zondag 10 januari 2021

Oom Eugene

Mijn oom Eugenius, roepnaam Eugene, was een erg precies mens. Hij werkte op een keurig Haags kantoor en was daar ongetwijfeld een stipt werknemer. Altijd kreukvrij gekleed in die hoog over zijn bolle buik opgetrokken terlenka pantalon waarboven een wit overhemd met stropdas. In zijn vrije tijd had hij in zijn kelder een miniatuurspoorbaan aangelegd, van Märklin, ook weer heel nauwgezet allemaal.
Oom Eugene was slechts korte tijd getrouwd aangezien zijn vrouw er al vroeg, in Indië nog, vandoor ging met een andere vrouw, een gegeven waar ik als puber van smulde. Sprak hij wel eens over zijn ex, dan had hij het met verbeten blik over De Leeuwin, wat mij een alleraardigst beeld bezorgde. Nog meer beeld van mijn kinderloze oom kreeg ik door zijn verhalen over de oorlog. Hij belandde als krijgsgevangene aan de Birma-spoorweg, zoals ook anderen in de familie waaronder zijn broer Reinhard, mijn vader. Zij allen moesten zwoegen voor 'De Jap'. Met een donker aanlopend hoofd vertelde oom Eugene, inmiddels ver over de vijftig, mij als tiener eens hoe zijn kamp destijds werd gebombardeerd door de Amerikanen. Hij imiteerde daarbij ernstig en nauwgezet het geluid van laag over de jungle scherende bommenwerpers waarbij hij zijn nek ietsjes introk en zijn armen als vleugels spreidde. ‘Wij doken dan samen met de bewakers in greppels en kuilen, weet je, en poepten in onze broek van angst. Die bommen wisten immers geen verschil tussen ons en de Jap! Na zo’n bombardement rook het naar verbrand vlees, weet je.’ 
Nu nog steeds zie ik, als ik aan oom Eugene denk, het donker aanlopende gezicht voor me van een buikige man op leeftijd die in een hoog opgetrokken terlenka pantalon, ernstig en nauwgezet een Amerikaanse, over de jungle scherende bommenwerper nadoet, waarna hij als nagerecht de altoos fraaie geluiden ten gehore brengt van exploderende projectielen en sidderende schokgolven. Kortom, de oom die iedere knul zich wenst.

Een trouwerij binnen de extended family Nagel. Plaats: Medan op Sumatra. Tijd: vlak voor de oorlog.
Gebeurtenis: Een tante (Theorien) en een oom ('Boet') stappen in het huwelijksbootje.
Mijn opa zit in zijn lichtgrijze jasje links van de bruid, mijn oma zit in haar gebloemde jurk rechts van de bruidegom.
Oom Eugene - onderwerp van dit verhaal - staat in grijze jas en das, hoewel op de achterste rij, 
prominent en centraal in beeld, recht achter de bruid.
Mijn tante Gees (zie vorig blogje) staat tweede van links, achteraan en half verscholen
maar breedlachend onder de klok. Ze heeft overigens haar hand op de schouder
 van mijn moeder (uiterst linksboven, onder dezelfde klok).
Mijn vader zit in zijn witte jasje weer pal voor mijn moeder op de tweede rij.
Die goeie ouwe vooroorlogse tijd, oftewel Tempo Doeloe. 






woensdag 6 januari 2021

Tante Gees

Een stoer en tof wijf, de ongetrouwde zus van mijn vader. Gees was haar roepnaam, van Gesina. Ze was de tante met het Playmobilkapsel, die zich altijd in broeken hulde én kon autorijden, eigenschappen die niet vanzelfsprekend waren eind jaren vijftig/begin zestig, de periode waarop ik nu terugzie. Vrij snel na haar komst uit Indië kocht ze een nieuwbouwflat en een mosterdkleurige Lloyd, een Duits automerk uit vervlogen tijden. Ik meen nog te weten wat voor geluid haar karretje maakte, hoe het dashboard eruitzag en hoe het interieur geurde. 
Mijn stoere tante was lerares. Omdat ik op school flut was met cijfers én omdat ze vlakbij woonde, werd ik alras naar haar gestuurd voor rekenbijles. Zo zat ik geregeld aan tante Gees' werktafel over mijn staartdelingen gebogen waarbij zij streng toekeek en corrigeerde. Uit pure onmacht en wanhoop ben ik tijdens zo'n bijlesje eens in huilen uitgebarsten. Watje, zal tante gedacht hebben. Behalve streng was ze overigens ook best artistiek; in haar vrije tijd maakte ze sculpturen van klei en ander materiaal. Die creaties stonden her en der in haar woning tussen het eigentijdse meubilair dat anno nu vet vintage zou zijn.
Vandaag de dag passeer ik nog heel soms haar inmiddels sterk verouderde woonblok in het Haagse. Ik kijk dan altijd even omhoog naar dat raam waarachter ze woonde en ook naar de ruimte voor het portiek waar die mosterdkleurige Lloyd ooit geparkeerd stond. Later zou ze die inruilen voor een bordeauxrode Opel Kadett stationwagon, want daar pasten haar kampeerspullen beter in. Op haar oude dag werd tante Gees vrijwel blind. En toen ging ze dood. En met cijfers ben ik nog steeds flut. 

zondag 3 januari 2021

Tabak

Nieuwjaarsvoornemens, ik ken ze niet. Wél voel ik mee met rokers die rond deze tijd cold turkey ermee proberen te stoppen, wat moeilijk zal zijn. Maar gelijk hebben ze, want na een zeer korte periode dat paffen o zo cool leek, leverde het later slechts nadelen op: men werd lelijker, armer en ongezonder. Dat weet inmiddels iedereen, behalve een paar pubers wiens brein nog niet op orde is, en juist daár begon of begint de ellende. Logisch daarom dat overheid en gezondheidszorg wijzen op de shit die nicotinegebruik veroorzaakt. Ónlogisch echter, vind ik het bashen van de tabaksindustrie, wat ik nogal eens tegenkom. Natuurlijk heeft die er baat bij dat 'we' blijven dampen. Maar ligt daarom de schuld bij de Jongens van Van Nelle?
Dikwijls klinkt de roep dat er meer naar de burger moet worden geluisterd. Vreemd genoeg denkt de antirooklobby daar totaal anders over. Zij ziet de burger juist als een weerloze die er is ingeluisd. Maar wat ik nooit verneem is een verklaring voor het feit dat tegenwoordig de meeste mensen - oud en jong - niét (meer) roken. Hebben deze niet-rokers geluk gehad of zijn ze gewoon slimmer? Ik denk het laatste. Zou het daarom niet beter zijn als de antirooklobby de verslaafde niet als weerloos slachtoffer labelt, maar juist als dombo? (Onderzoeken tonen aan dat het anno nu nog vooral laagopgeleiden zijn die roken!) Aangezien hele kuddes maar wat graag als slachtoffer door het leven willen gaan maar niemand als dom, zou het zomaar kunnen dat door simpel de bordjes te verhangen, verslaafde paffers er eerder tabak van hebben. Voor hen die nu op dat punt zijn aanbeland: hulde en sterkte.

zondag 27 december 2020

Gateway

Objectief bezien is de mens geen schoonheid. Lang en dun; kale huid, op wat vreemde toefjes beharing na; vier stakerige ledematen; een platte snuit. Vergelijk ons met een eekhoorn, zeeotter, poolvos, enzovoorts, en de conclusie zal zijn dat heel veel zoogdieren vanwege hun verhoudingen, rondingen, vachtstructuur en geprononceerde snuit, beter ogen dan wij. Het zal me dan ook niet verbazen als een intergalactische schoonheidscommissie een wrattenzwijn hoger beoordeelt dan Beyoncé. 
Gelukkig zijn 'we' veel inventiever dan onze mededieren. Zo bedachten onze voorouders een tweede huid, meestal van gedroogde vellen van andere soorten. In eerste instantie was dat tegen de koude, maar later ook voor de sier, zeker nadat we het naaigerei uitvonden en de weeftechniek onder de knie kregen. Dat kwam goed uit, want sinds we de goden ontwierpen zadelden zij, op hún beurt, ons op met allerlei doemscenario's en vooral veel zonden en schaamte. Dit zorgde er voor dat we ons kale, langwerpige lijf zedig zijn gaan bedekken dan wel camoufleren. Esthetisch gezien was dat maar goed ook, want, zoals gezegd, aan de natuurlijke schoonheid van een dolfijn, ocelot of dikdik kunnen we nooit tippen. Het enige wat echter tot op heden in het volle zicht bleef was ons platgedeukte smoelwerk, vooral met die paarsig omrande, op een snijwond lijkende inkeping die de gateway vormt van onze spijsvertering. Maar gelukkig was daar ineens Het Mondkapje. Zo jammer als die weer verdwijnt.

zondag 20 december 2020

Kitsch

De laatste jaren doe ik thuis niet meer aan kerstversiering. Ik word namelijk steeds kriegeliger van al die opsmuk. Bovendien gebiedt mijn autistische kant dat het relaxter is alles bij het oude te laten: je vertrouwde woonsferen, geurvlaggen en geluiden. Zelfs die kerstkaartenexpo, die menig huiskamer eind december siert, is mij te veel. Niet dat ik de feestdagenkitsch nu ineens categorisch afwijs, zeker niet, maar dan wel graag bij een ander thuis, in etalages, bij tuincentra of in suikerzoete teeveedecors. Bij mij echter slechts een paar extra waxinelichtjes, that’s it. Velen zullen het supersaai vinden. Hele hordes roepen immers dat het leven een feest is, maar dat je wél zelf de slingers moet ophangen. Leuk en aardig bedacht hoor, maar ikzelf zou dat toch graag ietwat bijstellen. Het leven is namelijk volkomen kut, ongeacht het aantal slingers dat je ophangt. Groot voordeel daarvan echter is dat een kutbestaan je onontkoombare levenseinde net zo licht verteerbaar maakt als een geprakte banaan. En alwéér blijkt het glas halfvol. Kutglas. 
Ik wens eenieder fijne feestdagen.

Hierbij een linkje naar een toepasselijk nummer van cabaretier/zanger/beeldend kunstenaar Jeroen van Merwijk: https://youtu.be/GBJi9VmpVfg

zondag 13 december 2020

TikTok

Vlakbij de basisschool bij mij om de hoek zag ik twee meisjes van een jaar of elf/twaalf synchroon een dansje doen. Een vrolijk gezicht; de meiden hadden er zo te zien lang op geoefend. Ingespannen smoeltjes met glanzende wangen en wild wapperende krullen. Dichterbij komend, zag ik dat ze een smartphone rechtop tegen een muurtje hadden geplaatst. Vermoedelijk filmden ze hun act óf ze kopieerden juist hetgeen ze op het schermpje zagen. Hoe dan ook, toen ze mij in de smiezen kregen staakten ze, lief en verlegen, geleidelijk hun vrolijke gehups waarna ze overgingen in aanstekelijk geproest, zoals alleen bakvissen dat kunnen. Best jammer, want meisjes - en jongens - mogen van mij overal dansen, hoe vaker hoe beter. Maar deze twee meiden waren daarvoor toch iets te bleu, wat op zich al hartveroverend is. Toen ik vlakbij was vroeg ik daarom met mijn allervriendelijkste gezicht alwaar menig kinderlokker terstond jaloers op zou zijn: ‘Hai kids, zeker iets met TikTok?’ (Een populaire dansapp, voor wie het niet weet.) De grietjes barstten tweestemmig uit in een opgewonden 'Jahaaaaaa’ waarna ze ineens toch weer hun schroom overwonnen en spontaan hun danspasjes hervatten. Kennelijk redeneerden ze nu zoiets als: Wow, die supercoole opa weet wat TikTok is, dús staan we hier niet voor aap en kunnen we chill verder met ons dansje. Nou ja, ik hoopte maar dat ze zo dachten. Want toen ik gepasseerd was hoorde ik ze achter mijn rug alweer proesten, zoals alleen bakvissen dat kunnen. 

Klik HIER voor een filmpje vol hippe dansmoves uit de afgelopen decennia.

zondag 6 december 2020

Big Brother

Het digitale tijdperk bezorgt ons technologisch snelle vooruitgang. Voor mijn persoontje blijkt dat onder andere uit de bekende muziek-streamingdienst die deze digikluns via zijn smartphone (pas sinds kort!) in gebruik heeft. Fijn, want tijdens autoritjes kan ik nu mijn zelf samengestelde hitparade, middels bleutooth, door de speakers van mijn karretje laten schallen. Aangezien ik de gratis versie van deze aanbieder gebruik, wordt mijn lievelingsmuziek nu en dan onderbroken door een reclameboodschap, maar daar is, vind ik, prima mee te leven.
In die hoedanigheid toerde ik op een duifgrijze ochtend als een glimlachende emoji door een stilaan winterse polder. Wat later stopte ik bij een benzinestation voor wat peut, tevens besloot ik er de bandenspanning te controleren. Dat laatste bleek geen luxe: er moest veel lucht bij. Maar al snel was ik weer lekker onderweg - favoriete muziekje erbij. Plots werden The Flying Burrito Brothers ruw onderbroken door een commercial die ik niet eerder hoorde. De boodschap (van een verkeersstichting of zoiets) was zorg te dragen voor een goede bandenspanning, want het kwam je veiligheid ten goede én je benzineverbruik. Verdomd, dat is wel héél toevallig, dacht ik. Maar dat was het niet, want zo'n tien minuten later hoorde ik dezelfde boodschap. En even later weer. Big Brother Is Watching You, wist ik nu zeker terwijl ik verwijtend naar mijn smartphone keek, en vond het meteen doodeng.
Toen ik later die dag, weer thuis, mijn mailbox opende, zag ik een berichtje van de betreffende muziek-streamingdienst. Vrij vertaald stond in de mail: ‘Je hebt vandaag een x-aantal minuten plezier gehad van onze gratis dienst. Misschien wordt het daarom tijd voor een abonnement. Dat geeft veel voordelen, waaronder geen reclame-onderbrekingen.’
Mijn tip is de term ‘vooruitgang’ uit de openingszin te lezen als 'voortgang'.