen die ik niet goed kon volgen. Toen echter ving ik duidelijk op: ‘Het gaat om dat stukje vlees vlak achter de eikel. Moet ik dat nu vochtig houden of juist droog?’ Ik kromp ineen, keek weg. Ook bij de andere wachtenden bespeurde ik ongemak.
     Dat dit vertrouwelijke gesprek over enkele meters hoorbaar was, had twee redenen. Ten eerste was het juist op dat moment muisstil in de apotheek. Maar de grootste boosdoener was het transparante scherm dat boven de balie hing. Weliswaar was het mogelijk om via openingen aan de zijkant van deze viruswerende plaat de boodschap op meer gedempte toon over te brengen, maar dat had genoemde senior niet in de smiezen. In plaats daarvan meende hij juist met stemverheffing te moeten praten om verstaanbaar te zijn voor de assistente achter het scherm. En ja, als jouw fraai gearticuleerde, lijfelijke details dan via het plexiglas de wereld in kaatsen, sta je gevoelig voor lul.  

zondag 13 november 2022

Sportfestijn?

Over het aanstaande WK-voetbal is veel te doen. Er zouden in tien jaar tijd 6500 arbeiders zijn omgekomen bij de bouw van stadions. Een paar dagen terug hoorde ik de grootste populist van Nederland, Johan Derksen, dit aantal met een geheven vingertje noemen. En dan weet je dat hele volksstammen dit klakkeloos overnemen. 
     6500 bouwvakkers binnen tien jaar betekent 650 per jaar, wat weer inhoudt dat bijna 55 mannen per maand van de steigers vielen. Dat vind ik verdacht veel. Als ergens op de wereld een groep mijnwerkers omkomt, staan de kranten er vol van. Maar als in een oliestaatje maandelijks vele tientallen bouwvakkers verongelukken hoor je er weinig over - tot het WK in zicht kwam.
     Nu wil ik de ellendige omstandigheden waarin veel arbeidsmigranten op het Arabische schiereiland verkeren beslist niet bagatelliseren. (Ook niet van 'onze' gastarbeiders, toen en nu.) Maar de mens is van nature een opportunist die, zeker bij een kommervolle thuissituatie, op zoek gaat naar iets beters. Helaas valt het resultaat nogal eens tegen. Veel op drift geraakte Bengalezen en Nepalezen worden in oorden als Qatar, Bahrein en Dubai stevig uitgebuit. Ze werken er onder verstikkende omstandigheden waardoor velen creperen of zelfs sterven. De meesten aan ziektes, kwalen, uitputting, stress, misdaad, heimwee, verdriet, zelfmoord of verkeersongelukken. In Qatar alleen al was vijfenzestighonderd het veelgenoemde sterftecijfer over de laatste tien jaar. Volgens meerdere onderzoeken kwam een klein deel van hen om tijdens de bouw van voetbalstadions. Dat laatste blijft natuurlijk schokkend, maar 6500 doden of een klein deel daarvan is best een verschil. 
     Voor dit soort nuance moet je natuurlijk niet bij meningenkanon Johan Derksen zijn. Maar die heb je ook helemaal niet nodig. Naast het genoemde arbeidersleed zijn er namelijk genoeg redenen te bedenken om faliekant tegen een 'gekocht' sportfestijn te zijn, gehouden in een steenrijk oliestaatje vol middeleeuws gedachtegoed. Maar dat alles maakt de aanstaande wereldkampioen vast niets uit. Geen bal, zogezegd.

zondag 6 november 2022

Louis van Gaal

Tijdens ons loopje door Noordwijk aan Zee moet mijn begeleidster ineens hoognodig plassen. We staan recht voor de hoofdingang van het met vijf sterren (plus één Michelinster) pronkende Grand Hotel Huis ter Duin, als de natuur roept. Ietwat beschroomd betreden we de rode loper van het bordes en vervolgens de chique lobby. Ik verwacht streng aangesproken te worden door een portier die ons – sjofel gekleed – vraagt wat we hier in hemelsnaam dachten te komen doen. Niets van dat al. Vriendelijk lachen de talrijke, prettig ogende medewerkers ons toe en C. kan ongehinderd naar het toilet, omgeven door luxe porselein en gouden kranen.
     Ik blijf ergens in de centrale ruimte staan en zuig met achterlangs gekruiste armen de grandeur op. Gemarmerde vloeren waarop dikke tapijten, warme tinten alom, fraaie kunst aan de muren, kroonluchters, imposante bloemboeketten, dat werk. Al gauw gaan mijn gedachten naar ons nationale voetbalteam. Dit grote, luxueuze logement was immers in het verleden vaak de verzamelplaats van Oranje. Van hieruit bereidden spelers en staf zich voor op belangrijke toernooien. Ik zie de heren voetballers al een voor een met Louis Vuitton-rolkoffers hun intrede doen. Designerszonnebrillen op en oortjes in, dat laatste om contact te houden met het aardse. En ineens ontwaar ik tussen deze verveelde miljonairs onze huidige bondcoach, in mijn optiek het meest bespottelijke ego uit de nationale voetballerij en ver daarbuiten.
     Gelukkig brengt mijn begeleidster mij terug in de werkelijkheid; ze tikt op mijn schouder, is klaar. We besluiten via de achteruitgang Grand Hotel Huis ter Duin te verlaten. Langs mondaine terrassen en statig lange trappen dalen we af naar het Noordzeestrand. Ik weet dat in het recente verleden onze topvoetballers hier in het rulle zand op een speelse manier hun laatste oefeningen afwerkten alvorens op weg te gaan naar de glorie - of niet. 
     Iets verderop, op de vloedlijn, zie ik een transparant grijsblauwig ‘iets’ liggen. Het blijkt een aangespoelde kwal. En wederom doemt bij mij het beeld op van onze bondscoach.