donderdag 12 december 2019

Nirwana

Eenenzeventig jaar al ga ik ongewapend over straat. Da’s best lang voor iemand die graag een pistool zou willen bezitten. Of een revolver, want ik vergeet steeds het verschil. Waarom? Nou gewoon omdat ik een pistool al van jongs af aan een mooi ding vind en ook omdat zo’n Clock, Baretta, Colt of Browning reuze handig kan zijn. Je kunt er bijvoorbeeld ruzies mee beslechten, wraak mee nemen of voor euthanasie zorgen als je arts daar geen trek in heeft. Oké oké, het geeft wat rommel maar het ruimt ook lekker op, een aardige contradictie.
Maar ruzies kun je toch ook met woorden beslechten? Jazeker, helaas blijkt echter altijd weer dat bij spanning en conflicten de overtuigende teksten thuis op mijn nachtkastje zijn achtergebleven. Met mijn vuisten bereik ik doorgaans ook al weinig. Nee, met zo’n blaffer zou ik veel meer mans zijn. Daarbij komen de lustopwekkende grip, de spannende terugslag, het verrukkelijke mechanische klikken en metalig aroma.
Ooit beschikte ik anderhalf jaar lang over een Uzi, een fijne partner, die je bovendien nu en dan lekker mocht laten retteketetten. Maar ja, dat ding had ik in bruikleen en heb ik terug moeten geven. Op genoemde periode na heb ik er dus altijd alleen voor gestaan. Ach, woonde ik maar in het kruitdamp-nirwana aan de overzijde van de Big Blue. Nee, op Trump zou ik dan nooit gestemd hebben. Maar een pistool zou ik vermoedelijk wel bezitten. Of een revolver, want ik vergeet steeds het verschil.



donderdag 5 december 2019

Swiebertje

Rupsje Nooitgenoeg bezit maar liefst drie rugzakken. Mijn grootste exemplaar gebruik ik alleen voor vakanties (ook omdat hij door zijn buigzaamheid als handbagage mee mag in de vliegtuigcabine, wat ruimkosten scheelt). Daardoor heeft-ie al best wat van de wereld gezien, wat erg opschepperig klinkt. Dan heb ik nog een klein rugzakje dat ik gebruik voor dagtochten. Misschien is ‘knapzak’ hier wel beter op zijn plaats, voor het Swiebertje-gevoel, zeg maar. Lunchpakket, drinkflesje, versnaperingen, het past er allemaal precies in. Ten slotte is daar nog mijn middelgrote rugzak, speciaal voor de boodschappen. (Als coole senior wijs ik een burgerlijke boodschappentas hooghartig af.) Deze derde rugzak is oeroud maar niet stuk te krijgen, ondanks dat ik hem bijna dagelijks gebruik slash misbruik. Jawel dagelijks, omdat ik nooit groot insla. Als ik ergens zwartgallig van word, dan is het om me eens in de zoveel tijd met een volgeladen kar door zo’n kil verlichte prijsvechter heen te worstelen. In plaats daarvan fiets of wandel ik veel liever iedere dag eventjes naar de knusse buurtwinkel. Veel is het dus nooit, daarom past het prima in mijn huishoudelijke ransel. Ach, het leven is soms verrukkelijk simpel. Ofschoon ik daar wel drie rugzakken voor nodig heb.



donderdag 28 november 2019

Avondje uit

Samen met zes mij vreemde kerels zat ik in de bioscoopzaal - heus, er draaide geen porno. Tussen ons in gaapten rijen lege stoelen. Ik was blij toen de duisternis intrad en de film begon.
Na pakweg een uur ging het licht weer aan. Pauze. Van de zeven mannen gingen er vier plassen of iets snacken in de foyer. De drie achterblijvers pielden op hun privé-schermpjes. Tien minuten later keerden de vier ‘stappers’ terug en doofde het licht weer.
Een uur later ging het licht opnieuw aan terwijl de ondertiteling nog liep. De zes anderen en ik hesen ons uit onze fauteuils, trokken houterig onze jassen aan en liepen ongemakkelijk zwijgend de zaal uit, de foyer door, langs het loket, de gure novemberavond in, waarna we uitwaaierden over het kille theaterplein.
Ik moest nog een stuk te voet naar de fietsenstalling in het centrum. Om daar te komen liep ik langs doodse winkelgalerijen waar de feestverlichting voor de kat z'n kont brandde aangezien de koopavond inmiddels was doodgebloed. Eenmaal op de fiets trapte ik in het duister door eenvormige woonwijken. Weer thuis, in vertrouwde omgeving, wist ik het weer: ik ben geen uitgaanstype, nooit geweest ook.

vrijdag 22 november 2019

Kak

Opvallend hoe weinig hondenpoep ik nog aantref. Als ik het vergelijk met de decennia hiervoor moet ik concluderen dat maatregelen als boetes voor loslopende honden, gebiedsverbod bij speelveldjes en vooral de gewoonte van hondeneigenaren om poepzakjes te gebruiken of met een schepje een drol discreet te verwijderen, hun vruchten hebben afgeworpen. Je beste vriend zich ergens laten ontlasten en dan weer schaamteloos doorlopen is er gelukkig steeds minder bij. Het zal natuurlijk per stad of woonbuurt schelen, maar ikzelf stap nu toch echt een stuk vrijer door mijn omgeving, want de stoepen zijn er opvallend schoon. Heel fijn.
Helaas is er die aloude natuurwet die stelt dat een verdwenen ergernis altijd plaats maakt voor een andere. De poep in het straatbeeld is immers ingeruild voor de smartphone. Waar de eerste 'gewoon' smerig is, is de tweede vervuilend in milieutechnische én intermenselijke zin. Dieptreurig vooral is de combinatie van dit alles: de hondenuitlater die voortdurend op zijn of haar mobieltje kijkt. Vooral als Max of Sam aan het andere eind van de lijn zijn behoefte doet, zet de verslaafde schermkijker zichzelf enorm te kakken.

maandag 18 november 2019

Bill Bryson

Van non-fictie-auteur Bill Bryson heb ik nagenoeg alles gelezen. Dat komt door zijn wetenswaardige onderwerpen die hij met de nodige luchtigheid en humor weet te presenteren. Vooral zijn (vroege) reisverhalen zijn daardoor, naast interessant, buitengewoon hilarisch. Hoogtepunt voor mij was echter Een Kleine Geschiedenis Van Bijna Alles waarin Bryson de wetenschap en het ontstaan van de wereld op kostelijke wijze toegankelijk maakt. Ik durf te stellen dat dat boek mij indertijd zowel ‘rijker’ als relativerender heeft gemaakt. Datzelfde geldt wellicht voor zijn nieuwste werk, dat ik gisteravond in mijn warme bedje uitlas: Het Lichaam, met als subtitel Een Reisgids.
Misschien is het een afwijking, maar ik vind het gewoon tof te weten dat je lijf uit 37,2 biljoen cellen bestaat, dat er 40.000 microben in je wonen en dat je dagelijks 14.000 keer met je ogen knippert waardoor je 23 minuten ongewild met gesloten ogen doorbrengt. Die veelheid heeft natuurlijk een keerzijde want er kan van alles misgaan in je lichaam, wat het vroeg of laat ook doet, en ook met die voorbeelden strooit Bryson vrolijk in het rond. Dat maakt dit boek misschien ietsje minder tof voor hypochonders, ofschoon hij de lezer er met zijn luchtige stijl heel aardig doorheen weet te trekken. Wat de auteur mij echter vooral vertelde, is dat de medische wetenschap de afgelopen decennia echt reuzensprongen heeft gemaakt, maar dat wij desondanks nog zo verdomd weinig weten. Ook je dokter niet.

woensdag 13 november 2019

Catharsis

Als iemand die nog midden in het leven staat (ik kom deze stompzinnige uitdrukking nogal eens tegen in contactadvertenties), besloot ik tot aanschaf van een Swiffer Duster. Dat is zo’n veelgeprezen plumeau die slimme marketeers de term stofmagneet meegaven. Je zwabbert ermee luchtigjes over de talloze met stof bedekte oppervlakken die een huishouden doorgaans telt, et voilà, je hele inboedel spiegelt als nooit tevoren. Het bevalt me dan ook uitstekend.
Nu moet ik direct bekennen dat ik niet goed kan ontdekken wat het verschil in resultaat is met de ouderwetse stofdoek die deze huissloof voorheen gebruikte. Maar het voelt toch anders: beter, frisser, zuiverder, alsof je ineens bomen hoort ruisen, bergbeekjes pinkelen en sijsjes twinkelieren, kortom alsof je midden in het fokkin Zwarte Woud staat te zweefteven. Het is dus vooral een gevoelskwestie, maar dat geldt voor de meeste belangwekkende zaken des levens, zegt mijn…, nou ja, gevoel.
Het positieve aan de Swiffer Duster is dus niet zozeer dat hij zijn stofopruimende werk naar behoren doet. Neehee, het gaat veel meer om het healende, mind detoxing process dat je ook kunt samenvatten middels het oud-Griekse catharsis, wat staat voor emotionele zuivering. Kortom, van het swifferige rondzwaaien met die magnetiserende stofborstel ga je je een stuk beter voelen. Zelfs als je geen zweefteef bent.

vrijdag 8 november 2019

Den Skyldige

Mooie, kleurrijke, weidse, het liefst zonnige beelden: ik hou ervan. Die zie ik dan ook graag terug in speelfilms. Gladiator, Dancing With Wolves, Out of Africa of roadmovies als The World's Fastest Indian, Into The Wild en Thelma and Louise. Behalve het mooie verhaal valt er in deze films vooral ook veel te zién.
Niets van dat alles in Den Skyldige, De Schuldige, een Deense film die ik onlangs op dvd zag. En toch heb ik er, een familiezak chips leegvretend, geboeid naar zitten kijken. Geen landschappen, geen zonlicht, slechts een kille, halfdonkere ruimte ergens op een Deens politiebureau.
Agent Asger Holm bemant er met enkele collega’s de alarmcentrale. Veel contact met die collega’s heeft Holm niet, hij is nogal in zichzelf gekeerd. Daar zijn redenen voor, zo blijkt tussen de binnenkomende telefoongesprekken door, maar dat is slechts één aspect van Den Skyldige. Intrigerender zijn zijn contacten met de panikerende, in nood verkerende bellers. Vooral in dat ene geval...
Behalve het grauwe, door kunstlicht beschenen hoofd van agent Holm valt er anderhalf uur vrijwel niets te zien – wel te luisteren. Een speelfilm dus zonder de kleurrijke, weidse, het liefst zonnige beelden uit de eerste alinea. Maar minstens zo mooi.

Trailer zien? Klik HIER