Gisteren bezocht ik de Yonex
Dutch Open te Almere, ’s lands internationale badmintontoernooi.
Ik heb die sport jarenlang beoefend totdat m'n knieën op waren. Daarna keerde ik het wereldje de rug toe. Maar nu, een paar decennia later in Almere,
werd ik ineens weer overrompeld door de pracht van badminton dat, mits op niveau, als geen andere sport een fraaie mix is van reactiesnelheid, atletisch vermogen en topconditie. Zo zag ik hoe een Taiwanees en een Japanner mekaar in drie sets compleet uitwoonden,
hoe een (roodharig) Schots gemengd-dubbel zich kreunend en steunend vocht naar de
overwinning op een Duitse combinatie, hoe een elegante Deense en felle
Indiase om elk punt streden in hun damesenkelpartij. Vanaf de tribune genoot ik van de techniek, de lijven, inspanningen, emotionele kreten, het scoreverloop. Nu is het leuke
aan dit soort toernooien, dat deelnemende sporters ook vaak op de tribune zitten
om tegenstanders te observeren of om te relaxen tijdens de pauzes in hun wedstrijdschema's. Zodoende bevond ik me tussen een aantal in blauw-rode trainingspakken gestoken Russen, atletische jonge mannen en vrouwen. Ze hadden mooie hoofden, hun taal zat vol kleur en ze roken lekker, wat wellicht door de massage-olie kwam. Kortom: ik vermaakte me uitstekend in die Almeerse sporthal waardoor deze hernieuwde kennismaking met 'pluimbal' mij een gevoel bracht dat je het best kunt vergelijken met dat van Clara 24 die in het voorjaar voor het eerst weer weidegras onder haar bonkige poten voelt. Overigens is het best jammer dat de sport in onze contreien zo in de luwte bivakkeert. Ofschoon je ook kunt stellen dat luwte essentieel is, want met wind is het verrekt lastig badmintonnen.
vrijdag 13 oktober 2017
maandag 9 oktober 2017
Dwangneurose
Ze wandelden een meter of twintig
voor me uit, een moeder met een dochtertje van tien en een
zoontje van acht, schatte ik. De moeder liep met een geknikte nek te klootviolen op haar mobieltje terwijl het ventje zat te etteren. Ik zag hoe hij met een plastic speelgoedzwaard
dreigende uitvallen deed naar zijn grote zus. Het meisje negeerde hem cool,
wat ik knap vond. Totdat hij haar echt raakte, wat moést gebeuren.
Ze veranderde binnen één tel in een karateka en ramde haar broertje met haar vlakke hand vol
op zijn gezicht. Klets. Brullen. Ik zag dat de moeder zich losmaakte van haar smartphone - nu pas. Ze schreeuwde haar kroost toe. ‘Stelletje klieren [...] altijd als we [...] wat een shit dit,’ hoorde ik tussen flarden wind. Woést was ze, naar ik hoopte vooral op zichzelf.
Want als een buitenstaander op enige afstand al zag aankomen dat het hommeles zou worden tussen haar kinderen, dan mocht de moeder - pal naast ze lopend - zichzelf best doodschamen. Maar ach,
eigenlijk kon de vrouw er ook weinig aan doen. Ze leed nu eenmaal aan de dwangneurose die mobieltjes doorgaans genereren, een akelige aandoening die er meer inhakt dan tien speelgoedzwaarden.
woensdag 4 oktober 2017
Gemoed
Een droeve dag, misschien wel een van de meest droevige van het jaar. Ik heb
namelijk het tuinmeubilair schoongemaakt, ingeklapt en binnenshuis opgeborgen
opdat koning Winter er geen vat op heeft. Het betreft twee stoelen
en een tafeltje. Ze zijn weliswaar gefabriceerd van weerbestendig materiaal, maar toch wil ik niet dat ze goor worden, of sterk verweren, of dat ze broedplaatsen gaan vormen van allerlei gedierte dat schuilt voor de winterse elementen. Vanaf nu staan ze op zolder, droog
en warm. Dat heeft ook iets knussigs, zo van: ‘kom maar lekker binnen jongens,
waar het veilig en comfortabel is, want jullie horen er ook bij, hoor.’
Knus of niet, het blijft een uiterst sombere dag omdat ik voor
zes maanden afscheid nam van het buitenleven, van het goudgekleurde licht, van de mooie helft
van het jaar. Afscheid van het groen dat nu snel verkleurt en afsterft. Afscheid
van de warmte in je nek, de geur van gemaaid gras, het koude Palmpje op het terras,
in zekere zin van het leven. Het komende halfjaar brengen we meestentijds
binnen door. ‘Gezellig toch,’ hoor ik meerstemmig roepen, ‘kaarslicht,
prachtige herfstkleuren, feestdagen, winterpret.’ Best mogelijk, maar daarmee
verdrijf je niet het vroege duister, kleurloze landschap en zware gemoed. Vandaar de eerste zin.
vrijdag 29 september 2017
Genderneutraal
‘Ik wilde vanochtend mijn bloesje aantrekken, dat zit me zo-ho lekker. Maar ik dacht, nee meid, dat is toch iets te kil voor vandaag, hihi.’ Dit hoorde ik de vrouw zeggen tegen haar drie vriendinnen terwijl ze in een kringetje stonden op de parking in het bos. De vier AOW'ers - gezond en welvarend ogend - hadden er zojuist een natuurwandeling op
zitten. De oude meisjes droegen
allen hetzelfde soort jasje: zo’n lichtgewicht, gewatteerd ding dat 'iedereen' tegenwoordig draagt. Slechts in kleur was er onderscheid. Cyclaam, lentegroen, roestbruin en hemelblauw. De in deze leeftijdsgroep ooit zo populaire, maar nu oubollige hobbezakken van Human Nature (huismerk ANWB), hebben het definitief afgelegd tegen deze strak gelijnde, lichtgewicht jacks. Wat beide jasmodellen echter gemeen hebben is genderneutraliteit, want ach ja, dat virus waart rond.
Toen ze eindelijk waren uitgegiebeld namen de vier afscheid van elkaar ('Morgen zelfde tijd?') waarna ze zich
verdeelden over twee geparkeerde auto’s. Een Volvo V60 en een Mazda CX5,
glanzend nieuwe modellen. Beide stationwagens hadden een forse trekhaak.
Caravanvolk dus. Nu wist ik het zeker: er hangen veel oubollige 'ANWB-jassen' in de
kringloopwinkel.
zondag 24 september 2017
Soedah
Na de capitulatie van Japan in 1945 - die dus de vrede zou moeten inluiden - brak er in het bevrijde Nederlands-Indië een heftige afterparty los. Spectaculaire hoogtepunten van dit feest waren de twee door het Nederlandse leger uitgevoerde Politionele Acties. De eerste vond plaats tussen juli 1947 en januari 1948, de tweede tussen december 1948 en mei 1949. In de korte pauze tussen deze acties kwam ik er krijsend ter wereld, maar ach, soedah, 't is een terzijde.
De kille cijfers tonen dat 'Politionele Acties' een tamelijk eufemistisch begrip was, want in die overspannen na-oorlogse periode lieten niet minder dan 4751 Nederlandse militairen er het leven*. Dat is ruim tweemaal het aantal dat omkwam tijdens Hitlers Blitzkrieg in 1940. Het dodental onder Nederlandse(-Indische) burgers - vaak wraakacties - bedroeg tussen de vijf- en dertigduizend. Onder de tegenstanders - strijders voor de Indonesische onafhankelijkheid - vielen tussen de honderd- en tweehonderdduizend doden. ‘Politionele Acties’ ammehoela, brute oorlog was het! Dat realiseerde ik me weer eens toen ik onlangs De Tolk van Java las, de zo geprezen roman van Alfred Birney. Een goed boek waar ik me evenwel ook aan ergerde, maar oké, soedah. Het verhaalt de woede van een zoon jegens zijn tirannieke, geschifte vader die met een hutkoffer vol oorlogsgruwel naar Nederland was gevlucht, hier vervolgens een gezin stichtte dat fors ontspoorde. Wat me echter het meest trof in deze roman was - en is - de onduidelijkheid wat nu eigenlijk Indisch is. Je kunt er allerlei definities op loslaten, maar Indonesisch, Indisch, Nederlands-Indisch, Indo, Indo-Europeaan, Molukker, Ambonees, half caste, blauwe, pinda, et cetera, zijn termen die aan zoveel gevoelens, nuances en interpretaties bloot staan dat niemand het nog echt begrijpt, ook het bastaard-volk zelf niet, met hun doodvermoeiende gespletenheid. Hoewel, misschien begrijpen ‘we’ het best, maar is het amper uit te leggen. Ach, soedah, laat ook maar.
De kille cijfers tonen dat 'Politionele Acties' een tamelijk eufemistisch begrip was, want in die overspannen na-oorlogse periode lieten niet minder dan 4751 Nederlandse militairen er het leven*. Dat is ruim tweemaal het aantal dat omkwam tijdens Hitlers Blitzkrieg in 1940. Het dodental onder Nederlandse(-Indische) burgers - vaak wraakacties - bedroeg tussen de vijf- en dertigduizend. Onder de tegenstanders - strijders voor de Indonesische onafhankelijkheid - vielen tussen de honderd- en tweehonderdduizend doden. ‘Politionele Acties’ ammehoela, brute oorlog was het! Dat realiseerde ik me weer eens toen ik onlangs De Tolk van Java las, de zo geprezen roman van Alfred Birney. Een goed boek waar ik me evenwel ook aan ergerde, maar oké, soedah. Het verhaalt de woede van een zoon jegens zijn tirannieke, geschifte vader die met een hutkoffer vol oorlogsgruwel naar Nederland was gevlucht, hier vervolgens een gezin stichtte dat fors ontspoorde. Wat me echter het meest trof in deze roman was - en is - de onduidelijkheid wat nu eigenlijk Indisch is. Je kunt er allerlei definities op loslaten, maar Indonesisch, Indisch, Nederlands-Indisch, Indo, Indo-Europeaan, Molukker, Ambonees, half caste, blauwe, pinda, et cetera, zijn termen die aan zoveel gevoelens, nuances en interpretaties bloot staan dat niemand het nog echt begrijpt, ook het bastaard-volk zelf niet, met hun doodvermoeiende gespletenheid. Hoewel, misschien begrijpen ‘we’ het best, maar is het amper uit te leggen. Ach, soedah, laat ook maar.
zondag 17 september 2017
Apneu
Bij ons kleine appartement behoorde een zwembad. Ik
trok er graag baantjes, vooral in de namiddag wanneer het rustig was. Daarna liet ik me door de lage zon opdrogen op een van
de aanwezige ligbedjes. Op een mooie middag lag ik in die hoedanigheid te soezen. Ik was niet de enige; een paar bedjes verderop lagen twee Franse vrouwen. Ze vormden
een stel, dat was me duidelijk. De ene was mannelijk robuust, wat ik hier met reden vermeld. Ze snurkte namelijk als een sumoworstelaar met apneu. Haar partner, een lieflijke brunette met een paardenstaart, keek mij glimlachend aan. Ze haalde daarbij verontschuldigend haar schouders op. Maar even
later werd het de paardenstaart toch te gortig. Ze stond op om haar houtzagende vriendin op een
tedere manier te wekken. Dat lukte, waarna een hemelse stilte intrad die ik dankbaar omarmde. Maar achter mijn nu snel zwaarder
wordende oogleden herhaalde zich de liefdevolle aanraking waarmee de ene vrouw de andere wakker had gemaakt.
Iets later (ik was alle gevoel van tijd kwijt) werd ik wakker van mijn eigen gesnurk. Gegenereerd keek ik om me heen en zag
dat de Françaises waren verdwenen. Ik miste ze, voelde me verlaten, had het koud. De zon was achter de heuvels gezakt.
donderdag 14 september 2017
Zuid-Soedan
Een keuze maken is voor de moderne mens een ramp.
Het geeft onrust, twijfel of angst. Niet zelden
doen deze nare gevoelens zich juist voor op momenten dat je ze kunt missen als kiespijn. Zo zou je huwelijksdag een hele mooie moeten zijn – de mooiste zelfs. Maar neen, vrijwel iedereen stort zich in een pathetisch stressfeest. Vakantie, ook
zoiets. Denk Griekenland: een turquoise baai, witte huisjes met blauw
beschilderde luiken, druivenranken, ezeltjes, kortom de hele Hellenistische meuk. Toppie, maar waar ga je kanen? Bij het visrestaurantje op
de havenkade waar die verse octopusjes zo geinig hangen te drogen? Nee, daar zitten die schurftige zwerfkatten naast je tafel te bedelen. Op het terrasje onder de oude plataan
dan maar, waar die oude bouzoukispeler voor sfeer zorgt? Nee, daar is geen wifi. Bij die taverne met dat schitterende uitzicht over de Ionische Zee? Nee, kut, daar zitten die lawaaierige Engelsen uit dat
appartementje naast ons. Godskolere, wat een ellende. Zuid-Soedan, eat your heart out. En dan moet je ook nog eens de juiste keuze maken uit het menu. En voor welke wijn gaan we? Eerst een glas proberen of meteen maar een karaf? Gelukkig zit juist dáár de oplossing. Ga voor een karaf, klok die in een uptempo leeg en je zult zien dat alle keuzes de juiste bleken. Althans, voor even.
Abonneren op:
Posts (Atom)
