woensdag 30 april 2014

Statiegeld

Zaterdagochtend in de supermarkt. Met een lege frisdrankfles (waarde € 0,25) slalom ik door de drukte naar het statiegeldapparaat. Maar hé, er steekt een bonnetje uit! De vorige gebruiker heeft kennelijk vergeten het geprinte bonnetje mee te nemen. Ik trek het papiertje uit het apparaat en lees: € 7,50! Sodeju, daarvoor moet je nogal wat lege flessen verzameld hebben! Ik bekijk de bon nu met meer aandacht en zie inderdaad dat het gaat om een krat bier plus een boel frisdrankflessen. Feestje wellicht.
Maar wat doe ik nu met het bonnetje, want het betreft serieus geld? Er is momenteel veel volk in de supermarkt en dit statiegeldapparaat wordt constant gebruikt, dus de rechtmatige eigenaar van het bonnetje bevindt zich vast nog ergens in de zaak. Maar hoe herken ik hem of haar? Ik kan het bonnetje natuurlijk ook netjes afgeven bij de servicebalie. Ik vermoed echter dat het personeel aldaar ook niet weet wat men met een los statiegeldbonnetje aan moet. Gevolg is dat niemand er iets mee opschiet, behalve de supermarkt zelf, want die hoeft dan geen € 7,50 uit te keren…
Niet zonder hebzucht besluit ik daarom het statiegeld zelf te cashen. Ik fles, hij flest, wij flessen of zijn geflest. 

  

zondag 27 april 2014

Onderhuids

Het vliegtuig kruist op 30.000 voet. Onder de 737 glijdt een laagvlakte vreedzaam voorbij. In de cockpit voeren de twee piloten standaardprocedures uit. Geen vuiltje aan de lucht. Wel fronst de co zijn wenkbrauwen als hij ontdekt dat hun koers ietwat afwijkt van de vluchtleidingsdata. De captain stelt hem echter gerust: het ligt aan de gyroscoop die hoognodig gereset dient te worden. Eigenlijk had hij dat voor de take off moeten doen, maar om vertraging te voorkomen koos hij ervoor de startprocedure in te korten. De captain besluit daarom de gyroscoop nú te resetten, in de lucht, een fluitje van een cent, volgens hem.
De TV-kijker - het betreft namelijk een aflevering van Aircrash Investigation – weet genoeg: dit gaat hartstikke fout. De formule is hem bekend. Er lijkt niets aan het handje, maar onderhuids is de gyroscoop op hol geslagen. Of een schroefje los getrild. Of een lullig leidinkje schuurt langs een ander lullig leidinkje. Of iets met ijsafzetting. Of corrosie. Of de gezagvoerder is suïcidaal. Of een mecanicien heeft geknoeid tijdens de laatste onderhoudsbeurt. Of iets met metaalmoeheid. Of...
Spannend? Zeker, helaas speelt zich dit vroeg of laat ook met ons lichaam af.




woensdag 23 april 2014

Aandacht

In 1958 gingen ‘we’ naar Spanje, ik was tien. Het amper ontwikkelde Spanje lag destijds een stuk verder weg, zeg ter hoogte van Mauritanië. Ik keek mijn ogen uit. Dat kleurrijke buitenleven, de geuren, de rondtrekkende zigeuners, het Mediterraans geflaneer over palmenboulevards. Maar wat me het meest opviel waren de elegante herenschoenen: two tone shoes bepaalden het straatbeeld. Die wilde ik ook. En die kreeg ik.
Na de zomervakantie toog ik, als een matador op een catwalk, op mijn Spaanse schoenen naar school. Op het schoolplein aangekomen stormde iedereen op me af. En met iedereen bedoel ik iedereen. De aandacht was ver-schrik-ke-lijk! Dat had natuurlijk alles te maken met het Nederlandse straatbeeld in de vijftiger jaren. Iedereen liep toen in afgedragen zwarte dan wel bruine Bata’s of Robinsons, in lederen sandalen of op houten kleppers. En daar stond ik ineens tussen als een tienjarige dandy op mijn aanstellerige, bijna lichtgevende schoenen. Dood wilde ik!
Weggooien was een doodzonde in de fifties, dus droeg ik mijn two tone shoes daarna alleen nog maar zondags naar de kerk. Daar bad ik tot God dat ik er snel uit zou groeien. Hij gaf gehoor aan mijn smeekbede; tóen deed Hij dat nog.



zaterdag 19 april 2014

Wind

Over Beyoncé is veel te vertellen. Ik beperk me tot heur haar. Wanneer deze superster optreedt, meestal in megastadions of theatertempels, waait het altijd heel geraffineerd rond haar mooie hoofd en wel zodanig dat haar bombastische kapsel een onaards sensuele, ja zelfs goddelijke look aanneemt waardoor de zangeres van het gepeupel los lijkt te komen. 
Ik neem aan dat ergens in de coulissen iemand zit die met een high tech long distance föhn het weelderige kapsel van Beyoncé in beweging zet. Mooi wel, want wapperende haren voegen niet alleen sensualiteit toe, maar ook drama. (Op slagveldschilderijen zie je daarom vaak zwierige paardenmanen en -staarten.)
Sinds kort past men deze föhntechniek ook toe bij grote sportevenementen. Tijdens prijsuitreikingen wapperen de vlaggen achter het ereschavot tegenwoordig vaak heel elegant terwijl het windstil is. Bij old school ceremonies worden vlaggen nog overeind geholpen door zo’n viagra-steunstok, maar bijdetijdse organisatoren gebruiken steeds vaker kunstmatige wind om de nationale dundoeken esthetisch te laten opbollen.
En zo kwam het dat ik ineens aan de wilde haardos van Beyoncé moest denken toen mijn oude buurman met zijn huilende bladblazer door zijn tuintje ragde. 


woensdag 16 april 2014

James

Eventjes een korte mededeling van huishoudelijke aard. Ofschoon, wat is huishoudelijk? Valt de aankondiging van een nieuwe wereldburger onder die noemer? Maar ach, dat is allemaal ook niet zo belangrijk. Feit is dat vanmorgen vroeg om een uur of zes (Indonesische tijd)

James

is geboren, zoon van Sri en Jurgen, de laatste is mijn oudste zoon. Moeder en kind maken het goed. Vader ook. Grootvader eveneens. De blijde gebeurtenis vond plaats in de plaatselijke kliniek van Sumbawa Besar, de ‘grote stad’ op het eiland Sumbawa. (Besar = groot.)
Volgens de berichten (een krakende telefoonlijn) was het personeel opgetogen omdat het kindje ‘zo blank’ was, wat in Indonesië veelal als schoonheid wordt gezien. Zijn neus vond men daarentegen wel 'wat klein'. Het luistert daar kennelijk nauw. Veel belangrijker is dat het gezond is.
Einde huishoudelijke mededeling.



 

maandag 14 april 2014

Dolgraag

Mijn Senseo koffiezetapparaat ging na 10 jaar trouwe dienst stuk. Daags daarna kocht ik een nieuwe. Dat is niét iets om trots op te zijn. Zo’n Senseo is namelijk als een trui van C&A of een stadsfiets van Halfords. Het oogt niet onaardig, maar laat vooral zien dat je als gebruiker geen bruisende levensstijl bezit of bijzondere smaak. Senseo-koffie drink je op meubelboulevards, krijg je aangeboden tijdens het wachten op je apk-keuring bij de Kwikfit, smaakt naar papier-maché en lijkt uitgevonden voor mensen met een gemêleerde plavuizenvloer en/of een pruttelend watervalletje in hun tuin.
En voor mij.
Ik ben namelijk geen echte koffiedrinker, ga zelfs als het even kan voor cafeïnevrij. Nee, het universum van coole barista’s, latte frappe schmappe, exquise bonensoorten, sissend-slurpende apparatuur en het guitige Nespresso-porem van George Clooney, gaat geheel aan mij voorbij. Het bakkie dat ik mijn visite voorzet doet dan ook denken aan bezinksel uit het Tjeukemeer, als het meezit. Daarmee lijkt het zeker dat de spaarzame dwaalgast die (toch) op de koffie komt, mij echt dolgraag wil ontmoeten. Mijn Senseo filtert, als het ware.

  

vrijdag 11 april 2014

Eenzaam

Een eigennaam kan een mens behoorlijk op het verkeerde been zetten. Een voorbeeld is het Kronenburgerpark in Nijmegen, bezongen door Frans Boeijen.
Kro-nen-burg-er-park. Bij het horen van deze ritmische, welluidende naam doemden bij mij immer beelden op van verstilde natuur met oude beuken waarop eekhoorntjes van tak naar tak sprongen, alwaar je werd begluurd door oehoes en heel misschien een eerste eenzame wolf uit het nabijgelegen Reichswald. Alleen al daarom deed ik onlangs Nijmegen aan - voor het eerst.
Het oude Noviomagus bleek een bezoek meer dan waard. Oude stadswallen, fraaie gevels, pittoreske pleintjes, steegjes, de Waalboulevard en de bronzen Mariken. En dan zijn er nog de vele terrassen, de zachtere g en de beloopbare afstanden die de stad zo aantrekkelijk maken voor dagtoeristen. Maar één ding viel me tegen, jawel, het Kronenburgerpark. Het bleek een kunstmatig plantsoen ingeklemd tussen asfalt en een oude stadsmuur. Niks geen verstilde natuur met eekhoorntjes en oehoes. Wel een kleine vijverpartij waarlangs een glooiend gazon waarop groepjes Radboudstudenten zich laafden aan de lentezon (of spijbelden van college). Ook hier geen eenzame wolf. Maar dat is allerminst zeker.