zondag 14 mei 2023

Bandeloos

Mijn autootje was aan nieuw schoeisel toe. Aangezien ik hiervoor geen vast 'mannetje' heb, dook ikzelf op de wie-wat-waar-vraag. Ten eerste: welke bandenboer? De ene aanbieder krijgt mooie reviews, maar de andere vraagt voor dezelfde bandenset en arbeid een paar tientjes minder. Dan de banden zelf. Hun maat is uitgangspunt, maar daarvoor moet je wel met je knietjes op de kasseien (leesbril erbij) om hem af te kunnen lezen op het ingedroogde en versleten rubber. Vervolgens komt de keuze tussen zomer-, winter- of 4-seizoenenbanden. Dan zijn er nog de verschillende merken. De A-merken zijn mij wel zo’n beetje bekend, maar het aanbod van budgetrubber is ook interessant. Dus ga je voor de gevestigde orde of een goedkoper alternatief? Daarna laat internet je ook nog nadenken over je prioriteiten. De ene band maakt weinig rolgeluid maar scoort matig met brandstofgebruik. De ander doet het qua brandstof juist goed, maar krijgt minpunten bij regen. Het is, kortom, een bos met veel bomen, voor iemand met mijn besluitvaardigheid een energievretende queeste.
     De keuze gemaakt – vier Vredestein Ultrac zomerbanden, 185x55xR15 82H – scrolde ik aan de wachttafel van KwikFit door De Telegraaf (ander leesvoer ontbrak) terwijl uit de werkplaatsen het geratel van pneumatische wheel guns stevig doorklonk. 
     Een half uur later reed ik weer op huis aan. Me afvragend of het nieuwe rubber voor een andere rijbeleving zorgde, werd ik ingehaald door een zwarte Audi Q7 voorzien van zodanig brede banden dat ze niet zouden misstaan op een Formule 1-bolide. De monsterlijke SUV werd bestuurd door een man die op Humberto Tan leek. Eén meter boven het gewone volk verheven, passeerde hij me met een snelheid die ver boven de wet lag. Terwijl Humberto zijn Q7 zo voortjoeg, wierp diens imposante schoeisel een steentje op dat tegen mijn voorruit ketste. Zag ik nou een pitje in het glas?
     Geen mens die het hoorde, maar mijn gescheld was bandeloos.

zondag 7 mei 2023

Anne Frank

Mijn verkering en ik bewandelen een zogenaamd klompenpad, een bewegwijzerde route over landelijke, veelal onverharde weggetjes. Dit keer lopen we door het lommerrijke gebied iets ten zuiden van Schaarsbergen. De route voert ons langs hotel Groot Warnsborn dat geheel door bladgroen wordt omlijst. Dit riante buitenverblijf gepasseerd, wandelen we over het bijbehorende landgoed, een lustoord met elegante gazons, kleurrijke bloemperken, tierelierende vogels en bruisende waterloopjes waarover romantische boogbruggetjes. Bij zo’n houten bruggetje staat een informatiebord. Het vertelt ons dat Anne Frank en haar vader Otto in september 1941 korte tijd in dit etablissement logeerden. Het bewijs daarvoor leverde een ansichtkaart, waarop een afbeelding van het hotel, die Anne destijds naar haar in Amsterdam gebleven moeder Edith stuurde. Ze beschreef daarop hoe fijn ze het verblijf hier vond. De ansicht dook na de oorlog op in Bazel waar Otto Frank - het enige gezinslid dat de oorlog overleefde - in 1952 naartoe verhuisde. De kaart is nog immer in Zwitserse conservatie. Een duplicaat was ook lange tijd te bewonderen in het Anne Frankhuis en is nu - commercieel slim - te zien in dit hotel.
     Anne.
     Jemig! Dus waar wij staan, misschien wel op exact dezelfde plek in deze betoverende landgoedtuin, huppelde die later door haar dagboek zo beroemde deerne rond tijdens haar korte vakantie met paps. Gewend aan druk Amsterdam, heeft ze hier in 1941, zoals ze aan mams schreef, genoten van de idylle rondom hotel Groot Warnsborn. Wat een gruwelijk contrast moet dat geweest zijn met Bergen-Belsen waar ze een kleine drie jaar later, op haar vijftiende, samen met haar achttienjarige zus Margot belandde. En, ja sorry hoor, meteen sla ik weer aan het fantaseren. Over hoe Anne Frank in haar terminale fase - angstig, verhongerd, vervuild, lijdend aan vlektyfus - tijdens haar laatste koortsdromen nog eventjes terug was bij de bruisende beekjes, tierelierende vogels, kabbelende waterpartijen en romantische boogbruggetjes van Groot Warnsborn. 
     Met m'n gedachten nog in de weerzinwekkende barakken van Bergen-Belsen (ook zus Margot bezweek er), sluit ik langzaam aan bij mijn verkering die iets verderop bezig is een stel dobberende mandarijneenden op de kiek te zetten. Deze kleurrijke exoten kwamen hier tijdens de oorlogsjaren nog niet voor. Pas later - na ontsnapping uit gevangenschap - vestigden de prachtvogels zich in verwilderde vorm permanent op dit landgoed. Maar dat was dus ver na Anne's tijd, wat jammer is. Ze had ze vast heel mooi gevonden.

Anne's kaart. De achterzijde is door haar geheel vol geschreven.
Aan het einde van WO2 brandde het oude hotel (bovenste foto), dat o.a.
gebruikt werd als recreatieoord voor Duitse militairen, geheel af.
In 1950 werd op dezelfde plek, dankzij gelden van het Marshallplan,
een nieuw landhuis gebouwd dat later wederom als hotel dienstdeed.
Na tal van verbouwingen en overnames verkreeg het zijn huidige vorm.
Maar nog altijd wordt dit lustoord omzoomd door prachtige waterpartijen,
terrassen, oranjerie, koetshuis, kapel, bloemen- en moestuinen.

Groot Warnsborn staat bekend om de kolonie mandarijneenden die zich
er heeft gevestigd. De eenden horen in Oost-Azië thuis, maar zijn hier
naartoe gehaald als kooidieren. Sommigen ontsnapten en plantten zich
 in de vrije natuur voort. De vogels nestelen o.a. in holle boomstammen.
De vrouwtjes zijn bescheiden gepenseeld, de mannetjes overdreven...

Foto: Carla Broeders


zondag 30 april 2023

Dystopie

Schattig, dat woord gebruik je als kerel niet snel. De dames wel, die vinden veel schattig. Meisjesmeisjes hebben het, Angelsaksisch georiënteerd als ze zijn, dan zelfs vaak over cute, wat eigenlijk nog schattiger klinkt.
     Maar goed, ‘schattig’ dus. Van de mannelijke kunne zijnde, gooi ik dat woord nu ook maar eens in de groep, want de muizen die ik tijdens de ochtend- of avonduren vaak over mijn terras zie scharrelen zíjn het gewoon. Pietepeuterig, gestoken in een grijs fluwelen hansopje, voorzien van kraaloogjes, Mickey Mouse-oortjes, snoezige snorhaartjes, koddig staartje en grappige grijppootjes. Ze trippelen, snuffelen en soms staan ze als stokstaartjes op hun achterpootjes rond te kijken. Schattig. Wonen doen ze onder mijn woning of ergens in een spouwmuur. Dat weet ik omdat ik ze bij gevaar altijd zie sprinten naar het luchtroostertje in de muur onder mijn raam. Dat geeft wel enige reden tot zorg, want wat doen ze daar? Misschien wel snoeren doorknagen, muurisolatie beschadigen, piesen, poepen, ziektes verspreiden. Wat ze daar vooral zullen doen, is zich vermeerderen. En dan zijn de rapen gaar, want hoe innemend ook, je wilt geen kolonie onder je huis. 
    Moet ik daarom aan de gang met muizenvallen? Of met gif? Een verdelger inhuren? Deze maatregelen stuiten me nogal tegen de borst, want tsja: schattig. En ze hebben kindertjes, die nog schattiger zijn, die ze goed verzorgen en beschermen, want hoe klein ook, muizen zijn zoogdieren en dus liefdevolle ouders. Net als wolven en dassen, soorten die in ons landje overigens ook voor problemen zorgen. Om maar te zwijgen over het doel dat mijn eigen soort lijkt na te jagen. Zie titel. 

zondag 23 april 2023

Basaal

Op de deurmat ligt een witte enveloppe. Beste Buren! staat met balpen in de linkerbovenhoek geschreven, heel basaal. De omslag bevat een dubbelgevouwen A5je: een printje waarop een zwarte dame, ergens in de dertig, mij verlegen lachend aankijkt. Haar foto wordt begeleid door onderstaande tekst.

IK BEN JACKELINE EN IK WIL JE THUIS SCHOONMAKEN!
Hallo! Mijn naam is Jackeline.ik ben domincanse en 
ik woon in Karveel . Ik ben nieuw in buurt en ik ben op zoek naareen baan.
Ik kan wel een kleine engels spreken, als je iemand nodig hebt voor een goed diepe reiniging, ben ik beschikbaar.
EEN ONBERISPELIJKE WONIGOF KANTOOR!! BEL ME…
Contact phone 06
[……..]
$50 euro eerst 3 uur.
DANK VOOR UW VOORKEUR!!!

Over dit tekstje kan ik best lollig doen, neem alleen al de eerste zin. Maar hier doet iemand serieus poging een leven op te bouwen, een niéuw leven. Ze heeft een onbekende afslag genomen en nu, in deze vreemde omgeving, zoekt ze levensonderhoud, veiligheid en een beetje perspectief, heel basaal.
     Ik ken deze vrouw niet. Ondanks haar foto en dat ‘Beste Buren!’ op de enveloppe is er bij mij geen herkenning. Toch zou ik Jackeline graag eens tegenkomen in mijn straatje. Niet dat ik huishoudelijke hulp behoef - nóg niet -, maar om haar geluk en succes te wensen, heel basaal.



zondag 16 april 2023

Passage

Op stille plekken, tijdens natuurwandelingen, valt me op hoe vaak men elkaar groet. We krullen onze mondhoeken, knikken het hoofd of zeggen iets. Op drukkere plekken, zoals in stadscentra, doen we dat weer niet. Logisch, je kunt daar wel aan de gang blijven.
     Interessanter wordt 't wanneer het noch stil noch druk is. Waar ligt het omslagpunt waarop je elkaar wel of niet groet, en vooral waarom?
     Antropologen zullen betogen dat afkomst en regio een belangrijke rol spelen. In sommige beschavingen behoort een uitgebreide groet tot de adat, soms is zelfs een praatje verplicht. In andere culturen is knipperen met de ogen al het toppunt van hartelijkheid. Biologen zullen aanvoeren dat de oorzaak ligt bij onze aangeboren verschillen. De ene persoon is van nature amicaal en voorkomend, de andere een hork. Filosoof Peter Singer gaat in dat verband nog een stapje verder: ‘De grootste leugen die we elkaar vertellen, is gelijkheid.’ Sociologen zullen zich weer richten op de omstandigheden waaronder vreemden elkaar passeren op neutraal terrein. De ene is bijvoorbeeld in een opgewekte bui omdat-ie net vrij is verklaard van kankercellen, terwijl de andere juist naar binnen gekeerd rondloopt op weg naar de oncoloog. Gevolg: de een groet, de ander kijkt stuurs naar de grond.
     Gisteravond, op een halfduister trottoir, naderde mij een geblokte man. Hij had zijn capuchon op, daaronder zag ik heen en weer schietende kijkers en geknepen lippen. Onder zijn kin leek een angstaanjagend zwart gat te zitten, maar dichterbij gekomen bleek het een donkere keeltatoeage. Aan zijn rechterzijde liep een vechthond. Ik keek strak voor me uit, zwijgend. Híj was het die tijdens onze passage een beleefd 'goedenavond meneer' liet vallen. En zijn hond kwispelde.

zondag 9 april 2023

Regenboogkleuren

Pasen is een leuk feest, althans wanneer je wegkijkt van Het Verhaal: de arrestatie en kruisiging van Jezus met de dood tot gevolg, vervolgens Zijn herrijzenis als opstap naar het eeuwige leven. Maar zonder deze christelijke mare te kort te willen doen, is het voor de meeste mensen toch slechts een vrolijk lenteweekend met, in tegenstelling tot andere feestdagen, niet al te veel sociale verplichtingen. Je verft een paar eieren, ontbijt of bruncht ergens en slentert langs autoshowrooms, woonboulevards en tuincentra. Die paaseitjes zijn gelukkig nooit in saai zwart of grijs uitgevoerd, iets waar tegenwoordig auto’s, keukens, badkamers en terrasmeubels juist wel patent op hebben. Daarentegen zie je ze in alle vrolijke kleuren van de regenboog. Daarmee moet je overigens wel oppassen, voor je het weet nemen aanhangers van een andere god er aanstoot aan. Trouwens, intrinsiek kun je op al die eieren ook zo je bedenkingen hebben. Gezellig hoor, het versieren en verorberen van kipproducten, maar denkend aan gehokte legbatterijen is hier sprake van gruwelijke dierenmishandeling. Chocolade-eitjes dan maar? Ik ben er verslaafd aan, maar wereldwijd schijnt cacaoteelt grote misstanden te veroorzaken onder keuterboeren ver weg. En dan heb ik het nog niet eens over de mondiale milieuschade - de kleurrijke zilverfolie waarin feestdagenchocolade is verpakt blijkt o zo moeilijk afbreekbaar.
     Het is, kortom, het beste je rond de opstanding van de heilige timmermanszoon tijdelijk te ontdoen van muizenissen. Anders ben je met de paas het haasje, wat eigenlijk best een eiig woordgrapje is.

zondag 2 april 2023

Kippenvel

Via zijn gedateerde cd-speler beluistert de oude man het verstilde ‘Home’ van de Foo Fighters (toch vooral bekend om ruiger werk). Tijdens deze weemoedig makende song glijden zijn ogen door de woonkamer. En daar zijn ze weer: gezichten, geluiden, geuren.
     De man, zijn vrouw, hun twee kleuters, een hond en een poes betrokken in de zeventiger jaren dit nieuwbouwhuis in de polder. Bijna een halve eeuw later woont hij hier nog – al jaren solo. Hij voelt er zich senang, houdt van dit modale pand, van zijn inboedel, spulletjes, stofdeeltjes, muurscheurtjes, bekraste parket, rommelige tuin en schimmelige schuurtje, ja eigenlijk van alles wat ervoor zorgt dat de letter t voorafgaat aan het woord 'huis'. 
     Vooral ook houdt de boomer nog immer van de meute die ooit – in drukker tijden, denk aan feestjes, verjaardagen of om andere redenen – over de vloer kwam. Onder hen zovelen die er niet meer zijn. Vanzelfsprekend betrof dat opa’s, oma’s, ouders of andere familieleden die hier logeerden of op bezoek kwamen. Onvergetelijk waren ook de harige viervoeters die kwamen en gingen. En wat te denken van (sport)vrienden, kennissen en collega’s waarvan sommigen ook niet meer in leven zijn. En dan de jeugd: vrienden en vriendinnen van zijn allang volwassen zoons. Zelfs hieronder een tweetal dat overleden is, indirect het gevolg van drugsgebruik. De oude man ziet deze adolescenten nog onderuit gezakt ergens onder zijn dak chillen. Wat een mooi volk toch, denkt hij: jong en oud, in leven of niet meer, dat hier echo’s én stiltes achterliet.
     Als de laatste tonen van de Foo Fighters wegebben, sloft de oude man met kippenvel op de rug naar zijn cd-speler, en drukt op repeat.

Benieuwd naar de lyrics van 'Home'? Klik HIER (maar beluister het dan wel tot de laatste strofe, want die is treffend).