Van non-fictie-auteur Bill Bryson heb
ik nagenoeg alles gelezen. Dat komt door zijn wetenswaardige
onderwerpen die hij met de nodige luchtigheid en humor weet te presenteren.
Vooral zijn (vroege) reisverhalen zijn daardoor, naast interessant,
buitengewoon hilarisch. Hoogtepunt voor mij was echter Een Kleine
Geschiedenis Van Bijna Alles waarin Bryson de wetenschap en het
ontstaan van de wereld op kostelijke wijze toegankelijk maakt. Ik
durf te stellen dat dat boek mij indertijd zowel ‘rijker’ als relativerender heeft gemaakt. Datzelfde
geldt wellicht voor zijn nieuwste werk, dat ik gisteravond in mijn warme bedje uitlas: Het Lichaam,
met als subtitel Een Reisgids.
Misschien is het een afwijking,
maar ik vind het gewoon tof te weten dat je lijf uit 37,2
biljoen cellen bestaat, dat er 40.000 microben in je wonen en dat je dagelijks 14.000 keer met je ogen knippert waardoor je 23
minuten ongewild met gesloten ogen doorbrengt. Die veelheid heeft
natuurlijk een keerzijde want er kan van alles misgaan in je
lichaam, wat het vroeg of laat ook doet, en ook met die voorbeelden strooit Bryson
vrolijk in het rond. Dat maakt dit boek misschien ietsje minder tof
voor hypochonders, ofschoon hij de lezer er met zijn luchtige stijl heel aardig doorheen weet te trekken. Wat de auteur mij echter vooral vertelde, is dat
de medische wetenschap de afgelopen decennia echt reuzensprongen
heeft gemaakt, maar dat wij desondanks nog zo verdomd weinig weten.
Ook je dokter niet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten