zondag 27 april 2025

Mensen, feiten en ideeën

Het schijnt dat je onze soort kunt onderverdelen in drie favoriete gespreksonderwerpen: mensen, feiten en ideeën. Zij die het dolgraag over mensen hebben doen dat over kennissen, collega’s, buren of BN’ers (en over zichzelf). De tweede groep praat vooral over feitelijkheden zoals het nieuws, werk, stand der techniek, sportresultaten of beurskoersen. De derde groep gaat liever de diepte in, discussieert over achtergronden, filosofeert over universele waarheden, houdt zich bezig met zijns-vragen.
     Heel strikt zijn we daarin niet. Soepel van geest als de meesten van ons zijn, voegen we ons naar de omstandigheden. Toch, zodra we de kans krijgen, zal de ene graag over een collega roddelen, de ander het liefst over het rendement van Vattenvalls zonnepanelen oreren terwijl een derde zich hardop afvraagt of je een foetus al een mens(je) mag noemen en een bevrucht ei een kuiken. Ik bedoel maar.
     De huidige president van de VS is bij vrijwel iedereen een favoriet onderwerp van gesprek. Maar teruggrijpend naar wat ik zonet schreef, kun je ook hier verdeling aanbrengen. Mensen-mensen hebben het graag over zijn kapsel, zijn Grab 'em by the pussy-proza, zijn vrouw en kinderen. Praktisch ingestelden praten het liefst over zijn decreten en de wereldwijde gevolgen daarvan. Ideeën-mensen bespreken wat zijn presidentschap zegt over het tijdsgewricht waarin we ons nu bevinden en wat de kudde bezielt om achter dit soort leiders aan te lopen. In Donald Trumps casus bestaat echter nog een vierde categorie. Dat zijn de mensen die voor afzondering kiezen, onder een steen leven of op een verafgelegen eiland. Zij hebben nooit van Trump gehoord of houden zich totaal niet met hem bezig. Best mogelijk dat juist zij het beste af zijn.

zondag 13 april 2025

Badderen

Ergens op mijn landgoed staat op een laag stapelmuurtje een oelekan. Hoe ik aan dat ding kom weet ik niet, maar ik bezit dit familiestuk al heel lang. Velen kennen het woord niet, daarom: een oelekan is een brede, lage natuurstenen vijzel, bekend uit de Indische keuken. Ongetwijfeld is dit exemplaar binnen mijn stamboom dan ook vaak gebruikt bij bereiding van boemboes en sambals.
     Een keukenprins ben ik niet, dus mijn boemboes en sambals komen heel ordinair uit een pakje, zakje of potje. De betreffende oelekan stond zodoende eeuwenlang stof te vangen in de schuur. Tot ik op het lumineuze idee kwam dit werkeloze keukenattribuut te gebruiken als oerstevige drinkbak voor de vogels die mijn tuin aandoen. Het bleek een daverend succes.
     Zeker in dit tot nu toe droge, zonnige voorjaar is het een komen en gaan van vooral mussen, merels, kauwtjes en eksters. Ze komen er niet alleen hun dorst lessen, maar ook om heerlijk te badderen. Zien genieten is genieten, zeker voor een bejaarde luiwammes die doelloos in zijn tuinstoel hangt of vanachter zijn raam naar buiten koekeloert. Dat klinkt wellicht passief, maar ik ben er ook best druk mee, hoor. Met name als de wat grotere vogels een spetterend bad nemen dan raakt de ondiepe oelekan snel leeg. En dus slof ik op warme, zonnige dagen om de zoveel tijd heen en weer om water bij te vullen. Maar dat doe ik graag, het is dankbaar werk. Sterker: het is dankbaarder én nuttiger dan vrijwel alles wat ik tijdens mijn werkzame leven uitvoerde.

Links op de voorgrond de oude oelekan, ook wel tjobek genoemd,
Hij doet dienst als drinkbak en/of badderplaats voor vogels.
Een platte vijzel, in gewoon Nederlands.


zondag 16 maart 2025

Miljuschka

Op een stralende lentedag toerden we over verstilde polderweggetjes naar het schilderachtige vestingstadje Elburg. Mijn begeleidster wil er steevast van een ijsje smikkelen bij Casa Piccola, een tot ver buiten de regio vermaarde ijssalon. Zelfs Miljuschka, 's lands bekendste lekkerbek-influencer, heeft deze ijssalon in haar persoonlijke top drie staan. Dan weet je het wel.
     Bij Casa Piccola aangekomen zagen we een heuse TikTokrij van smachtende ijsliefhebbers. Ze stonden aangelijnd tot op de as van Elburgs autovrije hoofdstraat. Unisono besloten we af te zien van ijs en de massa te negeren.
     Met name TikTok, Instagram en X staan aan de basis van deze gekte, waar vooral de FOMO-generaties aan lijden. Dit soort media duwt de schaapjes richting de hotste burger-, friet-, döner, ramen, matcha, sushi, macchiato, ijs- of stroopwafeltent.
     En wij maar denken dat we van een hogere orde zijn dan, bijvoorbeeld, gnoes. In dat kader bezien is het wel bijzonder dat 'n één dag oud gnoekalf gewoon met zijn moeder meeloopt, terwijl een mensenbaby een sneue stumper is die jarenlang dient te worden gepamperd. Ontegenzeggelijk is een mens veel intelligenter dan een gnoe. De laatste staart dommig over de savanne totdat zijn tijd is gekomen om als voer te dienen voor andere dieren. Terwijl de mens juist extreme slimmigheidjes bedenkt als AI, TikTok, Instagram of X, stuk voor stuk tools die de kudde de weg wijzen naar levensgevaarlijke dictators of foute politici. Of naar de hipste vreettenten, bars, coffeeshops of ijssalons waardoor we massaal gaan lijden aan stress, dichtgeslibde aderen, diabetes, breinrot of gewoon kanker. 
     Nee heus, we zijn van een veel hogere orde dan gnoes. 

zondag 2 maart 2025

Not in my backyard

Onder mijn ruitenwisser stak een gele flyer. Hetzelfde beeld bij auto's van de buurtbewoners. Op het A4tje een tekst in vette kapitalen: 
Nee niet in Lelystad: Geen en-en-en
     Actievoerders protesteerden met dit vlugschrift tegen plannen voor een luchthaven voor zowel verkeersvliegtuigen als straaljagers én een explosieventerrein. 
     Al jaren bestaan plannen voor een 'vakantievliegveld', maar die waren afgekeurd, vooruitgeschoven, daarna opnieuw geopperd, vervolgens weer afgeschoten en wederom doorgeschoven. Daarnaast willen we de vijand buiten de deur houden en daarvoor lijkt stationering van F-35 jachtvliegtuigen op datzelfde vliegveld een prima middel, aldus Defensie. En de geruchten over een groot explosieventerrein nemen ook toe. Het zou, kortom, tezamen best veel herrie kunnen opleveren in en rond mijn polderstad.
     Typisch gevalletje niet-in-mijn-achtertuin. We willen van alles en nog wat. Vliegvakanties om ons leven op te tuigen. En een adequate luchtverdediging. En militaire oefen- en munitieterreinen. En goede weg- en railverbindingen voor (nog) meer mobiliteit. En denderende popfestivals om uit je dak te kunnen gaan. En zwiepende windmolens om onze energiehonger te dempen. En kerncentrales om minder afhankelijk te zijn van het buitenland. En massieve 'distributiedozen' voor de opslag van onze hebberigheid. En grootse sportmanifestaties waarbij je je held of club middels veel herrie kunt aanmoedigen. En de vrijheid om dagenlang vuurwerk af te steken. En betere handhaving van regels. En minder regels. En datacentra om bij te blijven in de AI-race. En duizenden satellieten boven je kop zodat je altijd en overal verbonden bent met de heisa. En. En. En. Enzovoorts. 
     Ik rukte de flyer los. Op weg naar de papiercontainer kneedde ik hem tot prop.



zondag 23 februari 2025

IJdel

Dagblad De Stentor belde voor een interview naar aanleiding van mijn nieuwe bundel. (Zie vorig blogje.) Met een gestreeld ego gaf ik mijn jawoord. 
     Tijdens het inleidende gesprek vertelde de journalist dat ze zocht naar de verbinding boek-regio. Ze had namelijk begrepen dat nogal wat verhalen zich afspeelden in Flevoland. Hoewel de meeste hoofdstukjes toch heus een universeel karakter hebben, wilde zij juist de focus op de omgeving leggen, mijn provincie.
     Met haar opnameapparaat tussen ons in en haar blocnote op schoot volgde een aangenaam vraaggesprek. Vanzelfsprekend hoopte ik dat ze vooral de spitsvondige uitspraken en interessante wetenswaardigheden des schrijvers zou oppikken en dat ze alle onzin die ik pleeg uit te kramen links zou laten liggen. Tijdens onze conversatie vermeldde ze terloops gebruik te maken van ChatGPT, want anders was ze wel heel veel tijd kwijt aan de uitwerking van een interview. Ik dacht..., nou ja, eigenlijk weet ik niet meer wat ik dacht.
     Twee dagen later ontving ik haar concept met aan mij het verzoek eventuele onjuistheden eruit te filteren, en wel zo snel mogelijk vanwege haar deadline. Ik deinsde terug van wat ik las, vond het een ratjetoe, onlogisch soms, van de hak op de tak. Van mijn o zo briljante quotes en wetenswaardige bevindingen vond ik weinig terug.
     Het liefst had ik het hele concept omgegooid, maar daar was geen tijd meer voor én je maakt er geen vrienden mee in het journalistieke en schrijvende wereldje waar ego en ijdelheid vaak een rol spelen – zie mijzelf. 
     Eén dag later stond ik over een héle krantenpagina afgedrukt, waarbij de helft van de drukinkt opging aan een afbeelding van mijn melige lachsmoel. Ik schrok me het lazarus, kroop weer in mijn schulp. Hoe ego en ijdelheid hun tol eisten.


vrijdag 21 februari 2025

Nieuwe bundel

Niet zo heel lang geleden was een boekenkast een statement. Het vertelde iets over de interesses en mate van belezenheid van de kastbezitter(s). De digitale prachttijd (?) bracht verandering. Bij velen bevindt zich nu hun hele bibliotheek in een e-reader. Aardig wat krantenlezers kiezen eveneens voor digitale berichtgeving. Toch is er nog steeds een hardnekkige groep die gevoel blijft houden voor papier. Net zoals bij tijd en wijle nog immer behoefte bestaat aan de tong van een ander te lebberen, de ribbels van een schelp te bevoelen of je neus te begraven in de pluizige vacht van Pip of Mimi, zo verlangen veel lezers nog naar een ritselende krant of het gewicht, de geur of het uiterlijk van een boek. 
     Veel boeken bezit ik niet meer, de meeste verdwenen naar de kringloop, sommige via Marktplaats. De bibliotheek voldoet prima. Áls ik een boek koop is het een cadeautje voor een ander. Het pakt zo plezant en verwachtingsvol uit, bovendien kunnen ontvangers het – als ze het hebben uitgelezen óf het niks vinden – weer doorgeven aan anderen. Zo heb ik zelf wel eens een uitgelezen pocket bewust achtergelaten in een treincoupé. Maar zo’n minibieb langs de straat is natuurlijk ook een tof idee. 
     Lang verhaal kort: aan een papieren boek is nog steeds niks mis.

Sinds kort in omloop: de verhalenbundel Oude Koeien.
Subtitel: Achter de wagen spannen
Inhoud: 168 pagina's
ISBN: 9789465015811
Prijs: €16,75 
Verkrijgbaar bij Bol.com of via de reguliere boekhandel.







zondag 16 februari 2025

Het systeem

Van huis vertrokken, knorde mijn autootje richting Markerwaarddijk, de verbinding tussen Lelystad en het Noord-Hollandse Enkhuizen waar ik een afspraak had. Pal na de brug over de Houtribsluizen, die vanuit Flevoland het begin van de dijk markeert, stopte ik op de naastgelegen parkeerplaats om mijn winterjas uit te trekken. Uitgestapt voor de verkleedpartij, viel me iets op. Normaal is het hier een geraas van (vracht)autoverkeer, nu was het doodstil. Vertwijfeld checkte ik de verkeersinformatie op mijn schermpje. Ik las dat zich uren eerder een groot ongeluk op de dijk had voorgedaan, dat die daarom was gesloten voor verkeer in beide richtingen. Dat betekende omrijden via Almere, Amsterdam, Purmerend en Hoorn, óf via de Afsluitdijk. Kut! Ik schakelde mijn navigatie-app in, die beval mij inderdaad om te keren en minstens honderd kilometer om te rijden. Kut-kut-kut!
     Maar wacht 'ns effe. Als de dijk al uren is afgesloten voor verkeer, waarom staat dat hier aan het begin nergens aangegeven? En waarom staan de brugbomen omhoog en kan ik vrijelijk doorrijden? Zou heel misschien de blokkade zijn opgeheven?
     Terwijl de satellietnavigatie nog steeds hamerde op een no go (‘Keer hier om ...’, zeurde een metalige vrouwenstem), besloot ik het er toch op te wagen. Mijn wantrouwen jegens 'het systeem' werd beloond: zonder enig oponthoud zoefde ik prinsheerlijk over een bijkans uitgestorven dijkweg naar Noord-Holland. 
     Achteraf bleek inderdaad dat het traject een kwartier voor mijn vertrek was vrijgegeven voor verkeer en dat de meldingen daarover achter de feiten aanliepen. Tsjonge, wat een geluk had ik dit keer
     Uit die twee laatste woordjes blijkt dat mijn glas steevast halfleeg is. Nogal wiedes. Het leven is kut, ook als het meezit.