Iedere man is zuiver en oprecht, maar zodra hij een ander ontmoet begint de hypocrisie. Zo luidde, vrij vertaald, een uitspraak van Ralph Waldo Emerson, de invloedrijke Amerikaanse essayist en denker uit de negentiende eeuw. Ik vrees dat hij gelijk had. Bij ontmoetingen wordt immers altijd enige aanpassing gevraagd die de zuiverheid doet wankelen. Kleine kinderen, hysterici en geestelijk gehandicapten hebben er
geen last van, maar verder vermoed ik dat niemand voor honderd procent zichzelf is in gezelschap. Men is dan dus minder 'echt'.
Zuiverheid ontdek ik bij mezelf daarom slechts als ik solo ben. Heel fijn, maar solo kan ook best eenzaam zijn. Daarom
fantaseer ik soms dat er een kloon van mezelf bestaat. Iemand die
volkomen eender is. Lijkt me bijzonder prettig. Met hem kan ik geheel mezelf blijven - zuiverheid in optima forma. Hij kent immers
dezelfde lusten en lasten; talenten en zwaktes; heeft dezelfde (wan)smaken, humor of fantasieën; is geïnteresseerd in gelijke onderwerpen. Op een
terrasje bestelt mijn kloon natuurlijk hetzelfde als ik waarna we in verbondenheid keuvelen of juist zwijgen. Zuiverheid, oprecht jezelf zijn, geen enkel geheim of verborgenheid en
tóch met een ander, wie wil dat niet?
De
grote schepper, in wie toch verrassend veel slimme mensen
geloven, heeft een enorme stommiteit begaan door individuen te ontwerpen. Dat lijkt mooi en voorziet het leven zeker van jeu, maar al die verschillende individuen zorgen vroeg of laat op zijn minst voor een beetje wrijving, steeds vaker meer dan ‘een beetje’, vooral als het om miljarden exemplaren gaat. Hoogste tijd daarom voor een en dezelfde mens, voor klonen dus, want ik denk dat uniformiteit - alle neuzen één richting uit - de enige redding is voor de mensheid én Moeder Aarde. Voorwaarde is wel dat wetenschappers mij
als uitgangspunt nemen, anders lijkt het me helemaal niks.
dinsdag 8 september 2020
donderdag 3 september 2020
Camp
Moe
en hongerig stopten we na een lange reisdag ‘s avonds bij een achteraf gelegen hotelletje. We kregen er te horen dat men nog één kamer
beschikbaar had. (Bijna alle kamers, bleek later.) Ook was de keuken
nog open. We twijfelden. Vanuit de kleine lobby om ons heen kijkend, zagen we louter oubolligheid en achterstallig onderhoud. Maar ja: moe en
hongerig. Gelukkig bleken het snel opgediende avondeten en de bedden prima.
De volgende ochtend ontdekten we in een sfeerloos ontbijtzaaltje, op een prominente plek aan de muur, een Delfts blauwe tegel met de tekst: ‘Wie Niet Waagt Wie Niet Wint’. Regelrechte camp, meenden we. Zeer geslaagd bovendien, want wie anno twintigtwintig deze spreuk zo pontificaal in zo'n ambiance durft te presenteren verdient de Nobelprijs voor Ironie. Toch herzagen we ons idee van camp weer snel. Het belegen tegeltje paste immers naadloos tussen de andere oude meuk in het hotel. Niks geen dubbele bodem!
Hoe dan ook, het lekker allitererende gezegde wie niet waagt wie niet wint mag door zijn sleetsheid onbedoeld ironisch klinken, het is nog altijd de harde waarheid. Als niemand iets had gewaagd dan leefden we nog steeds in grotten. Zo kun je ook stellen dat wij best wat waagden door in dit treurig ogende hotelletje de nacht door te brengen. Maar als bonus kregen wij de volgende ochtend dit schitterend gedateerde, ontroerende muurtegeltje voorgeschoteld. Pure winst.
De volgende ochtend ontdekten we in een sfeerloos ontbijtzaaltje, op een prominente plek aan de muur, een Delfts blauwe tegel met de tekst: ‘Wie Niet Waagt Wie Niet Wint’. Regelrechte camp, meenden we. Zeer geslaagd bovendien, want wie anno twintigtwintig deze spreuk zo pontificaal in zo'n ambiance durft te presenteren verdient de Nobelprijs voor Ironie. Toch herzagen we ons idee van camp weer snel. Het belegen tegeltje paste immers naadloos tussen de andere oude meuk in het hotel. Niks geen dubbele bodem!
Hoe dan ook, het lekker allitererende gezegde wie niet waagt wie niet wint mag door zijn sleetsheid onbedoeld ironisch klinken, het is nog altijd de harde waarheid. Als niemand iets had gewaagd dan leefden we nog steeds in grotten. Zo kun je ook stellen dat wij best wat waagden door in dit treurig ogende hotelletje de nacht door te brengen. Maar als bonus kregen wij de volgende ochtend dit schitterend gedateerde, ontroerende muurtegeltje voorgeschoteld. Pure winst.
donderdag 27 augustus 2020
Hamburgers
Het
was een kleine cabinelift. Hij zou ons naar de top brengen. We stapten in, samen met een ander
stel. Duitsers. Ze zaten recht tegenover ons, een span van middelbare
leeftijd. Ze hadden goede spullen: gave bergschoenen, lichtgewicht
wandelstokken en ander moois dat geschikt was voor tochten door ruw
terrein. Ook droegen ze veel coolere mondkapjes dan wij.
Elkaars ogen vorsend, raakten we halverwege onze stijging aan de praat. Hamburgers waren ze, dat wil zeggen dat ze uit die stad kwamen. Bij Hamburg moet ik altijd aan de Reeperbahn tijdens mijn diensttijd denken én aan de voetbalclub HSV. Het eerste leek me geen geschikt onderwerp, dus zei ik in mijn beste Duits: ‘Ahh, Hamboerk, Ha-eS-Vouuwww!’ Dat bleek een voltreffer, want de man was groot fan van die club, ooit een topploeg maar inmiddels weggezakt naar lagere regionen. Iets waar hij behoorlijk de smoor over in had, lichtte zijn vrouw lachend toe. Aangezien wij Holländer waren, leek het hem nu kennelijk wel aardig om over Raphael van der Vaart te beginnen, de Nederlandse voetballer die in zijn hoogtijdagen een tijdje voor deze Duitse club uitkwam. ‘Ahh ja, das war einmal,’ zei ik, opnieuw in mijn beste Duits.
Op het bergstation aangekomen, namen we afscheid van elkaar. Onze mondkapjes mochten weer af. Blij toe, want ze waren lang niet zo cool als die van de Hamburgers.
Elkaars ogen vorsend, raakten we halverwege onze stijging aan de praat. Hamburgers waren ze, dat wil zeggen dat ze uit die stad kwamen. Bij Hamburg moet ik altijd aan de Reeperbahn tijdens mijn diensttijd denken én aan de voetbalclub HSV. Het eerste leek me geen geschikt onderwerp, dus zei ik in mijn beste Duits: ‘Ahh, Hamboerk, Ha-eS-Vouuwww!’ Dat bleek een voltreffer, want de man was groot fan van die club, ooit een topploeg maar inmiddels weggezakt naar lagere regionen. Iets waar hij behoorlijk de smoor over in had, lichtte zijn vrouw lachend toe. Aangezien wij Holländer waren, leek het hem nu kennelijk wel aardig om over Raphael van der Vaart te beginnen, de Nederlandse voetballer die in zijn hoogtijdagen een tijdje voor deze Duitse club uitkwam. ‘Ahh ja, das war einmal,’ zei ik, opnieuw in mijn beste Duits.
Op het bergstation aangekomen, namen we afscheid van elkaar. Onze mondkapjes mochten weer af. Blij toe, want ze waren lang niet zo cool als die van de Hamburgers.
zaterdag 22 augustus 2020
Wild Tales
Je
mag het niet hardop zeggen, maar wraak is verrukkelijk. Wanneer een ellendeling (m/v) je iets flikt, dan is het uiterst bevredigend hem of haar flink terug te pakken. Hollywood is
met dit thema groot geworden; bitter- en zoetheid blijken een aangename en lucratieve mix. Officieel is wraak echter meestal niet toegestaan. Ik geloof
zelfs dat het pakweg tweeduizend jaar geleden is afgekeurd door een goddelijke boodschapper (iets met de andere wang toekeren, de lieverd). Maar een andere vermeende hemelse gezant maakte van wraak en vergeldende straffen juist weer zijn corebusiness, wat anno nu soms nog is te merken. En misschien zit het wel in ons allen ingebouwd. Het is dan ook niet zo heel vreemd dat zelfs de meest zachtaardige ziel wel eens behoefte heeft aan wraakneming, al is
het maar in fantasie. Gelukkig kan men daarvoor ook terecht bij de
speelfilm Wild Tales. De Spaans-Argentijnse productie scoorde
zeer verdiend een Oscar-nominatie. Wild Tales betreft eigenlijk zeven
korte films die weinig met elkaar van doen hebben behalve dat de
hoofdfiguren slachtoffer zijn van door anderen aangedane tegenslag
en vervolgens op daverende (!) wijze reageren op dit onrecht of op het
systeem dat dit onrecht faciliteert. De ene keer lukt dat beter dan de andere, maar de kijker wordt in ieder geval getrakteerd op
inktzwarte, schrijnende, maar ook kolderieke en absurde situaties die
voortkomen uit wraakverlangens. En wie kent die niet, soms? Aanrader dus.
Trailer zien? Klik HIER
Trailer zien? Klik HIER
woensdag 19 augustus 2020
Edelweiss
Een
cabinelift bracht ons zojuist naar de top. Nu staan we met onze
wandelschoenen in de Tiroler sneeuw. In het lieflijke dal ver beneden ons was het zonet nog zomers warm, maar op deze hoogte overheerst verkwikkende frisheid. Om ons heen de andere
drieduizenders met hun besneeuwde pieken. We voelen ons nietig en
ademen de pracht van deze grootse en verstilde bergwereld in. We zijn hier niet de enige toeristen, maar gelukkig is het rustig. (Dank, o gij machtig virus.) Iets verderop staan groepjes gezond ogende, welvarende mensen. Sportief volk, zeg maar. Zij maken foto’s of gooien sneeuwballen, net als wij. Ze lachen hun witte lach, laten
hun konen gloeien. Kinderen maken een sneeuwpop; nergens een
wanklank, slechts een door natuur gedempte stilte.
Om dit beeld ietwat te verduidelijken moet je eigenlijk even de Haagse Schilderswijk of het Utrechtse Kanaleneiland voor ogen hebben. Welnu, stel je daarna het tegenovergestelde voor en je bent weer in 'onze' Tiroolse regio met zijn almen en bergtoppen, zijn edelweiss en bergmarmotten. Iedereen is hier wit en spreekt een Indo-Germaans taal; niemand schreeuwt of rapt; nergens schotels; de seksen zijn gelijkwaardig; een schattig spits kerktorentje is de enige religieuze uiting; jeugd rijdt rond op ATB's en niet op scootertjes; geen mens rochelt, spuugt op de grond of dumpt afval; nergens etnische onvrede, boosheid of misdaad. Kortom, van een multiculturele samenleving heeft men hier nog geen last. Ik gun de bewoners dat het zo blijft. En ook hun gasten. Ons dus.
Om dit beeld ietwat te verduidelijken moet je eigenlijk even de Haagse Schilderswijk of het Utrechtse Kanaleneiland voor ogen hebben. Welnu, stel je daarna het tegenovergestelde voor en je bent weer in 'onze' Tiroolse regio met zijn almen en bergtoppen, zijn edelweiss en bergmarmotten. Iedereen is hier wit en spreekt een Indo-Germaans taal; niemand schreeuwt of rapt; nergens schotels; de seksen zijn gelijkwaardig; een schattig spits kerktorentje is de enige religieuze uiting; jeugd rijdt rond op ATB's en niet op scootertjes; geen mens rochelt, spuugt op de grond of dumpt afval; nergens etnische onvrede, boosheid of misdaad. Kortom, van een multiculturele samenleving heeft men hier nog geen last. Ik gun de bewoners dat het zo blijft. En ook hun gasten. Ons dus.
![]() |
| Bovenop de Gaislachkogel. |
vrijdag 7 augustus 2020
Het paradijs
Van
jongs af aan had ik hier al willen zijn, eindelijk is het zo ver: ik
reis momenteel door de Stille Zuidzee. Met vliegtuigjes, schepen, huurauto’s
en een zeekano hop ik tussen grote en (piep)kleine
eilanden. Het paradijs op aarde waar de kleuren smaragd, jade,
turquoise, kobalt en aquamarijn voortdurend in elkaar vloeien. Me
lavend aan klappermelk, ananassen, pisangs, zeevruchten, blote tieten
en rieten rokjes.
Natuurlijk reis ik niet echt, ik zou wel gek zijn. Nodeloos reizen - toerisme dus - is een hopeloos achterhaald concept. In plaats daarvan zit ik in een makkelijke (tuin)stoel en lees ik De Gelukkige Eilanden van de vermaarde reisschrijver Paul Theroux. De Amerikaan brengt de wereld naar je toe, dus waarom moeilijk doen. Wat mij tijdens 'mijn' trip het meest bevredigt is dat Theroux de Stille Zuidzee presenteert zoals ik al vermoedde hoe het er in die regio momenteel aan toegaat. Hij bevestigt namelijk dat het e-nor-rum tegenvalt. Jazeker, Nieuw-Zeeland, Australië, Nieuw-Guinea, Vanuatu, Solomon, Fiji, Tonga, Cook, Samoa, Tahiti, Paaseiland, Hawaii en al die andere eilandengroepen of atollen in Melanesië, Micronesië en Polynesië, ogen zonder meer paradijselijk. Helaas zijn ze sterk vervuild en hun bewoners niet altijd oké. Alcoholisme, overgewicht, geweld, racisme en discriminatie (kennelijk toch geen witte privileges), godsdienstwaanzin dan wel ridicuul bijgeloof, grove aantasting van flora en fauna, lamlendigheid, hebzucht, een keihard klassenstelsel, et cetera, zijn er troef. En over hun bezoekers - toeristen, cruisepassagiers - kun je maar beter helemaal zwijgen. Daarom is het zo fijn door dit paradijs te reizen zonder er te zijn. Een beetje avonturier weet dat.
Natuurlijk reis ik niet echt, ik zou wel gek zijn. Nodeloos reizen - toerisme dus - is een hopeloos achterhaald concept. In plaats daarvan zit ik in een makkelijke (tuin)stoel en lees ik De Gelukkige Eilanden van de vermaarde reisschrijver Paul Theroux. De Amerikaan brengt de wereld naar je toe, dus waarom moeilijk doen. Wat mij tijdens 'mijn' trip het meest bevredigt is dat Theroux de Stille Zuidzee presenteert zoals ik al vermoedde hoe het er in die regio momenteel aan toegaat. Hij bevestigt namelijk dat het e-nor-rum tegenvalt. Jazeker, Nieuw-Zeeland, Australië, Nieuw-Guinea, Vanuatu, Solomon, Fiji, Tonga, Cook, Samoa, Tahiti, Paaseiland, Hawaii en al die andere eilandengroepen of atollen in Melanesië, Micronesië en Polynesië, ogen zonder meer paradijselijk. Helaas zijn ze sterk vervuild en hun bewoners niet altijd oké. Alcoholisme, overgewicht, geweld, racisme en discriminatie (kennelijk toch geen witte privileges), godsdienstwaanzin dan wel ridicuul bijgeloof, grove aantasting van flora en fauna, lamlendigheid, hebzucht, een keihard klassenstelsel, et cetera, zijn er troef. En over hun bezoekers - toeristen, cruisepassagiers - kun je maar beter helemaal zwijgen. Daarom is het zo fijn door dit paradijs te reizen zonder er te zijn. Een beetje avonturier weet dat.
zondag 2 augustus 2020
Hommage
Ooms
en tantes, ik had er veel.
Een letterlijk bonte stoet aan types en
persoonlijkheden. Gelukkig heb ik geen slechte herinnering aan al die ooms en tantes. Dat het anders kan bewijzen de literatuur én de
ervaringen van anderen: het
barst van de foute ooms en gemene tantes. Ik zal dus
wel geluk hebben gehad, want
al mijn tantes waren min of meer lief dan wel hartverwarmend en mijn ooms grappig,
interessant of anderszins bijzonder. Ach, het zal te maken hebben met persoonlijke beleving, perceptie dus, zo ook in geval van ooms en tantes.
Sommige van mijn ooms en tantes waren overigens geeneens echte ooms en tantes. Je noemde ze gewoon zo, en gek genoeg voelde het hetzelfde. Zelf
ben ik ook een oom, ofschoon ik dat woord eigenlijk nooit in mijn
bijzijn hoor gebruiken omdat ooms en tantes
tegenwoordig vaak met hun voornaam worden aangesproken. Overigens is of wordt doorgaans iederéén oom of tante, of soort van, kortom het
krioelt ervan. Vreemd genoeg heb ik toch het
idee dat ooms en tantes heden ten dage een vergeten gezelschap vormen, het bezit nog amper status. Als hommage aan hen had ik daarom zin een stukje te tikken waarin het wemelt van de
ooms en tantes. Bij dezen. Trouwens, wemelen vind ik een mooi en beeldend werkwoord. Evenals zemelen. Vooral over ooms en tantes.
Abonneren op:
Posts (Atom)


