Mijn begeleidster nodigde haar nichtje Evi en dier kersverse echtgenoot Alek uit voor een huiselijk etentje. Ook ik werd uitgenodigd; vier is een mooi getal. Evi en Alek zijn sympathieke, in Amsterdam wonende, vroege dertigers, beiden opgeleid in de wereld van design en industriële vormgeving en hebben ook nog eens veel te vertellen. Dus terwijl de gastvrouw als volmaakt cateraar bedrijvig heen en weer pendelde, hield ik soepeltjes de conversatie met het jonge, zachtmoedige echtpaar op gang, want jawel, ik ben daar écht supergoed in. Toch was er iets dat mij een tikje begrensde: Alek is een Rus.
In deze tussen het Westen en moedertje Rusland onvriendelijke tijden, wilde ik hem vragen hoe hij daarin stond, maar toch ook weer niét. Ik kon me namelijk voorstellen dat iederéén er al naar vroeg, en dat Alek die verhoren inmiddels behoorlijk beu was. Mij leek het daarom dat hij (hier afgestudeerd, uitstekend Nederlands sprekend en voorzien van een brede internationale blik) in dit tijdvak niet aangesproken wilde worden op zijn nationaliteit, maar op zijn persoonlijkheid en interesses. En terecht. Dus in plaats van te vragen of hij de borsjtsj miste, hoe zijn familie in Sint Petersburg tegen de oorlog-die-je-daar-geen-oorlog-mag-noemen aankeek en hoe hij over de tsaar dacht (wat op mijn tong brandde), informeerde ik naar zijn bevindingen in de Hollandse klei. Het was en bleef dan ook bijzonder geanimeerd.
Toen ik later op de avond, op weg naar de eigen woonstee, lieve Evi en net zo lieve Alek afzette bij het station, omhelsden we elkaar lang en welgemeend – qua leeftijd konden ze mijn kleinkinderen zijn.
Door de tsaar gedicteerde denkbeelden brachten wereldwijd veel koude teweeg. Welgemeende omhelzingen op een winderig stationsplein zorgden voor warme harten.
zondag 12 maart 2023
zondag 5 maart 2023
Royaal versus loyaal
Een kennisje vroeg me zegels voor haar te sparen. Voor elke tien euro boodschappen kreeg je van Albert Heijn één zegel. Einddoel was een stel glanzende kookpannen. Doorgaans negeer ik dit soort spaaracties, maar ja: een kennisje.
Hoewel fervent gebruiker van de zelfscankassa, koos ik de dag na mijn toezegging voor een bemenste kassa. Daar kreeg ik bij een afrekening ter waarde van twaalf euro prompt één zegel van de caissière. Daags later gebeurde weer zoiets. De al wat oudere kassadame deed haar werk wel érg consciëntieus.
Of het hiermee te maken had weet ik niet, maar al snel verviel ik weer in mijn adat: het zelfscanapparaat. Met het eruit gefloepte bonnetje in de hand slalomde ik vervolgens naar de servicebalie om daar mijn zegels op te eisen, want op deze manier kon het ook, had ik inmiddels ontdekt. Achter die balie staan in ‘mijn’ AH voornamelijk werkstudentjes. En wat bleek, die gingen veel royaler om met de uitgifte van pannenzegels dan de oudere medewerkster achter haar archaïsche kassa. Als het bonnetje bijvoorbeeld vijftien euro aangaf, dan rukten de jongelui nonchalant aan de zegelrol waarna ik soms wel acht zegeltjes kreeg toegestopt. Kijk, zo schoot je als spaarder pas écht op. En dit alles dankzij jonge, tijdelijke werknemers die erg gul zijn richting klant, daarentegen minder loyaal tegenover hun grootgrutterende werkgever, wat ik in hoge mate kan billijken want die bulkt toch al van de winsten.
Hoe je door vrijgevige nonchalance bij werkstudentjes snel onder de pannen kunt zijn.
Hoewel fervent gebruiker van de zelfscankassa, koos ik de dag na mijn toezegging voor een bemenste kassa. Daar kreeg ik bij een afrekening ter waarde van twaalf euro prompt één zegel van de caissière. Daags later gebeurde weer zoiets. De al wat oudere kassadame deed haar werk wel érg consciëntieus.
Of het hiermee te maken had weet ik niet, maar al snel verviel ik weer in mijn adat: het zelfscanapparaat. Met het eruit gefloepte bonnetje in de hand slalomde ik vervolgens naar de servicebalie om daar mijn zegels op te eisen, want op deze manier kon het ook, had ik inmiddels ontdekt. Achter die balie staan in ‘mijn’ AH voornamelijk werkstudentjes. En wat bleek, die gingen veel royaler om met de uitgifte van pannenzegels dan de oudere medewerkster achter haar archaïsche kassa. Als het bonnetje bijvoorbeeld vijftien euro aangaf, dan rukten de jongelui nonchalant aan de zegelrol waarna ik soms wel acht zegeltjes kreeg toegestopt. Kijk, zo schoot je als spaarder pas écht op. En dit alles dankzij jonge, tijdelijke werknemers die erg gul zijn richting klant, daarentegen minder loyaal tegenover hun grootgrutterende werkgever, wat ik in hoge mate kan billijken want die bulkt toch al van de winsten.
Hoe je door vrijgevige nonchalance bij werkstudentjes snel onder de pannen kunt zijn.
donderdag 2 maart 2023
Verzoening
Eureka, ik heb het gevonden. De heilige graal, het eind van de regenboog, de schatkist op het pirateneiland. Na een decennialange zoektocht – uiteraard vol tegenslagen –, heb ik eindelijk het grote geheim ontdekt dat ons allen geluk zal brengen. Tataáá: verzoening!
Verzoening? Ja, verzoening. Het is niet alleen een sprankelend zelfstandig naamwoord, maar ook dé remedie tegen alle soorten ongeluk.
Arme, verzoen je met je armoede; lelijkerd, verzoen je met je uiterlijk; knapperd, verzoen je ermee dat iedereen je benijdt; toeslagengedupeerde, verzoen je met de Belastingdienst; Belastingdienst, verzoen je met toeslagenfraudeurs; Russen en Oekraïners, verzoen je met elkaar; Groningers, verzoen je met de eventuele prijsdaling van je huis en de scheuren in je muur (want meer dan een verlangen naar compensatiegeld is het eigenlijk niet – niemand liep tot dusver een schrammetje op in het Groningse – en o ja, vergelijk je lot eens met die van aardbevingsslachtoffers elders op de wereld). Een rottige baas of collega, een tirannieke vader of moeder, verzoen je met ze. Een onwillig kind, liegende minister, scheidsrechterlijke dwaling, verkeerde artsendiagnose, boze boeren, een hoge energierekening, appende verkeersdeelnemer, clownesk vorstenhuis, schimmel in je badkamer, schijtende katten in je tuin, kwebbeltalkshows, vrouwonvriendelijke rappers, scheurende bestelbusjes, linkse moralisten of rechtse roepers, verzoen je ermee!
Nu hoor ik geërgerde lezers meteen al blèren dat ik makkelijk kan praten als een in zijn luie stoel hangende, stukjes schrijvende boomer die niets te kort komt, die niet in Groningen woont, die geen baas (meer) boven zich heeft, (nog) niet invalide of dood is daarentegen oogverblindend knap. Inderdaad, jullie hebben hartstikke gelijk, maar schieten er weinig mee op. Wat wél helpt is je te verzoenen met mijn wijsheid. Eureka. Toch?
Verzoening? Ja, verzoening. Het is niet alleen een sprankelend zelfstandig naamwoord, maar ook dé remedie tegen alle soorten ongeluk.
Arme, verzoen je met je armoede; lelijkerd, verzoen je met je uiterlijk; knapperd, verzoen je ermee dat iedereen je benijdt; toeslagengedupeerde, verzoen je met de Belastingdienst; Belastingdienst, verzoen je met toeslagenfraudeurs; Russen en Oekraïners, verzoen je met elkaar; Groningers, verzoen je met de eventuele prijsdaling van je huis en de scheuren in je muur (want meer dan een verlangen naar compensatiegeld is het eigenlijk niet – niemand liep tot dusver een schrammetje op in het Groningse – en o ja, vergelijk je lot eens met die van aardbevingsslachtoffers elders op de wereld). Een rottige baas of collega, een tirannieke vader of moeder, verzoen je met ze. Een onwillig kind, liegende minister, scheidsrechterlijke dwaling, verkeerde artsendiagnose, boze boeren, een hoge energierekening, appende verkeersdeelnemer, clownesk vorstenhuis, schimmel in je badkamer, schijtende katten in je tuin, kwebbeltalkshows, vrouwonvriendelijke rappers, scheurende bestelbusjes, linkse moralisten of rechtse roepers, verzoen je ermee!
Nu hoor ik geërgerde lezers meteen al blèren dat ik makkelijk kan praten als een in zijn luie stoel hangende, stukjes schrijvende boomer die niets te kort komt, die niet in Groningen woont, die geen baas (meer) boven zich heeft, (nog) niet invalide of dood is daarentegen oogverblindend knap. Inderdaad, jullie hebben hartstikke gelijk, maar schieten er weinig mee op. Wat wél helpt is je te verzoenen met mijn wijsheid. Eureka. Toch?
zondag 26 februari 2023
Kunstenaarsdorpen
In het vorige verhaaltje liep ik met mijn kunstkennis te koop. Ik blaatte over een bekende schilder, over artistieke stromingen en nog wat pseudo-interessants. Waarom weet ik niet, maar een paar dagen later vertoefde ik nog steeds in die luchtbel, zeker toen ik iets las over een schilderijententoonstelling in het Noord-Veluws Museum te Nunspeet. De expo droeg de titel Frans Huysmans en de Bergense School.
Wereldberoemde kunstcollecties, gerenommeerde musea en drommen ellebogend publiek kunnen me gestolen worden, maar door kleine, sfeervolle kunstzalen dwaal ik graag, zeker als ze zich op prettige (rij)afstand bevinden. Dus stuurde ik op de Dag des Heren naar Nunspeet waar de zondagsrust nog heel voelbaar was, wat ik erg waardeerde. In het museum zelf bevond ik me al snel tussen louter welgemanierde, afstand houdende, beleefd kuchende, op fluistertoon converserende, artistieke-ronde-brilletjes-dragende cultuursnuivers van een zekere leeftijd. Ik hield van ze.
Ook de De Bergense School kon mij bekoren, in het bijzonder de werken van genoemde Frans Huysmans die zich na zijn Bergense tijd hier in Nunspeet vestigde. Deze gemeente blijkt zich sowieso als kunstenaarsdorp te profileren, wat me verraste. Die status wordt door de plaatselijke VVV zelfs druk uitgevent. Met zo’n titel ben je kennelijk iets. Ooit verstilde gehuchten als Bergen, Laren, Domburg, Katwijk, Zweeloo, Oosterbeek, Ootmarsum en Wolfheze kunnen daarover meepraten. Maar het zijn toch vooral de lokale middenstand, horeca en makelaardij die er flink munt uit slaan. En dat alles dankzij de in dit soort ommelanden met veldezels zeulende kunstschilders van weleer, waarvan velen straatarm stierven.
Wereldberoemde kunstcollecties, gerenommeerde musea en drommen ellebogend publiek kunnen me gestolen worden, maar door kleine, sfeervolle kunstzalen dwaal ik graag, zeker als ze zich op prettige (rij)afstand bevinden. Dus stuurde ik op de Dag des Heren naar Nunspeet waar de zondagsrust nog heel voelbaar was, wat ik erg waardeerde. In het museum zelf bevond ik me al snel tussen louter welgemanierde, afstand houdende, beleefd kuchende, op fluistertoon converserende, artistieke-ronde-brilletjes-dragende cultuursnuivers van een zekere leeftijd. Ik hield van ze.
Ook de De Bergense School kon mij bekoren, in het bijzonder de werken van genoemde Frans Huysmans die zich na zijn Bergense tijd hier in Nunspeet vestigde. Deze gemeente blijkt zich sowieso als kunstenaarsdorp te profileren, wat me verraste. Die status wordt door de plaatselijke VVV zelfs druk uitgevent. Met zo’n titel ben je kennelijk iets. Ooit verstilde gehuchten als Bergen, Laren, Domburg, Katwijk, Zweeloo, Oosterbeek, Ootmarsum en Wolfheze kunnen daarover meepraten. Maar het zijn toch vooral de lokale middenstand, horeca en makelaardij die er flink munt uit slaan. En dat alles dankzij de in dit soort ommelanden met veldezels zeulende kunstschilders van weleer, waarvan velen straatarm stierven.
zondag 19 februari 2023
Hutje op de heide
Een prachtige doordeweekse dag in februari. Luchtdeeltjes voeren de eerste lentemoleculen aan; berken dragen dunne knoppen. We zwerven laat in de middag over een verstild landschap. Om ons heen is het heel erg Drenthe. Zandverstuivingen, vennetjes, een eindeloos heideveld. Rust alom, toeristen zijn nog in winterslaap.
Een man zit op een bankje een boek te lezen. Hij houdt zijn wijsvinger bij een alinea als hij opkijkt en ons vriendelijk gedag zegt. We groeten terug, struinen verder en zien in de verte een vredige kudde wolbalen richting schaapskooi trekken, bordercollies bedrijvig aan hun flanken.
Een groot kunstkenner ben ik niet, toch denk ik bij deze aanblik onwillekeurig aan de schilderijen van Anton Mauve. Naar hem is zelfs een bescheiden strominkje genoemd, de Mauvisten. (Niet te verwarren met de expressionistische Fauvisten.) Van oorsprong tot de Haagse School behorend, werd de naar somberheid neigende Mauve later vooral bekend door zijn heidetaferelen. Inspiratie vond hij in de buurt van het negentiende-eeuwse, Gooise Laren; op dezelfde soort povere gronden die wij nu belopen in het beeldschone land van Bartje (Bartels).
Wie droomt soms niet van een eenvoudig bestaan in het spreekwoordelijke hutje op de heide – zonder airfryer, Quooker en robotstofzuiger. En dan gewoon, uit de wind en tegen je pui, op een bankje zitten en een boek lezen. En wanneer een stel wandelaars langstrekt, gewoon even je wijsvinger dáár houden waar je gebleven bent, opkijken, een groet uitbrengen, en vervolgens weer kalm verder lezen. Want zo doen ze dat, in Drenthe.
Een man zit op een bankje een boek te lezen. Hij houdt zijn wijsvinger bij een alinea als hij opkijkt en ons vriendelijk gedag zegt. We groeten terug, struinen verder en zien in de verte een vredige kudde wolbalen richting schaapskooi trekken, bordercollies bedrijvig aan hun flanken.
Een groot kunstkenner ben ik niet, toch denk ik bij deze aanblik onwillekeurig aan de schilderijen van Anton Mauve. Naar hem is zelfs een bescheiden strominkje genoemd, de Mauvisten. (Niet te verwarren met de expressionistische Fauvisten.) Van oorsprong tot de Haagse School behorend, werd de naar somberheid neigende Mauve later vooral bekend door zijn heidetaferelen. Inspiratie vond hij in de buurt van het negentiende-eeuwse, Gooise Laren; op dezelfde soort povere gronden die wij nu belopen in het beeldschone land van Bartje (Bartels).
Wie droomt soms niet van een eenvoudig bestaan in het spreekwoordelijke hutje op de heide – zonder airfryer, Quooker en robotstofzuiger. En dan gewoon, uit de wind en tegen je pui, op een bankje zitten en een boek lezen. En wanneer een stel wandelaars langstrekt, gewoon even je wijsvinger dáár houden waar je gebleven bent, opkijken, een groet uitbrengen, en vervolgens weer kalm verder lezen. Want zo doen ze dat, in Drenthe.
zondag 12 februari 2023
Genderneutraal
Bij toeval ontdekte ik dat volgens Van Dale ‘voetveeg’ zowel mannelijk als vrouwelijk is. Daar is wat voor te zeggen, zeker binnen een geëmancipeerde samenleving. Anno nu zullen er in onze westerse maatschappij immers net zoveel mannen als vrouwen als voetveeg behandeld worden. En dat mag men gerust als vooruitgang zien.
Terwijl ik binnenskamers zo met gendergelijkheid aan het klootviolen ben, gaat de bel. Het is mijn buurvrouw. (Of dien ik ‘buurmens’ te gebruiken?) Ze vertelt me dat haar dak lekt. Dat doet ze met name om me te waarschuwen voor lawaaioverlast, aangezien morgenochtend een dakdekkersbedrijf zal beginnen met herstelwerkzaamheden.
‘Dus Ruud, dat je morgen in alle vroegte niet schrikt van vreemde mannetjes op het dak.’
Dat is natuurlijk erg attent van buuf.
Weer op mezelf, blijft dat ‘vreemde mannetjes op het dak’ in mij rondzingen. Ik zie en hoor ze de laatste tijd namelijk opvallend vaak om me heen. Daar zijn twee verklaringen voor. De eerste is dat mijn woonerf bijna vijfenveertig jaar oud is waardoor onze daken zo'n beetje toe zijn aan nieuwe pannen. De tweede reden is de energietransitie die zorgt dat huizenbezitters vrij massaal zonnepanelen laten aanbrengen. Maar nu uit het niets het fenomeen genderneutraliteit in mij rondwaart, vraag ik me af waarom ik onder al die dakwerkers nooit 'vreemde vrouwtjes' zie. Weten doe ik het natuurlijk niet, maar heel misschien zorgt hun biologie er wel voor dat ze liever lager bij de grond opereren. Bijvoorbeeld als voetveeg.
Weer op mezelf, blijft dat ‘vreemde mannetjes op het dak’ in mij rondzingen. Ik zie en hoor ze de laatste tijd namelijk opvallend vaak om me heen. Daar zijn twee verklaringen voor. De eerste is dat mijn woonerf bijna vijfenveertig jaar oud is waardoor onze daken zo'n beetje toe zijn aan nieuwe pannen. De tweede reden is de energietransitie die zorgt dat huizenbezitters vrij massaal zonnepanelen laten aanbrengen. Maar nu uit het niets het fenomeen genderneutraliteit in mij rondwaart, vraag ik me af waarom ik onder al die dakwerkers nooit 'vreemde vrouwtjes' zie. Weten doe ik het natuurlijk niet, maar heel misschien zorgt hun biologie er wel voor dat ze liever lager bij de grond opereren. Bijvoorbeeld als voetveeg.
zondag 5 februari 2023
Gezellig
Het is stil in de wachtkamer. Op de achtergrond hoor ik de stem van de doktersassistente die in haar kantoortje bellers te woord staat. ‘Wat zijn de klachten,’ hoor ik haar vragen. Triage heet zulks met een mooi woord.
Tot dusver ben ik de enige hier. Wel zo fijn, dan kan ik in alle rust een heldere tekst instuderen waarmee ik zo meteen mijn (on)gesteldheid in geuren en kleuren aan de huisarts zal overbrengen.
Enkele minuten later klinkt een Heeééé. Het is Arno die binnenkomt, een via-via-kennis. Ik zie hem zelden, maar zo ja dan is-ie immer jongensachtig en toch serieus geïnteresseerd, een zeldzame combinatie. Arno is het type waar je graag naast zit tijdens een verjaardagsfeestje. Ik vermijd verjaardagsfeestjes echter het liefst. Wat ik ook liever niet doe, is praten in een wachtkamer. Maar Arno neemt pal naast mij plaats. Dus.
Enkele minuten later klinkt een Heeééé. Het is Arno die binnenkomt, een via-via-kennis. Ik zie hem zelden, maar zo ja dan is-ie immer jongensachtig en toch serieus geïnteresseerd, een zeldzame combinatie. Arno is het type waar je graag naast zit tijdens een verjaardagsfeestje. Ik vermijd verjaardagsfeestjes echter het liefst. Wat ik ook liever niet doe, is praten in een wachtkamer. Maar Arno neemt pal naast mij plaats. Dus.
Meteen begint hij enthousiast te vertellen waarvoor-ie gekomen is. Ik trap op de rem en zeg dat ik hier niet graag over lijfelijke mankementen praat. Arno neemt dit luchtig op waarna we snel overschakelen naar wederzijdse belevenissen en bezigheden.
Ondanks het onderhoudende gekeuvel, veer ik (blij?) op als de dokter haar hoofd om de hoek steekt en mijn naam noemt. ‘Sorry dat het zo lang duurde, maar het loopt wat uit vandaag,’ voegt ze eraan toe als ze ons schouder aan schouder ziet zitten. Arno antwoordt: ‘Is helemaal niet erg hoor, we kennen mekaar en hebben effe gezellig kunnen bijkletsen.’
Eenmaal voor de dokter gezeten, ben ik mijn ingestudeerde tekst kwijt.
Eenmaal voor de dokter gezeten, ben ik mijn ingestudeerde tekst kwijt.
Abonneren op:
Posts (Atom)
